Ach, de jeugd ben ik al zo lang voorbij. Zelfs het jong volwassen leven ben ik ruimschoots gepasseerd. Mijn neergang is al ingezet. Ik ben aanbeland in de herfst van het leven. Een tijd van bezinnen, terugkijken en overzien hoe het leven zich aan mij heeft ontvouwd. Welke keuzes ik daarin maakte. Welke vergissingen ik begin. Wat ik heb nagelaten of gewoon vergeten ben het alsnog te doen. De viriliteit zakt op een zekere leeftijd naar bijna nul. Niet dat ik de schoonheid niet meer zien kan van de jeugd. De jongere generaties, nog zo vol idealen, geldingsdrang en jeugdig elan. Nog zo in de modus van de wereld gaan verbeteren, de hemel gaan bestormen en terechte boosheid over wat mijn generatie allemaal naar de ratsmodee heeft gejaagd. Want laten we eerlijk zijn, wat hebben we nou toch allemaal bereikt in die bijna zeventig jaar dat ik hier rondloop in dit leven. We vonden de transistorradio op ons pad, de hitparade kreeg zijn vorm. De cassetterecorder opende nieuwe wegen om je eigen muziek op te nemen van de radio. De videorecorder was voor hetzelfde doel ontwikkeld om beeld en geluid op te kunnen nemen. Later werd dit de dvd speler. Maar al die dingen verdwenen ook weer uit ons dagelijkse beeld. De zwart-wit TV kreeg kleur. Werkt zelfs draagbaar gemaakt en uiteindelijk kennen we vandaag de dag nog enkel maar de platte schilderijlijsten die in sommige huizen zo groot aanwezig zijn dat je denkt naar een aquarium te kijken waar echte haaien in zwemmen. Er kwam commerciële televisie. Ach, er kwam commerciële televisie. De vorming en beschaving werd ingeruild voor pulp TV dat een nieuw begrip van ‘het goede’ introduceerde. Het ‘goede’ was of bleek datgene dat goede kijkcijfers genereerde en daarmee de gepaard gaande reclame-inkomsten. Dus even doorgeredeneerd bepaalde onze eigen hang naar platvloersheid, die blijkbaar toch sluimert in ons allen, hoe we het algemeen ‘goede’ voortaan definieerden. In elk geval voor een deel van de Nederlandse bevolking. TV werd alzo een verdienmodel en misschien is dat van onze generatie wel onze grootste verslaving. Ons meer is nooit genoeg. We spiegelen ons aan de sterren van het witte doek, we kijken met argusogen naar de superrijken en zoeken naar een weg om datgene wat binnen ons financiële bereik ligt onszelf toe te eigenen. Die mooie auto, die set zonnepanelen, die warmtepomp. Dat Gucci tasje, die spijkerbroek. Die mooie computer, tablet of DAC-streamers. Want ook de cd verdween en werd een digitale dienst in de vorm van Spotify, Netflix, digitale radio. En nu is als een soort van niche de platenspeler en afspelen van de vinyl plaat weer hip en trendy. Voor een deel is het bon ton geworden om toch vooral de inrichting van het huis terug te brengen naar vroeger. Retro noemen we het. Terwijl het niet meer is dan een hang naar het oude, vertrouwde. Vintage? Vintage zijn we zelf geworden, maar we proberen nog altijd hip te zijn, mee te doen. De fiets werd volledig elektrisch. Internet werd uitgerold over onze wereld. Dienstverlening aan de balie, waar je van mens tot mens in een vorm van gezamenlijkheid met hetzelfde probleempje of vraag bezig was. Die dienstverlening verdween en werd gerobotiseerd in de vorm van chat-diensten. De echte interactie verdween uit onze moderne samenleving. We ontwikkelden een bel-angst door voortaan via WhatsApp of Signal onze berichtjes uit te wisselen. Onze meta-communicatie verdween uit onze beleving. We zien de ander niet meer, dus weten we ook niet meer wie we zelf willen of kunnen zijn. We zien onszelf niet meer terug in de ander en dat levert mogelijk het grote aantal jonge mensen op die allerlei vormen van stress en onzekerheden ervaren. Faalangst ontwikkelen of opzien tegen hun examens. Ik vermoed haast dat de vreugde van het jong zijn zelfs in de verdrukking is gekomen door al die digitale ontwikkelingen. Ik stel me een plek voor waar jeugd kan en wil samenkomen, maar waar de mobiele telefoon niet welkom is. Dus die laat men thuis om in de groep, elkaars nabijheid, gezelligheid en hernieuwde vreugde te vinden. Echte vriendschappen te ontwikkelen en met en van elkaar te leren. Samen dingen ondernemen en beleven waardoor je gevormd wordt tot jong volwassen mensen in een zekere mate van balans. Maar goed, ik ben een oude man die terugblikt op zijn leven. Ik ben de man die voelt dat de herfst begonnen is. Ik ben de man die geen knoppen meer ziet uitbotten, enkel maar de bladeren ziet vallen. Ik ben de man die het leven liefheeft, zijn kind liefheeft, zijn lief liefheeft. De jeugd liefheeft en tegelijk weet dat alles zijn eigen tijd heeft. Er kwamen vele nieuwe dingen op mijn pad en tegelijk verdween er ook veel. En ja, niet elke vernieuwing was een verbetering. Daarvan moeten we leren en op tijd durven besluiten dat we even terug moeten naar het vorige knooppunt, omdat we nu toch echt wel de verkeerde weg zijn ingeslagen. Want verdwalen in je eigen tijd is wel het laatste wat je wilt. Maar helaas lijkt het er wel sterk op dat dat juist aan het gebeuren is met de jeugd en het toekomstperspectief dat wij voor ze hebben achtergelaten.