Hanenpoten

Ik heb hier een notitieschrift waarin ik maar weinig schrijf. Te weinig, naar mijn zin, maar het heeft wel een reden. Mijn handschrift is namelijk erbarmelijk slecht. Ik schrijf weliswaar graag, maar bij voorkeur op een computer of tablet.
Ik kan soms werkelijk jaloers zijn op die mensen die zo heerlijk kunnen krabbelen in zo’n molenkin, waaraan ze met een aan perfectie grenzend handschrift hun zielenroerselen toevertrouwen.
En nog leesbaar ook. Die leesbaarheid is in mijn geval ver te zoeken. Sterker nog. Soms kan ik mijn eigen handschrift niet eens goed teruglezen, en wordt het eerder een ontcijferings-exercitie in plaats van het eenvoudig lezen van geschreven hersenspinsels. En laat ik maar eerlijk zijn, als ik niet eens zelf mijn eigen handschrift kan lezen, hoe, in vredesnaam, moet een vreemde dit dan ooit doen?
Nee, ik schrijf heel erg graag mijn gedachten op. Ik maak met veel plezier allerlei verhaaltjes en schrijf mijn gedichten wanneer ik maar kan, maar dus noodzakelijkerwijs op een computer. Gelukkig zeg ik er maar meteen bij. Sinds mijn jongste schrijfervaringen in de eerste klas van mijn lagere school ging het mis. Mijn voorkeurshand was en is nog steeds links. Maar in die tijd werd je verplicht aangeleerd om met je rechterhand te schrijven. Toegegeven, dat gerommel met kroontjespen, zo’n inktbakje in je tafeltje en dan met je linkerhand over het pas geschreven zinnetje vegen. Dat ging uiteraard helemaal mis. Vlekken en vegen waren het resultaat. En de netheid van die tijd gebood toch een onberispelijk handschrift. Maar goed, dat was voor mij al direct niet weggelegd. Verplicht moest ik dus met mijn rechterhand aan de gang, terwijl ik alle verbindingen tussen hersens en linkerhand al perfect had gelegd, moest het dat ene jaar volledig andersom. Dat kostte moeite, frustratie en bovenal leverde het een verschrikkelijk rommelig handschrift op. Na dat ene jaar ging ik naar een andere lagere school, wat dichter bij huis, en daar was de juf, wat schrijven betreft, minder rigide. Van haar mocht ik gewoon met mijn linkerhand aan de gang, maar het grote leed was al geschied. Al mijn verbindingen waren verstoord, met als gevolg een zo mogelijk nog krommer handschrift dan ik al had. Het is nooit meer goed gekomen tussen mij en de schrijvende balpen, vulpen, ganzenveer, stift, potlood, bordkrijt. De letters bleven onleesbaar. Soms bogen ze voorover, dan weer achterover. Weer een andere periode wendde ik mijzelf aan, toch vooral in blokletters te schrijven. Allemaal pogingen tot een verbetering van mijn hanenpoten te komen. Want dat waren het, altijd weer opnieuw, hanenpoten, onleesbaar. Niet alleen voor juf of meester, vader of moeder, ook voor mijzelf. Hanenpoten tot mijn grote frustratie kon ik er niet meer van maken. Maar in mijn pubertijd kwam daar gelukkig de typemachine. Zo’n schrijfmechaniek die al direct uitprint wat je intikt. Zo hoorde ik onlangs een moderne Gen Z-er zeggen. Ietsje later kreeg ik de beschikking over een elektrische typemachine, en weer later het eerste tekstverwerkingsprogramma op een Atari-ST homecomputertje. Dat waren tijden van vooruitgang en vereenvoudiging. Vanaf die tijd nam mijn schrijverij een grote vlucht, en vandaag de dag ben ik niet anders gewend dan dagelijks eventjes achter mijn laptop plaats te nemen en alles wat er in mijn hoofd omgaat aan de tijd toe te vertrouwen. Misschien dat het ooit nog eens door derden gelezen gaat worden. Maar dat is nooit het hoofddoel van mijn schrijven. Dat is toch vooral het mooi formuleren van mijn gedachten. Het creëren van een verhaallijn, of zo je wilt, een personage voor een verhaal. Het allerliefst zou ik ergens in de natuur met zo’n boekje en een mooie pen zitten schrijven, maar ik kan het de wereld en mezelf niet aandoen. Gewoonweg omdat mijn hanenpoten nog altijd hanenpoten zijn gebleven.

De wereld kijkt onmachtig toe.

De wereld ziet met lede ogen aan
hoe bommen en granaten
de vrede uit de mensen slaan.
Terwijl de haat lijkt toe te nemen
en het gesprek verstomt voorgoed.
Een generatie gaat verloren.
Bloed kleurt rood al wat het raakt,
de muren, de gordijnen,
de grond waarop men staat.

De wereld kijkt verbaasd en langs de zijlijn toe
en ziet haar eigen onmacht niet.
Wijd vertakt en als een splijtzwam
woekert onbegrip en voedt de haat
ver voorbij de grenzen van dit grenzeloos conflict.
Ik huil om elk leven dat overgaat in dood.
We zijn bezeten van het kwaad dat onze zo gewenste vrede maar blijft ondermijnen.

De profeten zwijgen nu al eeuwen
terwijl de wijsheid, of de waarheid zo je wil,
uit de mond van kinderen komt
in een tandeloos verweer.
Ze gillen, krijsen, huilen, schreeuwen in hun doodsnood
dat het zo niet verder kan.
Terwijl de grote mensen dover zijn dan doof
want we verstaan elkaar niet meer.
We zijn gestrand in Babylon.
Niet voor de eerste keer.
Zijn wij gestrand in Babylon.

Fascismevirus.


Het virus van het fascisme heeft in het internet, nepnieuws en sociale media een perfecte drager gekregen om opnieuw voet aan de grond te krijgen.
Naast een drager is datzelfde internet ook een prima katalysator om het idee van het fascisme zich in de hoofden en harten van de mensen te laten nestelen. De gemiddelde bezoeker controleert de berichtgeving niet of nauwelijks op betrouwbaarheid. Een functie die de reguliere pers beroepshalve toepast op wat men publiceert. Dit professionele filter is weggevallen bij het gros van de mensen die zich enkel informeren via de socials. Toegegeven, deze vorm van vrije meningsuiting is kritiekloos geaccepteerd en intussen gemeengoed geworden. Propaganda krijg je namelijk altijd gratis. Voor professioneel gecontroleerde nieuwsgaring zul je iets moeten neertellen. En daar heeft de gemiddelde gebruiker nou net het geld niet voor over. Intussen staan de algoritmes zo afgesteld dat het juist de ophef is die zorgt voor bezoek. Plak er direct een advertentie aan vast en je weet hoe het is gesteld met begrippen als waarheid, zuiverheid, betrouwbaarheid, veiligheid, echtheid. Die gaan als eerste om zeep, want ze staan een goed verdienmodel alleen maar in de weg. Iemand als Trump maakt er doelbewust gebruik van en heeft speciaal daarvoor zijn eigen kanaal ontwikkeld. Helaas met de misleidende naam Truth Social, die de gebruikers slechts de illusie van ‘waarheid' voorhoudt.
Inderdaad, we leven in het ‘post truth’ tijdperk waar de leugen altijd vooraf lijkt te gaan door zichzelf steevast te presenteren als een halve waarheid. We zijn sinds dat die slang in het paradijs als eerste een halve waarheid sprak nog niet veel opgeschoten.

Zonder waarheid geen gerechtigheid.

Zonder waarheid geen gerechtigheid.
Maar waar blijft gerechtigheid dan in een post-truth tijdperk?
Waarheen moeten we gaan om gerechtigheid te verkrijgen?
Als ‘waarheid’ al een relatief begrip wordt in een tijdperk van’ alternatieve’ feiten waar en hoe, in vredesnaam, verkrijgen zij die het behoeven, dan ooit hun gerechtigheid?
1 en 1 is nog altijd twee. In de wiskunde geldt die ijzeren wet nog altijd als basis voor de waarheidsvinding. Bovendien moet langs wiskundige weg een bewering altijd worden onderzocht om hem te kunnen bevestigen of weerleggen. Daarbij worden altijd weer dezelfde beproefde stappen gevolgd. Volgens de regelen der mathematische kunst. De uitkomst is daardoor betrouwbaar. En, niet onbelangrijk, iedere wiskundige zal het daar vervolgens mee eens zijn. Want 1 en 1 is immers twee en niet ‘misschien' wat anders. Er is geen mathematicus die twijfel zaait over dat aspect van de rekenkunde. Hoe anders is het gesteld met de publieke opinie, de waarheidsvinding in de media, journalistiek en natuurlijk het internet.
Daar spelen de verschillende belangen de hoofdrol bij het bepalen van wat er als ‘waarheid’ beschouwd mag worden. Daarmee wordt het begrip ‘waarheid’ direct speelbal van diezelfde belangen. Tja, het leven kent nu eenmaal geen wiskundige wetmatigheden enkel het ontbinden van factoren die een bepaald belang dienen. De rest komt op de afvalhoop, gaat het afvoerputje in of wordt terzijde geschoven als ‘niet van belang’.
Voor de boeren meer ruimte maar inmiddels achterhaald door de reality-checks van de ‘beter weters’.
Hey, ‘reality’ is toch het engelse begrip dat met ‘waarheid’ te maken heeft?
Enfin, genoeg gefilosofeerd over dit begrip. Een belangrijk ding moet me nog wel van het hart. Als inmiddels volkomen helder is dat X een sociaal media riool is geworden waarom zitten onze politici er dan nog steeds op en maakt de reguliere media er nog steeds gebruik van? Waarom verlaten we niet en masse die dienst en zoeken we niet een betrouwbaar alternatief op of maken het zelf? U wilt niet weten hoe vaak er in reguliere media nog wordt doorverwezen naar bedenkelijke social media kanalen. Let er maar eens op.

Van niets naar iets?

Daar waar de empirische wetenschap niet langer kan beschrijven of benoemen komt de verbeelding en de kunst aan bod om het onnoembare te beschrijven of het onnoembare zichtbaar te maken via de kunst van verbeelding. Sterker nog, uit niets ontstaat iets.

Zowel in de uitvoerende kunsten als de beeldende kunsten vindt het wonder plaats van het uit niets tot iets komen. Op een zodanige wijze dat het genot verschaft, perspectieven biedt en mensen toch een weg kan wijzen. Een denkrichting kan bieden om verder te gaan. Het jonge kind als geen ander is in staat die weg met een ogenschijnlijk gemak te bewandelen terwijl wij volwassenen dat vermogen onderweg meer en meer verliezen. Het zijn de scheppende geesten, de creatievelingen onder ons die telkens nieuwe wegen vinden om tot betekenisgeving te komen van de directe omgeving, in ons denken en redeneren. Zij geven handen en voeten aan het niet direct waarneembare en maken daarmee het niet direct waarneembare toch waarneembaar. Dat klinkt paradoxaal maar is dat enkel in het licht van onze hang naar empirische bewijsvoering en ons diep gewortelde hang  naar logica.

KERST 2025

KERST 2025


Vandaag is er opnieuw gekozen
voor de laagste plaats.
Een stal, het stro, een voederbak, de stank.
Want in de eenvoud ligt de grootste rijkdom toch verborgen.
Laat dat ons tot troost zijn.


Er wordt mij vandaag een keuze gegeven.
Boots ik na met glitters, sneeuw en zoete klanken
of volg ik na van wat hier ten diepste wordt gevraagd.
De weg van eenvoud en onophoudelijk bedanken.
Voor elke nieuwe dag,
voor mijn dagelijks brood.
Voor elke ademtocht,
voor elke wandelpas
die ik mag zetten
op mijn levensweg.
Laat dat dan mijn troost zijn.

Kerst vraagt niet om ons sentiment.
Kerst vraagt om mijn innerlijke betrokkenheid.
Kerst is de ultieme paradox, geen feestje voor de massa
maar een persoonlijk appèl op jou.

De Almacht verschijnt hier in een kwetsbaar kind en vraagt wat jij er zelf van vindt.

Gloria in Excelsis Deo




Werkelijkheid.

Ooit kreeg ik van de organisatie van Youth for Christ een prachtige kerstkaart met daarop geen enkele afbeelding enkel maar deze woorden:


Christus is geboren!
Eindelijk heeft de waarheid voet tussen onze werkelijkheid gekregen!

Ik wens iedereen een gezegende Kerst