Massadonatie Simon

Bron:NOS-Teletekst
Zaaddonor Simon heeft naar eigen zeggen wel 199 kinderen verwekt. En, niet geheel onbelangrijk, meneer heeft daar nu toch wel spijt van. Hij heeft naar zijn eigen idee onvruchtbare ouders  een grote dienst bewezen. Jammer dat  hij vergeten heeft de stand van zijn donaties  bij te houden.   Nu  ligt de inteelt steeds nadrukkelijker op de loer. Maar daar had Simon geen rekening mee gehouden. Liever doneerde hij met regelmaat zijn kwakje, want dat gaf hem een goed gevoel. Dat snap ik dan weer wel. Geheel belangeloos zullen zijn bijdragen dus niet zijn geweest, ben ik bang. Zoveel mag wel duidelijk zijn. 

Kleuters en School: De Gevaren van Vroeg Curriculum

Het meest frustrerende voor mij als leraar jonge kinderen is wel geweest de consequent inadequate benadering van het leren van kleuters. De ouderwetse bildung. De tijd krijgen om te rijpen. Sterker nog, over het begrip ‘rijpen’ werd op zeker moment zelfs laatdunkend gesproken. Als was het een verouderd concept van wat leren behelst.

Niets is minder waar gebleken gezien de magere leesresultaten, de faalangstige generatie waar we nu mee te maken hebben. Het lage rekenniveau en zorgwekkende achterblijven van de motoriek zijn voor mij steeds overtuigender bewijs dat we het jarenlang verkeerd hebben aangepakt met het kleuteronderwijs. Vanaf de samenvoeging met de basisschool is het ontwikkelingsgerichte aanbod vervangen door een curriculum dat gericht was op het klaarstomen voor groep drie.Tegen alle waarschuwing in van de KLOS-opgeleiden van die tijd.  Daarmee werd het kind letterlijk met het badwater weggegooid. Gras groeit niet sneller door eraan te trekken. Kleuters leren niet sneller als je vroeger begint met letteraanbod of anderszins.

De zorgwekkende resultaten bij jonge leerlingen zijn niet enkel een kwestie van motivatie of capaciteiten, maar hebben diepere oorzaken in het Nederlandse kleuteronderwijs. Decennialang waarschuwden ervaren kleuterleidsters (KLOSSERS) dat de samenvoeging van kleuterschool en basisschool het spel gedreven leren zou verdringen. Hun voorspelling: de nadruk zou verschuiven naar “klaarstomen voor groep 3”. De praktijk heeft deze waarschuwing bevestigd. Het tijdsvak tussen groep 2 en 3 is cruciaal; hier ontwikkelen kinderen zich van spelgericht naar formeel leren. Wie nog niet voldoende rijp is, leert vaak oppervlakkig en kan kennis moeilijk internaliseren. 

Beleidskeuzes versterken deze druk. Samenvoeging van kleuterschool en basisschool, lumpsumfinanciering en koppeling van Cito-toetsen aan school-kwaliteitsmetingen hebben het onderwijs gestuurd naar zichtbare prestaties. Een diagnostisch instrument dat oorspronkelijk de ontwikkeling van individuele leerlingen moest volgen, werd een sturingsmiddel. Spel, exploratie en brede persoonlijke ontwikkeling maken plaats voor toetsen en schoolse drills, vaak op een tempo dat niet aansluit bij de natuurlijke rijping van kleuters.

Daarnaast heeft de invoering van ICT in kleuterklassen de dynamiek verder veranderd. Digitale hulpmiddelen kunnen interactieve en motiverende leerervaringen bieden en differentiatie ondersteunen, maar brengen ook risico’s mee: minder fysiek en sociaal spel, oppervlakkig leren door herhaling van schoolse oefeningen, en versterking van de prestatiegerichte cultuur. Zonder een goede balans kan ICT het natuurlijke ontwikkelingsproces verder onder druk zetten. Kinderen moeten voelen, tactiel bezig zijn. Zo halen ze hun wereld bij zich naar binnen. Niet door te vegen op een scherm van een tablet.

Het resultaat is een verlies van Bildung: de brede persoonlijke, sociale, cognitieve en creatieve ontwikkeling krijgt onvoldoende ruimte. Executieve functies, motivatie en sociaal-emotionele vaardigheden, essentieel voor later leren, worden minder ontwikkeld. Kinderen leren vaak reproduceren in plaats van internaliseren, waardoor het fundament voor duurzaam leren verzwakt wordt.

Het herstel ligt in **herwaardering van spel, observatie en ontwikkelingsgericht leren**, ondersteund door ICT waar passend, en in leraren die de ontwikkeling van kleuters kunnen volgen en stimuleren. Alleen door deze elementen centraal te stellen, krijgen kinderen de kans om op hun eigen tempo te groeien en een stevige basis te leggen voor formeel onderwijs en duurzame leerprestaties.

In dit licht zou een samenvoeging van kleutergroepen met peuterspeelzalen tot een nieuwe voorschool een goede optie zijn ter verbetering van het schoolleven. Een voorschool waarin het jonge kind vanaf de vroegste plaatsing als vanzelf instroomt in de kleutergroep, die, eenmaal losgemaakt van de basisschool, verlost zal zijn van die druk van het klaarstomen voor groep drie. Een nadrukkelijk en pedagogisch verantwoord spelaanbod krijgen zodat het zich in eigen tempo kan ontwikkelen. Op die wijze krijgen kleuters een goede basis aangeboden waarop het latere cursorische leren  op een betere wijze zal gedijen dan nu het geval is.

De voorschool zal vooral gericht moeten zijn en blijven op het ontwikkelingsgericht werken met kinderen.  Waar ze tijd en ruimte krijgen om in alle rust en in eigen tempo alle benodigde vaardigheden te internaliseren voordat ze met het cursorische leren in groep 3 beginnen.

De Banken Gotspe.

Waarom Nederland betaalt voor de Zuidas
Wat maakt dat we de prijzen zo blijven opdrijven? Een kamerhuur kost €800 en huizen zijn voor starters onbetaalbaar. In Nederland kunnen lokale jongeren niet eens meer een eigen toekomst opbouwen. Ze worden overboden door speculanten. Het is een gotspe.

Kop ik win, munt jij verliest
Om te begrijpen waarom de huizenmarkt op slot zit, moeten we terug naar de bankencrisis van 2008. Banken namen destijds enorme risico's op een vrije markt. Toen het kaartenhuis instortte, werden ze gered met honderden miljarden euro's aan publiek geld. De belastingbetaler fungeerde als gratis verzekeraar van het grootkapitaal. Toentertijd werd de btw verhoogd naar 21% om het gat in de staatskas te dichten [1.1]. Dat zou 'tijdelijk' zijn. We zijn jaren verder en die 21% staat er nog steeds [1.1].
Ondertussen boeken die geredde banken recordwinsten, die direct naar aandeelhouders vloeien. Beleggers gebruiken dat kapitaal vervolgens om de huizenmarkt te overspoelen, waardoor de prijzen aan de onderkant nóg verder stijgen.

De omgekeerde wereld
Zet de stappen achter elkaar en de bittere ironie is pijnlijk duidelijk. Eerst blazen banken de prijzen op. De starter staat buitenspel. Dan barst de zeepbel en mag diezelfde burger via de belastingdienst de banken redden. Als de rust terugkeert, maken banken weer miljardenwinsten, maar blijft de burger de crisis-btw betalen [1.1]. Bovendien zijn de risicomodellen nu zo streng dat een starter die al jaren €1.200 huur betaalt, alsnog geen hypotheek krijgt. Het is het privatiseren van winsten en het socialiseren van verliezen. Als het goed gaat zijn de miljarden voor de aandeelhouders, als het misgaat mag de burger opdraaien voor de schade.

Tijd voor een signaal
De politiek verschuilt zich achter spreadsheets en angst voor het 'vestigingsklimaat'. Maar als we het vertrouwen willen herstellen, moeten we breken met dit scheve systeem.
Het voorstel is simpel: breng de btw terug naar 20% [1.1]. Dat geeft de burger direct een adempauze. En de dekking? Die €3 miljard halen we via een gerichte 'Grootbanken- en Speculantentaks' op bij de overwinsten van de financials en multinationals [1.1]. Het is tijd dat de sector die we gered hebben de rekening terugbetaalt. Pas dan wordt een huis in Nederland weer een betaalbare plek om te wonen, in plaats van een casino voor aandeelhouders.

Klimaatverandering: Meneer Natuur Laat Van Zich Horen

We stellen ons de natuur eens voor als een persoon. Een meneer of mevrouw, dat maakt voor dit verhaaltje niet uit, maar in ieder geval is het een persoon. Zoals altijd met mensen onder elkaar, moeten we op de een of andere manier een harmonische manier vinden om samen te kunnen leven. We zijn natuurlijk niet allemaal hetzelfde, dus onze interesses zijn allemaal verschillend. Heel begrijpelijk dat je dus niet altijd je eigen zin kunt doen. Je moet immers rekening houden met de ander. Dat is op zijn minst een beleefde levenshouding ten opzichte van de ander. Omgekeerd geldt dat voor de ander ook.  We houden rekening met elkaar en geven elkaar de ruimte. Dat is voordelig voor alle partijen. Er is rust, evenwicht en vertrouwen, en daarbij gedijen we allemaal op onze eigen wijze heel goed. Kom ik onlangs meneer Natuur tegen. Die is me toch boos! Als ik vraag waarom ie zo boos is, begint hij aan een klaagzang over wat de mensen hem zoal hebben aangedaan de afgelopen honderden jaren. ‘Ik zal het vuurtje voorlopig eens even flink opstoken!’ Hoor ik hem zeggen. ‘Ik ben het helemaal zat dat de mensen steeds meer van me afpakken. Ik krijg geen frisse lucht meer, kan nauwelijks nog ademhalen. Ik heb geen ruimte om te groeien door de alsmaar uitdijende industriegebieden en daarmee gepaard gaande vervuiling. Jullie kappen al mijn bossen kaal om er vervolgens, heel dom, monocultuur op te planten. De dieren verliezen hun habitat en de biodiversiteit neemt zienderogen af. De hitte neemt toe en dat is al jaren aan de gang, maar die meneer Baudet en al die andere flapdrollen maar roepen. ‘Klimaatopwarming? Het is een hoax, mensen. Het is een fabeltje, het is niet bewezen en metingen zijn ook maar een mening.’ Nou, nu zitten we met peren en die zal ik ook eens flink gaan bakken. Maar je hoort die gasten, nu het echt lastig wordt ineens nergens meer over lullen. Sorry voor mijn taalgebruik, maar ik ben het al zo lang meer dan zat. Maar goed, ik zal dus dat vuurtje voorlopig wel eens flink blijven opstoken. Misschien dat jullie dan eens gaan nadenken over de gevolgen van jullie actie, of liever gezegd, jullie gebrek aan actie. Tjonge, wat reageren jullie traag zeg.
Maar goed, ik snap het wel, geldverdienen en je eigen belangen veilig stellen staat nog altijd voorop bij jullie. Tja, zolang jullie daarin niet resoluut veranderen, ben ik bang dat er weinig van jullie klimaatplannen terecht zal komen. Verslaafd zijn jullie aan meer, meer, meer. Aldus meneer Natuur. ‘Ik begrijp dat u boos bent, meneer, maar wat kunnen we dan nu nog doen? Heeft u enig idee om de boel weer binnen veilige kaders te brengen?’
‘Zeker, wanneer we eens allemaal zouden stoppen met die vermaledijde marktwerking en we teruggaan naar overheidsbemoeienis waar het nutsfuncties betreft! Dus openbaar vervoer, zorg, energievoorziening en vooral, heel erg belangrijk het bankwezen. Leg dat weer eens aan banden want, man, o man, daar zitten me een partij gewetenloze graaiers tussen. Die kennen geen ethiek meer, hebben geen moraal, of, jawel, ze hebben maar één moraal! Meer is goed, meer is grenzeloos, meer is nooit genoeg want aandeelhouders weet u wel? Nee, daar wil ik nog niet eens dood naast worden gevonden. ‘
“Oef, dat is wel erg krasse taal, meneer Natuur!’
‘Inderdaad, nu je het zegt, misschien ga ik ook wel een beetje te ver. Ok, dat laatste neem ik terug.’
‘Maar meneer Natuur, zou dat werkelijk de oplossing zijn?’
‘Zeker, je kunt nooit straffeloos de ruimte van de ander in blijven nemen. Vroeg of laat wordt die ander boos of gaat zich gedragen als een kat in het nauw. En dan weet je het wel. Nou, ik ga weer verder, dank u wel dat u even naar mijn geklaag wilde luisteren. Het lucht in ieder geval een beetje op. Goedendag verder!’
En daar gaat hij, meneer Natuur, verhit als ie momenteel is, verband hij intussen alle schepen achter zicht. Wat is verbrand komt nooit meer terug, moeten zijn gedachten zijn geweest. Ik kan het hem niet kwalijk nemen. Wanneer je door het grote geld zo met de rug tegen de muur wordt gezet als meneer Natuur, zie zelfs ik geen andere uitweg dan de boel eerst maar eens flink te verbanden. Eerder luisteren we toch niet.

Clusterfuck of Puinhoop?

Clusterfuck loopt uit de hand

dat was niet de bedoeling

Ja maar. . .Nee want. . .

Ik zei toch de vorige keer. . .

Wie heeft hier ook alweer de leiding?

Clusterfuck loopt uit de hand

omdat iedereen zijn plasje er over doet.


Typisch Nederlands om de ontstane rotzooi met één woord uit een

vreemde taal te benoemen.

Alsof we gewoon niet in staat zijn onze eigen

verantwoordelijkheid te nemen en de gevolgen samen te dragen.

Noem het gewoon zoals het is één grote puinhoop.

Een zooitje.

Nu de ‘solution’ nog.

Pardon ‘oplossing!’

De Kracht van een Vrije en Open Samenleving

Een vrije en open samenleving. Dat is toch verreweg het meest te verkiezen boven alle andere vormen van samenleven. Want een vrije en open samenleving geeft ruimte aan iedereen. Of je nu gelovig of ongelovig bent. Links of rechts. Of je nu bij een minderheidsgroep behoort of bij de LHBTQ+ gemeenschap. Voor iedereen is er namelijk dezelfde ruimte beschikbaar. Tenminste wanneer het goed is. Als we allemaal inclusief kunnen denken. Wanneer we de ander maar de ruimte kunnen laten. Het wordt pas een probleem wanneer je in je denken en overtuigingen in een gesloten systeem terechtkomt. Wanneer je enkel je eigen waarheid voor waar houdt en geen ruimte kunt bieden aan anderen om anders te denken, anders te voelen, anders lief te hebben. Het wordt een probleem wanneer je je gaat storen aan de ander die nu eenmaal anders denkt, voelt, liefheeft dan jij doet.
Ik wil graag kunnen getuigen van mijn geloof of levensovertuiging zonder in angst te moeten leven om te worden omgebracht of gearresteerd. Een ander wil zich vrijelijk kunnen aansluiten bij een politieke partij van eigen keuze of juist bij geen enkele. Of je wilt de ander de ruimte geven zijn eigen zienswijzen te volgen zolang daarmee de zienswijze van een ander niet zal worden ingeperkt. Enige mate van wellevendheid, noem het beschaving, ten opzichte van iemand die anders denkt en voelt is een belangrijke basis om tot goed samenleven te komen. Maar om een citaat van Saskia Belleman te gebruiken: “Het vernislaagje van beschaving is wel heel erg dun.”

Waarom Zelfzucht Ons Uitput en De Ander Verlicht

Wanneer ik niet langer in het middelpunt van mijn bestaan verkeer, maar De Ander.
Wanneer ik afzie van mijzelf en De Ander uitnemender acht dan ik zelf ben.
Wanneer ik doe aan De Ander wat goed is, komt het goede, als vanzelf, mijn kant op, en zo niet, dan heb ik in elk geval iets goeds gedaan. Dan heb ik daarmee toch enig licht gebracht in deze donkere tijden. Bovendien, wanneer ik iets voor De Ander kan betekenen, wordt mijn leven ook betekenisvol. Feitelijk bestaan we allen bij de gratie van De Ander. Want zeg nou zelf, alleen is maar alleen. Wanneer je zelf het centrum van je eigen wereld bent en alles draait om jou, dan is dat dodelijk vermoeiend op den duur. Alsof je een leegte probeert te vullen. Alsof je water schept met een emmer zonder bodem. Zodra je de emmer uit het water haalt, is hij al weer leeg. Je hebt een volkomen zinloze handeling verricht zonder resultaat. Ik zie jonge mensen, plaatjes schieten van zichzelf om vervolgens op Instagram te zetten. Plaatjes van mooie plekken waar men dan vertoeft. Aan een zonnig strand, een prachtige baai met azuurblauw water en prachtige vissen. Plaatjes van zichzelf met mooie kleren aan. Een gezicht zo mooi mogelijk in de plooi met een fantastische tandpasta smile. Of stoer in een gehuurde knappe cabriolet, in een gym met gewichten in de weer. Hier en daar wat vrouwonvriendelijke commentaren waarmee direct duidelijk wordt hoe men denkt over de man-vrouw verhouding. Allemaal waterscheppers met emmers zonder bodem.
Zodra je van jezelf durft af te zien en uit het centrum stapt en daar De Ander zet, krijgt jouw bestaan pas werkelijk betekenis, niet eerder. Wij zijn mens onder de mensen en afhankelijk van elkaars welbevinden. Als het goed gaat met De Ander, gaat het goed met ons allemaal. Dus als je wilt dat het goed gaat met jou wees dan om te beginnen ook goed voor De Ander.