Vrijwilligers.

Verzorgingshuis. Zomaar op een vrijdagochtend. Weer eens binnengewandeld om te socializen met de oudere medemens. De dag helpen breken het moment van verstilling doorsnijden met een praatje, een kop koffie.
Drie ouderen zijn bezig met het maken van kerstbakjes. Een begeleidster is druk doende een nog kaal boompje te versieren voor de oudste bewoner van de afdeling. Tante Truus noemen we haar. We respecteren haar om wie ze is en haar ver gevorderde leeftijd van 97 jaar. Ze kan zelf bijna niets meer maar bevelen geven kan ze nog als de beste.
‘Daar, zo ja, daar nog zo’n rood takje met bessen eromheen, helemaal eromheen ja.
Boven nog wat strikken in de takken en in top die ster wil ik erop. Ja die ja.’
Goed Tante Truus, ga ik voor u regelen.
En zo zijn we al snel een half uurtje verder, de Boom is inmiddels klaar en we kunnen de lichtjes testen. Gelukkig doen ze het nog anders hadden we de hele boom weer uit elkaar moten halen. Oude, hulpbehoevende mensen bezig met het laatste stukje van het leven. Ze hebben onze zorg nodig, onze nabijheid want op hun kamertjers zitten ze soms te lang alleen. Dan kijken ze naar buiten of naar de TV. Omdat ze niet meer zelfstandig mobiel zijn zijn ze afhankelijk van iemand die ze van hun kamer haalt en naar de algemene ruimte brengt en ze betrekt bij het sociale gebeuren dat ook hier echt wel doorgaat.
We zijn een verschrikkelijk rijk land en we hebben in de afgelopen decennia de hulp aan ouderen tot een beschamend minimum teruggebracht. Kennelijk is dat onze werkelijke inborst. Wij nederlanders willen wel van alles maar het mag nooit te veel kosten en al zeker geen persoonlijke offers. Maar daar wil ik niet te lang bij blijven stilstaan. Die onhebbelijke hollandse gewoonte van zuinigheid voor alles is algemeen bekend. Laat ik stilstaan bij al die vrijwilligers die onze samenleving nog een beetje draaglijk maken. Als smeerolie tussen de raderen zorgen ze ervoor dat de boel maatschappelijk niet vastloopt. Want een ding is mij dit afgelopen jaar heel duidelijk geworden.
Als morgen alle vrijwilligers ermee zouden kappen zou de boel helemaal vastlopen, geen oudere meer van de kamer afkomen, geen sportclub hun leden kunnen trainen, eenzamen geen bezoek meer krijgen, organisaties in de zorg het werk niet meer menswaardig kunnen bolwerken. We leven in een samenleving die is overgeleverd aan de genadegaven van haar vrijwilligers. Dat wou ik graag eens gezegd hebben.

CITO dwang.

Waar de onderwijspolitiek weer teruggrijpt op het leidend maken van de CITO gaat ze opnieuw voorbij aan de deskundigheid van de leerkracht die het kind langere tijd gezien heeft.
Ze blijft zoeken naar een "neutrale" manier om tot verantwoorde doorverwijzing te komen en daar is op zich niks mis mee.
Wanneer bij hogere Cito score een verplichte aanpassing moet komen van het verwijsadvies wordt de adviserende rol van de leerkracht weer verzwakt, wordt er toegegeven aan klagende ouders en bevestigen we daarmee de claimcultuur in ons huidige maatschappij. Want als je je maar flink laat horen krijg je tenslotte datgene waar je om hebt gevraagd, een hoger advies.

Bovendien wordt op die manier het advies van een leerkracht volstrekt overbodig. We kunnen dan beter direct spreken van een centraal schriftelijk examen in het basisonderwijs en laten voortaan CITO uitmaken naar welke school uw kind zal worden doorverwezen. Lekker neutraal, niemand verantwoordelijk, de toets is immers waardenvrij opgezet op basis van vooraf gegenereerde data.
Maar als we daar voor kiezen, wat dan?
Mocht uw kind dan zijn of haar dag niet hebben hoe lossen we dat dan netjes op met elkaar? Want dat er dan klagers zullen zijn staat nu al als een paal boven water.
Wanneer de CITO uitslag zo bepalend wordt moeten klagende ouders bij mindere prestatie van hun kind zich daar dan ook bij neerleggen?
Ik blijf van mening dat CITO een politiek sturingsinstrument is dat onze samenleving al in een vroeg stadium indeelt in drie groepen. Namelijk een onderlaag een middenlaag en een bovenlaag. (Ster, Maan en Zon) of zoals bij mij vroeger op school. (Vierkantje, Driehoek of Stip)
Waarom immers moeten anders jaarlijk de normeringen worden aangepast?
Dat kinderen van hoger opgeleide ouders vaker een hoger verwijsadvies krijgen wijt ik niet aan CITO of het op een later tijdstip afnemen daarvan. Wijt ik ook niet aan een al te vriendelijke opstelling van de docent. Ik wijt dit aan de mondigheid van de hoogopgeleide ouders.
Het zou interessant zijn om te onderzoeken hoe het die kinderen in hun verdere loopbaan dan is vergaan, of ze die hogere schoolverwijzing al dan niet met succes hebben afgerond.
Of dat er doublures zijn geweest of alsnog een terugplaatsing naar een lager schooltype heeft plaatsgevonden. Eenzelfde onderzoek zou ook moeten plaatsvinden naar kinderen van laag opgeleide ouders die hoog zijn ingestroomd om te kijken of die adviezen terecht zijn geweest.
Pas dan krijgen we een eerlijk beeld dunkt me over de kwaliteit van doorverwijzing van de basisschool. Van de leerkracht van groep 8 is namelijk ook een zekere expertise op dat gebied en die wordt steeds weer in twijfel getrokken en daar heb ik moeite mee.
Bovendien heeft CITO ook belang bij de verkoop van haar product. Er moeten toetsen verkocht worden. Er moeten opfriscursussen verkocht worden. Trainingen die cito gerelateerd zijn moeten op de markt gebracht worden. Kortom er moet goed aan verdiend worden want Cito is commercieel. Dat is trouwens ook een zwaarwegend aspect waar ik veel moeite mee heb. Het hele randgebeuren erom heen voor de kinderen en hun ouders. Jeugdjournaal dat al weken van te voren de boel warmdraait. De app industrie (SQULA) pikt er een graantje van mee. Trainingsbureaus schieten als paddenstoelen uit de grond, huiswerkbegeleiding met een fiks prijskaartje. Al vanaf groep 3 kun je je kind op een cursus doen.Als je het geld ervoor hebt. Er ontstaat zo een op zichzelf staande ‘onderwijsmarkt’ die commercieel interessant genoeg is voor uitgevers, bureautjes, dienstverlening etc. Volgens mij begint dus de vermeende tweedeling daar al en niet bij het doorverwijzingsadvies van de leerkracht in groep 8.
Het begint al vroeg in de schoolloopbaan van de kinderen. De drang om zonder doublures de school te doorlopen, want doublures kosten extra geld, weegt zwaarder dan het in een passend tempo ontwikkelen van de basisvaardigheden die voorwaarden zijn om tot goed leren te komen.
Om, als kind, tot een goede balans in het methodisch leren te komen moet je toch al wel een behoorlijk arsenaal aan vaardigheden paraat hebben. je luisterhouding moet goed zijn, je concentratieboog op peil, je handelingsvolgorde dient goed te zijn, je executieve functies moeten goed ontwikkeld zijn, je zelfstandigheid voldoende. Allemaal belangrijke voorwaarden om vanaf groep 3 voldoende toegerust te zijn om deel te kunnen nemen aan de methodisch cursorische aanpak die daar in het leren wordt geintroduceerd.

Tot nut van het algemeen!

Bron:Google

De vercommercialisering van onze samenleving is al een heel eind gevorderd. We leven tegenwoordig in een participatie-maatschappij alsof die nooit eerder heeft bestaan.
Al jarenlang is men bezig om nutsfuncties uit het maatschappelijke leven te verbannen.
Vroeger had je dat soort instellingen. Vertrouwenwekkende instituten tot nut van het algemeen. Je kon er terecht voor zaken die je geregeld moest krijgen zoals uitkeringen, toeslagen, kinderbijslag, ziekenfonds. Noem maar op.
Al die vertrouwenwekkende instituten zijn verdwenen of omgewerkt naar controlerende instanties verantwoordelijk voor … Ja eigenlijk gewoon voor dezelfde zaken.
Alleen het ziekenfonds is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor commerciele zorgverzekeraars.
Waar ik het over wil hebben is die term. ‘Tot nut van het algemeen.’
Die term is meer en meer uit onze belevingswereld verdwenen. Daarvoor in de plaats zijn controlerende instanties gekomen. Het komt mij voor dat dat niet zo’n fijn idee is om je als burger meer en meer gecontroleerd te weten en dat je eigenlijk niet meer terecht kunt bij instanties die tot nut van ons algemeen belang dienen.
Ze zijn er nog wel maar dragen andere namen. Servicebalie, infopoints of helpdesks, klantenservices enzovoort.
Dat klinkt anders, dat voelt anders. Minder vertrouwenwekkend. Waarom? Omdat er een zeker belang achter schuil lijkt te gaan. Een belang dat niet perse het jouwe hoeft te zijn. En dat geeft een onrust die ik eerder niet had bij instanties tot nut van het algemeen.
Zouden we niet terug kunnen gaan naar die situatie? Alleen al om het feit dat je op die manier als overheid meer vertrouwen kunt verkrijgen en daarnaast om het feit dat die term ‘tot nut van het algemeen’ iets van ons allen samen impliceert en onderstreept telkens wanneer je als burger bij zo’n instantie aanklopt voor hulp, advies of het regelen van wettelijk verankerde zaken zoals ziektekostenvergoedingen,kindertoeslagen,en ga zo maar door. Graag met zo’n ouderwetse balie waar iemand achter zit van vlees en bloed die weet van de hoed en de rand. Graag iemand met een naam zodat je kunt refereren aan met wie je gesproken hebt in plaats van een onpersoonlijke chatsessie zoals tegenwoordig gebruikelijk. Misschien dat dan heel langzaam die zo verlangde maatschappelijke samenhang weer terug kan keren in onze maatschappij.

Faalangstige generatie.

Jarenlang hebben we in nederland druk gezet op het verbeteren van het onderwijs.
De lat alsmaar hoger gelegd. Vroeger beginnen met het cursorisch leren.
Was bij het samenvoegen van basisonderwijs en kleuterscholen in 1987 nog het plan om dicht bij het tempo van de kleuterschoolleerling te blijven werd dat pad al snel losgelaten. Uiteindelijk werden de citoscores leidend. Kleuterklassen werden klaargestoomd voor groep drie.
Daar immers neemt het cursorisch lesgeven een aanvang. Resultaat is dat er enkele generaties kleuters eerder dan goed voor hen was onder druk zijn gezet om vroeger met het cursorisch leren van letters en rekenkundige begrippen aan de slag te gaan.
Er werden zelfs citotoetsen voor kleuters ontwikkeld door academisch geschoolde professoren.
We zijn inmiddels enkele deccenia verder en we zien nu de wrange vruchten van die inzet.
We hebben het broodnodige rijpen van de kleuter in zijn kleuterjaren te makkelijk losgelaten. Dit had als resultaat een faalangstige generatie die te weinig bodem heeft ontwikkeld om tot een gedegen probleemoplossende levenshouding te komen.
We hebben een generatie opgeleid die een bedenkelijk niveau van leesvaardigheid heeft weten te bereiken. Waarom lukt het maar niet op alleen al dit aspect op orde te krijgen. Alle ontwikkelde methoden ten spijt?
Ik denk dat dat mede komt doordat het ontbroken heeft aan een gedegen basisontwikkeling van de kleuters. Ze hebben onvoldoende de rust en gelegenheid gekregen om zich te ontwikkelen in hun eigen tempo. De basisontwikkeling heeft nooit goed plaatsgevonden. Daardoor missen ze nu noodzakelijke bodem. Die is dus veel te dun.
Er is bij die generatie te snel van alles in de koppies gestopt en gechecked via toetsing met als uiteindelijk resultaat onvoldoende draagkracht in hun persoonlijkheid.
Msschien dat onze onderwijsministers daar eens een gedegen onderzoek naar moet laten verrichten in plaats van hap snap initiatieven te lanceren die kant nog wal raken en gespeend zijn van elk pedagogisch inzicht.

Vragen daarbij zouden kunnen zijn:

-Wat waren vooral de goede aspecten van het kleuteronderwijs van voor 1987?

-In hoeverre is een brede, en vooral in eigen tempo afgelegde, ontwikkeling van invloed op het latere cursorisch leervermogen van een leerling. Is er een aantoonbaar verband?

-Heeft het te snel en te vroeg beginnen met fonemisch bewustzijn in de kleuterleeftijd niet juist een nadelig effect op de lesontwikkelingen later?

-Kan het zijn dat dit versnelde traject negatief inwerkt op het kleuterbrein dat nog volop in ontwikkeling is?

-In hoeverre is het van belang dat je pas aansluit met het aanleren van letters als de leerling er aan toe is en hoe bepaal je op een adequate wijze dat juiste moment?

-In hoeverre staat financiële druk vanuit de schoolorganisaties de juiste pedagogische keuzes in de weg?


Mij lijkt het in elk geval interessante onderzoeksvragen voor diegenen die momenteel pedagogiek studeren op universitair niveau.

Roodschamen

Iedereen weet het nu wel.
Het ging mis bij de wereld draait door. Jarenlang ging het mis. Leidinggevenden, gasten en collegae? Ze stonden erbij en wij keken er naar.
Het ging mis bij de voice. Jarenlang ging het mis. Tot Boos het wereldkundig maakte.
In een samenleving waar al jaren alles zou moeten kunnen bleek uiteindelijk toch duidelijk dat er zaken zijn die dus niet kunnen. Dat die laissez faire houding eigenlijk niet zo heel handig uitpakt. Dat een gebrek aan wat wellevend mag worden geacht te makkelijk als kind met het badwater is weggegooid in de jaren daarvoor. U weet wel, die periode van democratisering. Het protest tegen het establishment in de zestiger en zeventiger jaren. De vrijere moraal en noem allemaal maar op. Ja het werd vrijer, makkelijker en vooral taboedoorbrekend. Alles moest kunnen. Maar. . .

Wat bleef was dat typisch hollands vingertje waar Seth Gaaikema al over zong in 1976.

Dat typisch Hollands vingertje
Daar gaat het weer omhoog
Met een parmantig slingertje
Onderstreept het het betoog

Dat typisch Hollands vingertje
Daar gaat het weer van start
Het zigzagt zoekend door de lucht
Het heeft iets op zijn hart

Soms gaat het heel belerend
En bezwerend op en neer
Dan gaat het weer gekscherend
Zelfs waarderend heen en weer

Soms tikt het aandacht vragend
Op het tafelblad
O, als een Nederlander toch
Zijn vingertje niet had!

'n Hollander is uitgerust
Met bemoeizucht in de ransel
God zelf is al de kerk uit
Maar hij staat nog op de kansel

Hij heeft het air van het gelijk
Rotsvast en ongebroken
Uiteindelijk werd in het paradijs
Toch Nederlands gesproken

Hij weet: in deze wereld
Staat hij vaak buiten spel
Hij heeft geen echte macht
Maar 't vingertje heeft ie wel

't Vingertje van Nederland
Dat reist de wereld rond
En overal waar het komt
Daar doet 't van zich spreken

Wat hebben grote mogendheden
Vaak op hun neus gekeken
Als 't vingertje verontwaardigd
Iets niet in orde vond

Voor hun verbaasde ogen
Maakt het opgewonden sprongetjes
Verandert Presidenten
In kleine stoute jongetjes

Het vingertje heeft net
Z'n standpunt uiteengezet
Op het Witte Huis
"Er wordt op u gelet!"

In Moskou, de rode stad
Ging 't met de Russen in debat
"Laat het niet weer gebeuren
Want anders zwaait er wat!"

En 't Kremlin vroeg Den Haag
"Wat zwaait er dan voor iets?"
"Nou, 't Nederlandse vingertje
En verder zwaait er niets"


Toch hebben soms de kleintjes
De groten in hun greepjes
Voor Nixon bleek: het ongeluk
Zit in een heel klein 'teepje'
En David velde Goliath
Per kleine katapult
Misschien dat dan zo'n vingertje
In 't klein iets groots vervult
Daar gaat het weer de wereld in
Ergens is alarm
Succes hoor, dapper vingertje
Tegen de sterke arm

Ik blijf in Holland achter
En als ik om mij kijk
Zie ik een bos van duizend vingertjes
En ieder heeft gelijk
Die sputteren, die pruttelen
Betuttelen, waar het kan
Die kibbelen, beknibbelen
Je wordt er ibbel van
Hoe moet je reageren
Nou, zonder een geluid
Kruis de beide vingertjes
Sliep uit

Want wat wil het geval?
Binnen amper veertien dagen tijd schrijven we hen die door ons op het schild worden gehesen helemaal de grond in. Sans rancune, alsof het niks is. Iedereen in medialand, roddelpers, reaguurder doet daar aan mee. De een zijn dood blijft de ander zijn brood.
Enige rust in het openbare discours ontbreekt. De waan van de dag blijft leidend en wachten op de resultaten van een eerlijk, gedegen en helder onderzoek? Ho, maar.
We zijn allen feilbaar maar vergeten dit voor ons eigen gemak maar al te graag want het blijft zo heerlijk om op een ander te vitten als de mogelijkheid zich aandient.
Of het nu om individuele sporters gaat of om coryfeeen in de mediawereld. Of het nu het nederlands elftal is of de koning zelf.
Zodra er een misstap begaan wordt zijn de rapen gaar en is de nuance verdwenen.
Rucksichtslos schrijven we de ander de grond in. Bij ons nederlanders ontbreekt het besef van de eigen feilbaarheid maar goed dat is ook niet verwonderlijk voor een natie met een reflectief vermogen van een zwart gat.

KERSTBOOMEXPRESS

De Kerstboomexpress, vorig jaar gelanceerd door de Lunterse  vriendenclub met naast het maken van veel plezier ook gezegend met een aantal  zeer ondernemende geesten, maakt zich op voor een nieuw seizoen kerstbomenverkoop.
Wat vorig jaar begon als schavuitenstreek krijgt dit jaar een vervolg.
Op dezelfde locatie als vorig jaar worden de kerstbomen weer te koop aangeboden.
Voor alles is gezorgd. Naast verschillende boomsoorten ook heerlijke snert, broodjes worst en gluhwein.
Speciaal vestigt De schrijvende hollander geheel belangeloos de aandacht op de enige echte Lunterse Kerstbal. Niet om op te eten maar gewoon om in de boom te hangen!

Terrein Visser Vlees
Vaarkampse weg 4
Woensdag: 17.00-20.00 uur
Vrijdag: 17.00-22.00 uur
Zaterdag: 08.00-22.00 uur

Lunteren


Influencers

Alles is fantastisch en iedereen is ongelukkig
De dingen die ik aanprijs
Zou ik zelf nooit kopen
De spullen die ik zogenaamd gebruik
Flikker ik weer weg
Het terras is maar een achtergrond
Voor een leuke foto
Ik sta immers voor een green screen
Daarmee kan ik overal naar toe
Door op dezelfde plek te blijven
Kwestie van projectie
%d bloggers liken dit: