Burger Service Nummer

Specimen
Het claimen van halve waarheden of in twijfel trekken van gevestigde wetenschap. Deze afdoen als ‘ook maar een mening’.
Mogelijk gemaakt door onze moderne sociale media zonder afdoende regelgeving of etikette. Het z orgt allemaal voor een enorme oppervlakkigheid. De doorsnee contentconsument neemt immers makkelijker korte berichten tot zich dan dat hij of zij of het zich verdiept in longreads uit de kranten. Zeker niet wanneer je op een klein telefoonscherm leest. Tel daarbij op dat tweets ook maar een beperkt aantal tekens mogen hebben en het recept voor desinformatie of vervlakking van echte kennis van zaken is geboren. Zeker wanneer de beheerders van de sociale mediaplatforms niet geinteresseerd zijn in waarheden of de zuiverheid van berichtgeving maar veeleer zich bezig houden met het genereren van content om daartussen advertenties te plaatsen die geld opbrengen. Hun verdienmodel heeft enkel belang bij verkoop van ads en tendentieuze berichtjes leveren nu eenmaal een constante stroom lezers op.
De jeugd van vandaag groeit op met een informatiebrij die in een constante stroom over hen wordt uitgekotst. Verdiepende gesprekken met leeftijdsgenoten zitten er ook niet echt in want ze zijn constant bezig met hun telefoon. Nuances ontgaan hen en ze leren enkel denken in termen van zwart of wit, wat is in wat is uit, wat is populair wat niet. Laten zich afleiden door pings en plops die weer nieuwe berichten aankondigen. Er is gewoon geen verdieping meer van de vriendschap, het debat met elkaar, het je scherpen aan elkaars mening. Alles is een verdienmodel geworden. De telefoons zelf, de software die erop staat de sociale mediakanalen die men gebruikt. Nergens zie ik de rust en de gerichtheid op de ander zoals die voor het internettijdperk gebruikelijk was.
Ik kon me als jonge jongen vergapen aan de nieuwste hobby computers die in de etalages lagen. Het programmeren lonkte nog als nieuwste uitdaging. De ZX spectrums, De Commodore Amiga’s de Atari’s . Ze passeerden allemaal ,bleven een poosje om plaats te maken voor nieuwere , betere modellen. De digitalisering van de samenleving nam een vlucht en daarmee groeide de verarming van ons menselijke mededogen omgekeerd evenredig. Iedereen, werkelijk iedereen leeft tegenwoordig in een digitale hub. Sterker nog we hebben inmiddels een overheid die jou alleen nog maar kent via je burgerservicenummer. Iemand die niet zo’n nummer heeft bestaat gewoonweg niet. Zo iemand kan ook niks in Nederland. Geen werk zoeken, geen woonruimte zoeken, geen gebruik maken van sociale zekerheidswetten. Kortom je bestaat niet als je geen nummer hebt. Zo ver is de ontpersoonlijking al gekomen in ons ‘onwijs gave landje.’ Over gebrek aan verbondenheid en vertrouwen in de politiek gesproken. Laten we wel wezen, we zijn inmiddels aanbeland in een systeem van georganiseerd wantrouwen.
Het is immers met getallen makkelijker manipuleren dan met mensen van vlees en bloed. Bijkomend prettig effect! Laat de algoritmes er maar op los en niemand is nog verantwoordelijk.
In dat licht bezien sloeg in 2003-2004 Little Britains character van Carol Beer (Computer says no!) de spijker op zijn kop!
Laat de S van Service vooralsnog maar weg uit de nummering. Maak er maar een burger nummer van.

Carol Beer-Little Britain.

Plant based

Plant based is het nieuwe eufemisme voor vegan.
Vegan wordt nog steeds geaccocieerd met de streaker van destijds. Dat malle broekje dat het laatste restje schaamte moest bedekken zorgde er juist voor dat het een rel werd en daarmee bezorgde hij in zijn eentje het woord vegan een activistische lading. Terwijl het juist de bedoeling is om de planeet te redden door de nadruk te leggen op plantaardige voeding en het eten van vlees te ontmoedigen.
Die trend is inmiddels flink doorgezet richting alternatieven door zuivel erin mee te nemen.
Strijp S , zo’n modernistische Eindhovense techhub is er een mooi voorbeeld van. Daar kun je in bijna iedere eettoko naast gewoon een koffietje ook een latte havermelk bestellen als alternatief voor mensen met een koemelkallergie. Ik ontdekte het tijdens de Dutch Design weken waar ik mijn hart hoopvol kon ophalen aan alle nieuwe ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid. Wat er aan zit te komen in de nabije toekomst stemt mij hoopvol en geeft me vertrouwen dat de nieuwe generatie heel goed in de gaten heeft hoe wij, oudere generaties toch ook wel een hoop verhabbezakt hebben op millieutechnisch gebied. Daarbij dient wel te worden opgemerkt dat ook wij in onze jeugd niet beter konden dan wat er in die tijd technisch mogelijk was. Inmiddels hebben we de zonnepanelen, de windturbines,de waterstofcapaciteit,de batterijen die nodig zijn voor een betere en duurzamere energievoorziening. Daarmee pleit ik de oudere generatie niet vrij maar plaats het wel in perspectief. Laat onverlet dat de toekomst daar in Eindhoven opnieuw voor een groot deel technisch wordt bepaald in een hoopvollere richting. Een Philips 3.0 effect mag je het misschien wel noemen maar dan zonder die merknaam die Eindhoven in de vorige eeuw zo nadrukkelijk op de kaart heeft gezet.
Het mooie is dat waar vroeger mijn vader in stofjas in zijn fabriekshal aan het werk was vandaag de dag de mooiste ideeën voor een duurzamere toekomst ontstaan. Ja er zijn veel fabrieksgebouwen verdwenen uit Eindhoven maar ook zijn er genoeg overgebleven en hebben een nieuwe bestemming gekregen. Dat is en blijft toch de schoonheid en de kracht van Eindhoven. Daar ben, en blijf, ik erg trots op.
Laten we wegblijven van verharding en activisme en toegroeien naar een zachte transitie richting een duurzamere wereld en ja, daar mogen zeker de nieuwste technieken voor worden ingezet.

Wellevendheid


Je kunt cocoonen tot je vervreemd raakt van de wereld.
Je geloof gaan brengen bij mensen die er niet op staan te wachten.
Je kunt hulp gaan verlenen om het leed wat te verzachten
Je kunt nog zoveel doen om het leven zin te geven.
Maar het leven heeft geen zin jij gelukkig wel.
Voor jou en mijn gemak ga ik daar meer eventjes van uit.
Dus..
Waar heb jij nou zin in om, pak hem beet, volgend jaar eens flink je tanden in te zetten!

Een nieuwe vorm van energie ontwikkelen?
Alle plastic soep de wereld uit?
Echte vrede in de wereld? Maar dan ook echt onvoorwaardelijk en voor ieder volk op aarde. Niet dat sektarisch hullie zullie gedoe. Dat kennen we nu wel.
Een nieuwe mens te worden in Christus?
Een zuivere gelovige en volger van Allah?
Het bereiken van een totale staat van onthechting in de geest van Budha?
Op zich allemaal heel positief gerichte bijdragen als ik het zo bezie.
Kierkegaard vond het zaak om een werkelijke passie te ontwikkelen en daarmee in verbinding te komen met jezelf, je meest authentieke drijfveren om je leven daar mee in te richten. Wat ik hier probeerde te beginnen als een gedicht blijkt nu dus de vorm gekregen te hebben van een overdenking, een reflectie op hoe ik mijn leven zou willen inrichten en welke thema’s voor mij belangrijk zijn.

1-De ander uitnemender achten dan ikzelf. Ik ken mezelf immers het beste en ik weet als enige hoe het er diep binnen in mij aan toe gaat, welke overleggingen door mijn gedachten schieten. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat die niet altijd even nobel of fraai zijn. Niet altijd opbouwend of gericht op goede bedoelingen. Maar dat zal niemand vreemd zijn. Zulke overwegingen schieten bij ieder van ons door het denken.
Van belang is of we daar kritiekloos aan toegeven. We mogen alles zeggen maar het dient niet altijd een hoger doel om dat dan ook altijd maar te doen.
Woorden doen er toe, kunnen helend zijn maar ook kwetsend of ronduit dodelijk omdat ze anderen tot een ultieme daad van zelfontkenning kunnen drijven.

2-Mij blijvend bewegen op de weg van Christus omdat Hij voor mij richtingbepalend is in mijn denken. Zijn woorden zijn voor mij het kompas dat mijn leven stuurt. Langs die route wil ik lopen. Dat is een eigen wilsbesluit. Daar doe ik niemand mee te kort het betreft immers mijn keus. Ik zeg niet wat een ander zou moeten doen. Dat is een houding die ik gelukkig heb afgeleerd.

3-In de ontmoeting met de ander er gewoon maar zijn. Als tegenover, gesprekspartner, causeur, spiegel, of waar noodzakelijk, plaats te nemen naast de ander wanneer die in de put zit. Daar zijn, zwijgend, als gezelschap opdat de ander weet en ervaren kan. Ik zit hier dan wel in mijn put maar ik ben gelukkig niet alleen. Volgens mij is daar enorm veel behoefte aan. Aan gezelschap. De grootste leugen die de digitale technologie ons de afgelopen decennia heeft ingewreven is die van de volledige bereikbaarheid via sociale media. Het is niets anders gebleken dan een splijtzwam die het meest donkere in de mensen naar boven heeft gehaald en dat donkere aspect van ons mens zijn aan het licht heeft gebracht. We voelen ons veilig in onze anonimiteit om de ander de maat te nemen zonder enige terughoudendheid in onze gekozen woorden, kwalificaties, terminologie.
Het algoritme dat daarop is ingesteld deed de rest en zo zorgden we er met elkaar voor
dat feitenchecken onontkoombare noodzaak is geworden omdat we nu eenmaal zo op spektakel gericht zijn en er ons zo makkelijk door laten verleiden.
Waar je vroeger nog kon zeggen;’Ik neem geen abonnement op die roddelbladen.’ Las je ze toch wel eens door terwijl je bij de kapper zat of in de wachtkamer van een ziekenhuis.
Die houding gaat niet langer op voor sociale media. Het systeem dat erachter zit voedt onze nieuwsgierigheid met meer van hetzelfde. Het een nog dramatischer dan het andere.
Het algoritme reageert gewoonweg niet op ‘zachtere mededelingen’ Die zakken weg uit de tijdlijnen. Te weinig volgers klikken daar op. En zoals iedereen inmiddels weet betekenen weinig tot geen clicks een onherroepelijke uitbanning uit de tijdlijnen. Ze zijn commercieel niet interessant. Terwijl zachtere bijdragen een positievere invloed zouden hebben op ons openbare discours. De wellevendheid is ver te zoeken en zakt steeds verder weg. En het trieste ervan is dat nu na zoveel lange virtuele jaren die manier van zeggen doorsijpelt in ons publieke debat, de wijze van handelen en spreken bepaald wordt hierdoor. In negatieve zin, helaas, worden uitspraken vaak ondoordacht gedaan en de woordkeus is niet altijd verheffend te noemen. Men wil wel wat zeggen maar kiest een manier die afbreuk doet aan de essentie van ons mens zijn. We zijn immers samen, we moeten er samen iets van maken. Het geeft geen pas elkaar de tent uit te vechten of elkaar verbaal vliegen af te vangen. We zijn satire ver voorbij hebben geen zicht meer op de ironie van ons eigen bestaan en vervallen ondertussen in het ontkennen van die ander, in de ontkenning van de ander als serieuze gesprekspartner om van gedachten mee te wisselen. Sterker nog er is geen uitwisseling van gedachten meer, enkel nog het proclameren van de eigen waarheid en het wegpoetsen van de ander dooor hem of haar belachelijk te maken, uit te schelden of met de dood te bedreigen. Het is verworden tot digitale kroegentaal en daar verzet ik me komend jaar tegen. De wereld heeft meer zachtheid nodig en de wellevendheid keert enkel terug in onze samenleving wannneer we er op sociale media een begin mee maken. Wie doet er met me mee?

Vrijwilligers.

Verzorgingshuis. Zomaar op een vrijdagochtend. Weer eens binnengewandeld om te socializen met de oudere medemens. De dag helpen breken het moment van verstilling doorsnijden met een praatje, een kop koffie.
Drie ouderen zijn bezig met het maken van kerstbakjes. Een begeleidster is druk doende een nog kaal boompje te versieren voor de oudste bewoner van de afdeling. Tante Truus noemen we haar. We respecteren haar om wie ze is en haar ver gevorderde leeftijd van 97 jaar. Ze kan zelf bijna niets meer maar bevelen geven kan ze nog als de beste.
‘Daar, zo ja, daar nog zo’n rood takje met bessen eromheen, helemaal eromheen ja.
Boven nog wat strikken in de takken en in top die ster wil ik erop. Ja die ja.’
Goed Tante Truus, ga ik voor u regelen.
En zo zijn we al snel een half uurtje verder, de Boom is inmiddels klaar en we kunnen de lichtjes testen. Gelukkig doen ze het nog anders hadden we de hele boom weer uit elkaar moten halen. Oude, hulpbehoevende mensen bezig met het laatste stukje van het leven. Ze hebben onze zorg nodig, onze nabijheid want op hun kamertjers zitten ze soms te lang alleen. Dan kijken ze naar buiten of naar de TV. Omdat ze niet meer zelfstandig mobiel zijn zijn ze afhankelijk van iemand die ze van hun kamer haalt en naar de algemene ruimte brengt en ze betrekt bij het sociale gebeuren dat ook hier echt wel doorgaat.
We zijn een verschrikkelijk rijk land en we hebben in de afgelopen decennia de hulp aan ouderen tot een beschamend minimum teruggebracht. Kennelijk is dat onze werkelijke inborst. Wij nederlanders willen wel van alles maar het mag nooit te veel kosten en al zeker geen persoonlijke offers. Maar daar wil ik niet te lang bij blijven stilstaan. Die onhebbelijke hollandse gewoonte van zuinigheid voor alles is algemeen bekend. Laat ik stilstaan bij al die vrijwilligers die onze samenleving nog een beetje draaglijk maken. Als smeerolie tussen de raderen zorgen ze ervoor dat de boel maatschappelijk niet vastloopt. Want een ding is mij dit afgelopen jaar heel duidelijk geworden.
Als morgen alle vrijwilligers ermee zouden kappen zou de boel helemaal vastlopen, geen oudere meer van de kamer afkomen, geen sportclub hun leden kunnen trainen, eenzamen geen bezoek meer krijgen, organisaties in de zorg het werk niet meer menswaardig kunnen bolwerken. We leven in een samenleving die is overgeleverd aan de genadegaven van haar vrijwilligers. Dat wou ik graag eens gezegd hebben.

CITO dwang.

Waar de onderwijspolitiek weer teruggrijpt op het leidend maken van de CITO gaat ze opnieuw voorbij aan de deskundigheid van de leerkracht die het kind langere tijd gezien heeft.
Ze blijft zoeken naar een "neutrale" manier om tot verantwoorde doorverwijzing te komen en daar is op zich niks mis mee.
Wanneer bij hogere Cito score een verplichte aanpassing moet komen van het verwijsadvies wordt de adviserende rol van de leerkracht weer verzwakt, wordt er toegegeven aan klagende ouders en bevestigen we daarmee de claimcultuur in ons huidige maatschappij. Want als je je maar flink laat horen krijg je tenslotte datgene waar je om hebt gevraagd, een hoger advies.

Bovendien wordt op die manier het advies van een leerkracht volstrekt overbodig. We kunnen dan beter direct spreken van een centraal schriftelijk examen in het basisonderwijs en laten voortaan CITO uitmaken naar welke school uw kind zal worden doorverwezen. Lekker neutraal, niemand verantwoordelijk, de toets is immers waardenvrij opgezet op basis van vooraf gegenereerde data.
Maar als we daar voor kiezen, wat dan?
Mocht uw kind dan zijn of haar dag niet hebben hoe lossen we dat dan netjes op met elkaar? Want dat er dan klagers zullen zijn staat nu al als een paal boven water.
Wanneer de CITO uitslag zo bepalend wordt moeten klagende ouders bij mindere prestatie van hun kind zich daar dan ook bij neerleggen?
Ik blijf van mening dat CITO een politiek sturingsinstrument is dat onze samenleving al in een vroeg stadium indeelt in drie groepen. Namelijk een onderlaag een middenlaag en een bovenlaag. (Ster, Maan en Zon) of zoals bij mij vroeger op school. (Vierkantje, Driehoek of Stip)
Waarom immers moeten anders jaarlijk de normeringen worden aangepast?
Dat kinderen van hoger opgeleide ouders vaker een hoger verwijsadvies krijgen wijt ik niet aan CITO of het op een later tijdstip afnemen daarvan. Wijt ik ook niet aan een al te vriendelijke opstelling van de docent. Ik wijt dit aan de mondigheid van de hoogopgeleide ouders.
Het zou interessant zijn om te onderzoeken hoe het die kinderen in hun verdere loopbaan dan is vergaan, of ze die hogere schoolverwijzing al dan niet met succes hebben afgerond.
Of dat er doublures zijn geweest of alsnog een terugplaatsing naar een lager schooltype heeft plaatsgevonden. Eenzelfde onderzoek zou ook moeten plaatsvinden naar kinderen van laag opgeleide ouders die hoog zijn ingestroomd om te kijken of die adviezen terecht zijn geweest.
Pas dan krijgen we een eerlijk beeld dunkt me over de kwaliteit van doorverwijzing van de basisschool. Van de leerkracht van groep 8 is namelijk ook een zekere expertise op dat gebied en die wordt steeds weer in twijfel getrokken en daar heb ik moeite mee.
Bovendien heeft CITO ook belang bij de verkoop van haar product. Er moeten toetsen verkocht worden. Er moeten opfriscursussen verkocht worden. Trainingen die cito gerelateerd zijn moeten op de markt gebracht worden. Kortom er moet goed aan verdiend worden want Cito is commercieel. Dat is trouwens ook een zwaarwegend aspect waar ik veel moeite mee heb. Het hele randgebeuren erom heen voor de kinderen en hun ouders. Jeugdjournaal dat al weken van te voren de boel warmdraait. De app industrie (SQULA) pikt er een graantje van mee. Trainingsbureaus schieten als paddenstoelen uit de grond, huiswerkbegeleiding met een fiks prijskaartje. Al vanaf groep 3 kun je je kind op een cursus doen.Als je het geld ervoor hebt. Er ontstaat zo een op zichzelf staande ‘onderwijsmarkt’ die commercieel interessant genoeg is voor uitgevers, bureautjes, dienstverlening etc. Volgens mij begint dus de vermeende tweedeling daar al en niet bij het doorverwijzingsadvies van de leerkracht in groep 8.
Het begint al vroeg in de schoolloopbaan van de kinderen. De drang om zonder doublures de school te doorlopen, want doublures kosten extra geld, weegt zwaarder dan het in een passend tempo ontwikkelen van de basisvaardigheden die voorwaarden zijn om tot goed leren te komen.
Om, als kind, tot een goede balans in het methodisch leren te komen moet je toch al wel een behoorlijk arsenaal aan vaardigheden paraat hebben. je luisterhouding moet goed zijn, je concentratieboog op peil, je handelingsvolgorde dient goed te zijn, je executieve functies moeten goed ontwikkeld zijn, je zelfstandigheid voldoende. Allemaal belangrijke voorwaarden om vanaf groep 3 voldoende toegerust te zijn om deel te kunnen nemen aan de methodisch cursorische aanpak die daar in het leren wordt geintroduceerd.

Tot nut van het algemeen!

Bron:Google

De vercommercialisering van onze samenleving is al een heel eind gevorderd. We leven tegenwoordig in een participatie-maatschappij alsof die nooit eerder heeft bestaan.
Al jarenlang is men bezig om nutsfuncties uit het maatschappelijke leven te verbannen.
Vroeger had je dat soort instellingen. Vertrouwenwekkende instituten tot nut van het algemeen. Je kon er terecht voor zaken die je geregeld moest krijgen zoals uitkeringen, toeslagen, kinderbijslag, ziekenfonds. Noem maar op.
Al die vertrouwenwekkende instituten zijn verdwenen of omgewerkt naar controlerende instanties verantwoordelijk voor … Ja eigenlijk gewoon voor dezelfde zaken.
Alleen het ziekenfonds is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor commerciele zorgverzekeraars.
Waar ik het over wil hebben is die term. ‘Tot nut van het algemeen.’
Die term is meer en meer uit onze belevingswereld verdwenen. Daarvoor in de plaats zijn controlerende instanties gekomen. Het komt mij voor dat dat niet zo’n fijn idee is om je als burger meer en meer gecontroleerd te weten en dat je eigenlijk niet meer terecht kunt bij instanties die tot nut van ons algemeen belang dienen.
Ze zijn er nog wel maar dragen andere namen. Servicebalie, infopoints of helpdesks, klantenservices enzovoort.
Dat klinkt anders, dat voelt anders. Minder vertrouwenwekkend. Waarom? Omdat er een zeker belang achter schuil lijkt te gaan. Een belang dat niet perse het jouwe hoeft te zijn. En dat geeft een onrust die ik eerder niet had bij instanties tot nut van het algemeen.
Zouden we niet terug kunnen gaan naar die situatie? Alleen al om het feit dat je op die manier als overheid meer vertrouwen kunt verkrijgen en daarnaast om het feit dat die term ‘tot nut van het algemeen’ iets van ons allen samen impliceert en onderstreept telkens wanneer je als burger bij zo’n instantie aanklopt voor hulp, advies of het regelen van wettelijk verankerde zaken zoals ziektekostenvergoedingen,kindertoeslagen,en ga zo maar door. Graag met zo’n ouderwetse balie waar iemand achter zit van vlees en bloed die weet van de hoed en de rand. Graag iemand met een naam zodat je kunt refereren aan met wie je gesproken hebt in plaats van een onpersoonlijke chatsessie zoals tegenwoordig gebruikelijk. Misschien dat dan heel langzaam die zo verlangde maatschappelijke samenhang weer terug kan keren in onze maatschappij.

Faalangstige generatie.

Jarenlang hebben we in nederland druk gezet op het verbeteren van het onderwijs.
De lat alsmaar hoger gelegd. Vroeger beginnen met het cursorisch leren.
Was bij het samenvoegen van basisonderwijs en kleuterscholen in 1987 nog het plan om dicht bij het tempo van de kleuterschoolleerling te blijven werd dat pad al snel losgelaten. Uiteindelijk werden de citoscores leidend. Kleuterklassen werden klaargestoomd voor groep drie.
Daar immers neemt het cursorisch lesgeven een aanvang. Resultaat is dat er enkele generaties kleuters eerder dan goed voor hen was onder druk zijn gezet om vroeger met het cursorisch leren van letters en rekenkundige begrippen aan de slag te gaan.
Er werden zelfs citotoetsen voor kleuters ontwikkeld door academisch geschoolde professoren.
We zijn inmiddels enkele deccenia verder en we zien nu de wrange vruchten van die inzet.
We hebben het broodnodige rijpen van de kleuter in zijn kleuterjaren te makkelijk losgelaten. Dit had als resultaat een faalangstige generatie die te weinig bodem heeft ontwikkeld om tot een gedegen probleemoplossende levenshouding te komen.
We hebben een generatie opgeleid die een bedenkelijk niveau van leesvaardigheid heeft weten te bereiken. Waarom lukt het maar niet op alleen al dit aspect op orde te krijgen. Alle ontwikkelde methoden ten spijt?
Ik denk dat dat mede komt doordat het ontbroken heeft aan een gedegen basisontwikkeling van de kleuters. Ze hebben onvoldoende de rust en gelegenheid gekregen om zich te ontwikkelen in hun eigen tempo. De basisontwikkeling heeft nooit goed plaatsgevonden. Daardoor missen ze nu noodzakelijke bodem. Die is dus veel te dun.
Er is bij die generatie te snel van alles in de koppies gestopt en gechecked via toetsing met als uiteindelijk resultaat onvoldoende draagkracht in hun persoonlijkheid.
Msschien dat onze onderwijsministers daar eens een gedegen onderzoek naar moet laten verrichten in plaats van hap snap initiatieven te lanceren die kant nog wal raken en gespeend zijn van elk pedagogisch inzicht.

Vragen daarbij zouden kunnen zijn:

-Wat waren vooral de goede aspecten van het kleuteronderwijs van voor 1987?

-In hoeverre is een brede, en vooral in eigen tempo afgelegde, ontwikkeling van invloed op het latere cursorisch leervermogen van een leerling. Is er een aantoonbaar verband?

-Heeft het te snel en te vroeg beginnen met fonemisch bewustzijn in de kleuterleeftijd niet juist een nadelig effect op de lesontwikkelingen later?

-Kan het zijn dat dit versnelde traject negatief inwerkt op het kleuterbrein dat nog volop in ontwikkeling is?

-In hoeverre is het van belang dat je pas aansluit met het aanleren van letters als de leerling er aan toe is en hoe bepaal je op een adequate wijze dat juiste moment?

-In hoeverre staat financiële druk vanuit de schoolorganisaties de juiste pedagogische keuzes in de weg?


Mij lijkt het in elk geval interessante onderzoeksvragen voor diegenen die momenteel pedagogiek studeren op universitair niveau.
%d bloggers liken dit: