Nepcollectanten

Dit is voor de nepcollectanten die zich weigeren te schamen voor hun laakbare gedrag. Die nietsvermoedende gulle gevers bij de neus nemen en daarbij de goede naam van het rode kruis misbruiken. Dit is voor hen die rücksichtslos zichzelf verrijken over de ruggen van gedupeerden in Limburg. Dit is voor hen die zonder geweten langs de deuren gaan, aanbellen en durven vragen om een gift. Om deze vervolgens in eigen zak te steken. Als wolven in schaapskleren presenteren ze zich als zelfbenoemde ‘weldoeners’ ondertussen is er sprake van pure misleiding. Wat zijn dat voor mensen die zoiets doen? Die zonder wroeging hun hand ophouden, geld durven te vragen met enkel kwade bedoelingen. Hebben ze dan helemaal geen normbesef meer? Zo zet je toch gewoon jezelf buitenspel? Is er een app voor? Om deze mensen te laten oplichten zodra ze een straat binnenwandelen met kwade bedoelingen? Is er een app voor die deze mensen direct blokkeert zodra ze zich op het internet begeven? Ik hoop het van harte, zodat ze niet meer bij hun eigen rekeningen kunnen, zodat ze niet meer anoniem langs de deuren kunnen of zich op het worldwide web vrijelijk kunnen bewegen. Zo’n handige app die ping zegt of een red alert laat zien in je display zodat je direct weet met wat voor soort je van doen hebt. Een app die een geweldige sirene laat loeien opdat iedereen direct weet; Pas op! Dit zijn ratten die een slaatje proberen te slaan uit de ellende van een ander. Och was er maar zo’n app.

DUS!

DUS die maakbaarheid van de samenleving is blijkbaar minder sterk dan we doorgaans denken. Van alles kunnen we organiseren. Van alles kunnen we bouwen. We zetten zelfs karretjes op Mars, spenderen miljoenen om 10 minuten in de ruimte gewichtloos te kunnen zijn.
Maar we moeten toch eerlijk toegeven dat een microscopisch klein virus ons er de afgelopen anderhalf jaar behoorlijk onder houdt.
We moeten toch toegeven dat datzelfde virus onze economische verdienmodellen behoorlijk lam heeft gelegd naast dat het ook behoorlijk veel nieuwe uitdagingen heeft gegeven.
Zo bezien is het allemaal niet zo saai als dat het lijkt. Lastig is het wel omdat de ‘vrije westerse’ mens voorop, zo graag zijn of haar eigen ding wil blijven doen. Op vakantie, vliegen, exotisch eten, spulletjes kopen, consumeren.
We moeten toch toegeven dat diezelfde vrije mens met zijn ongebreidelde zucht naar meer, hoger, beter, mooier, rijker nu het deksel op zijn neus krijgt. Omdat hij nu eenmaal het onderste uit de kan wilde hebben. Amper los met versoepelingen klapt diezelfde deksel opnieuw op onze neuzen. Waar is het geduld van mensen gebleven om te wachten tot het sein echt op veilig kan?
Laten we toch in vredesnaam wat meer zelfdiscipline opbrengen omdat dat nu eenmaal de snelste route naar vrijheid is.
DUS.

DUS!

DUS en face!
DUS laat ik er graag mijn licht over schijnen. Niet iedere dag, zeker niet. Ik ben geen Ellie. Die kwam daardoor op de koffie. Maar genoeg over haar.  Ik geef graag commentaar, ook al stop ik mijn kop ook wel eens in het zand. Dat hoeft nog niet te betekenen dat ik er niets van vind. Natuurlijk vind ik er iets van. Waarvan? Dat kan verschillen. Dat heeft vooral te maken met wat er speelt die dag,die week of die maand. Wat dat betreft volg ik de waan van de dag. Het is niet mijn bedoeling mij ergens mee te bemoeien wel om kritisch te kijken naar de zaken, positief kritisch, wel te verstaan. Ik ben niet overal alleen maar tegen ik ben ook vooral ergens voor. Ik hoop dat dat duidelijk over zal komen. De lezer moet zelf maar beoordelen of het hout snijdt wat ik becommentarieer.
Ik dus DUS de struisvogel. Aangenaam. Ik loop niet graag op eieren, bovendien zijn die van mij daar veel te groot voor. Ik zou mijn poten maar breken en de eieren daarbij. Zit niemand op de wachten wat je dan te zien krijgt. Echt niet, geloof me, ik heb het meegemaakt. Het is erger dan de puinhopen die sommige politici achter hun rug laten slingeren. Ach, ze doen ook hun best maar niemand is volmaakt. Een scheutje genade is altijd goed. Wie leeft er nou niet van ‘genade’, wij allemaal toch? We maken allemaal wel eens fouten en zijn dan blij dat de mensen die het betreft er zonder al te grote kleerscheuren vanafkomen en ons willen vergeven. Dus laten we elkaar een beetje meer ruimte geven en elkaar minder de maat nemen. De wereld heeft meer zachtheid nodig.
DUS.

De schrijver. (Kort verhaal)

Hij is een gelegenheidsschrijver. Een rommelaar in de marge. Af en toe heeft hij geniale buien waarin hij zijn gedachten opschrijft maar heeft hij werkelijk zeggingskracht?  Hij zit nu al uren aan zijn bureau voor zich uit te staren en af en toe schrijf hij een paar woorden op het papier. De manchetten van zijn overhemd zijn grauw geworden.  Zijn vulpen krast regelmatig  het pas geschrevene weer door. Daarbij neemt zijn twijfel  alleen maar toe.  Kenmerk van een scheppende geest. Wat zei de cursusleider ook al weer? “Schrijven is schrappen en schaven en slijpen tot je precies daar uitkomt waar je moet zijn.  Schrijven is ‘killing your darlings’ en snel ook. Voor je het weet blijf je hangen in een vertrouwd idioom. Schrijven is afscheid nemen van jouw favoriete clichés en vaak gebruikte woorden en zoeken naar nieuwe omschrijvingen. Maar is zijn taalgevoel dan wel toereikend of is dat nou net het verkeerde uitgangspunt? Die taal moet toch dienend zijn en geen doel op zich. Hij wil namelijk een verhaal vertellen maar hoe schrijf je het op zonder te snel iets weg te geven waardoor de spanning er bij de lezer van af gaat. Alsof de souflé die hij wil  opdienen al in elkaar zakt voordat hij de oven voor de laatste keer opent. Is hij wel echt een poëet die er toe doet of gewoon iemand met een irreëel zelfbeeld? Die zijn er meer namelijk. Figuren die denken groots en meeslepend te leven terwijl de burgerlijkheid bij hen  voor het oprapen ligt. Hij wil in ieder geval relevant zijn. En,  eerlijk is eerlijk, wie wil dat niet. Hoe eenvoudig je ook in elkaar mag zitten, hoe simpel van geest, uiteindelijk wil iedereen op zijn manier er toe doen. Is schrijven dan een oefening in sterven? Vooral het sterven van zijn ‘darlings’ mag hij hopen.
Hij begint opnieuw, hij slaat zijn kladblok om voor een leeg vel papier en neemt de pen weer in zijn hand. Dan begint hij met zijn allereerste zin.


De dood, mijn vriend, komt soms met een lange aanloop, er gaat soms een lang ziekbed aan vooraf. De dood kan zich ook plotseling aandienen. Zo snel zelfs dat je het niet eens ziet aankomen. Als een paardensprong in het schaakspel komt hij nietsvermoedend aanzetten. Een, twee, opzij! En weg ben. Daarin schuilt vaak de grootste tragiek. Wanneer de dood je ineens bij verrassing overrompelt en als een vloedgolf in één klap alles onder je voeten wegslaat en daarmee elke vastigheid onder je wegspoelt. Je verlies in luttele seconden ben je de grip op je bestaan kwijt en is het alleen nog maar overleven in die situatie zelf. Je probeert koortsachtig het hoofd boven water te houden. Je bent zo druk bezig niet te verzuipen dat je vergeet dat juist het bewaren van rust je door die eerste stroming kan helpen. Maar ja, hoe en waar vind op zo’n moment in je leven die broodnodige rust.

God, wat heb jij weer makkelijk praten zeg, zo vanaf de zijlijn. Je hebt nog niet dat beleefd van waar ik momenteel doorheen ga. Wil je het weten? Wil je het perse weten? Een hel is het. Je kunt je er geen voorstelling van maken en dan nog honderd keer erger! Een hel zeg ik je. Dus hou je mond maar met je ongetwijfeld goedbedoelde adviezen. Ze raken kant nog wal. Weet je waarom? Omdat jij zelf nog niks hebt meegemaakt, nog niet eens een begin van een verlies. Dus ga weg met je zalverij en je quasi pastorale hoogstandjes want je hoeft mij niks te vertellen. Helemaal niks. Leer eerst maar eens in stilte gewoon naast me te zitten in de put waarin ik mij bevindt. Kijk, ik weet momenteel ook niet hoe ik verder moet. Hoe ik mijn leven weer op de rails moet zien te krijgen. We hadden nog zulke mooie plannen. Fietsen, kamperen, reizen, met de kleinkinderen de boer op. We hadden nog zulke mooie ideeën voor ons pensioen. Ze heeft het nog niet eens zelf aan kunnen vragen. En nu, die grote verschrikkelijke leegte. Och, jongen, ik heb er gewoon geen woorden voor. Mijn tranen zijn al allemaal op. Wat heeft het nu nog allemaal voor zin? Heb je daar soms een mooi antwoord op?


Kamminga legt zijn pen neer en kijkt voor zich uit de verte in. Hij ziet het verdriet weer. Een gebroken man, paniek in zijn ogen. Die blik treft hem telkens opnieuw. Het vragen naar het hoe. Het zoeken naar antwoorden op vragen die nergens toe leiden en hem zijn lief nooit meer zullen terugbezorgen. Hij ziet hoe de man worstelt met zijn verlies. Zou hem willen helpen maar kan het niet. In een boek of verhaal zou hij als schrijver nog wel een dode tot leven kunnen wekken maar hier? In de rauwe werkelijkheid van dit verdriet?
Hij geeft zichzelf niet eens een begin van een antwoord. Omdat hij weet dat hij het schuldig moet blijven. Er is geen ander antwoord op de dood dan verder leven omdat dat nou eenmaal het enige is wat rest. Dat weet hij inmiddels uit ervaring maar het is geen antwoord dat je zomaar kunt geven. Het is meer een antwoord dat zich voor ieder van ons zal moeten ontvouwen in het verstrijken van de tijd.
Hij moet denken aan een passage uit een boek over verdriet en rouw. “Verdriet houdt nooit op maar het verandert. Het is een doorgang, geen plek om te blijven. Verdriet is geen teken van zwakte of gebrek aan geloof, het is de prijs van de liefde.’ Hij meent dat het van Mulisch is maar helemaal zeker weet hij het niet. Het brengt hem in elk geval niet dichter tot de kern van waar hij nu aan denkt.

Kamminga staat op en loopt naar de wc om te plassen. Wanneer hij zijn water laat lopen voelt hij de spanning van zijn blaas minder worden. Als hij is uitgeplast en heeft doorgespoeld loopt hij terug naar zijn bureau. In de boekenkast valt zijn oog op de foto . Hij pakt het lijstje in zijn handen en strijkt teder over het glas. Dichterbij kan hij niet komen. Hij zet de foto terug en loopt verder door naar zijn bureau. Dan leest hij terug wat hij daarstraks geschreven heeft en blijft nogmaals steken bij de passage van Mulisch. Is het echt zo? Houdt verdriet nooit op? Een doorgang? Maar waar naartoe dan? Hij laat die woorden even op hem inwerken en loopt zijn eigen situatie nog eens helemaal na. Waarom treft het hem zo hard zijn vriend te zien worstelen? Heeft hij zelf ook zo’n worsteling gekend in die begintijd? Waar zit het verschil dan toch in?
Hij herleest zijn inleiding nog eens en blijft haken bij de paardensprong.
Dat is het! Het niet zien aankomen van de dood maakt het verlies van een geliefde vele malen heftiger dan wanneer je na een lang ziekbed afscheid moet nemen.
Het is het plotselinge karakter, het totaal onverwachte dat een mens volledig uit het lood kan slaan. Niet dat een lang ziekbed en het uiteindelijke afscheid minder pijnlijk is. Verdriet is verdriet en beiden doen even zeer. Maar het is nogal een verschil of je de ramp ziet aankomen en tijd hebt gekregen om je erop voor te bereiden of dat je van het ene op het andere moment vleugellam geslagen wordt.
Inmiddels is hij weer gaan zitten en al lezend tast zijn hand naar daar waar zijn pen zou moeten liggen.


De pen is van het bureau gerold en ligt ernaast op de grond. Hij bukt zich om de pen op te rapen en dan knapt er iets in zijn hoofd waardoor hij even niet weet waar hij zich bevindt.
Als hij zich weer heeft opgericht ziet hij de tafel waar hij aan zit en weet niet wat hij hier aan het doen is. Hij kijkt wat er op het papier staat maar de betekenis ontgaat hem volledig

De verhalenwasserette!

‘Dag mevrouw ik kom mijn verhaal brengen. Kunt u het voor me wassen? Er zitten namelijk allemaal lelijke vlekken in.’
‘Natuurlijk jongen, hoeveel bladzijden zijn het?’
‘Ik schat zo’n 76 bladzijden mevrouw, telt u de witte bladzijden ook mee uit het boek?’
‘Nee, jongeman daar hoef ik niks mee te doen dus hoef je er ook niet voor te betalen. Verder nog iets?’
‘Nee mevrouw dat is het. Dit ene boek.’
‘Geef maar eens hier , dan zal ik het eens even bekijken. Inderdaad, ja een heleboel vieze vlekken. Dit verhaal kan wel een flinke wasbeurt gebruiken. Hoe lees jij je boek, als ik vragen mag?’
‘Nou, meestal tussen de middag tijdens de lunch.’
‘En wat voor beleg kies jij meestal op je boterhammen?’
‘Dat verschilt nogal, soms hartig soms iets zoets zoals pindakaas of hagelslag Het ligt er maar net aan waar ik op dat moment zin in heb.’
‘Dat dacht ik al, zo aan die vlekken te zien. Hier bij het plekje waar je de bladzijdes omslaat zitten vaak van die vette pindakaasvlekken, hoewel als ik het zo bekijk zouden het ook wel eens botervlekken kunnen zijn. Nou ja in ieder geval is het vet. Zie je?’
‘Ik zie het mevrouw, het was me thuis ook al opgevallen. Vandaar dat ik het nu hier breng.’
‘Daar heb je goed aan gedaan jongen. Het lijkt me niet zo handig om tijdens je eten een boek te lezen. Als ik je een tip mag geven. Neem dan voortaan maar een stripblad of zo iets. Een Donald Duck, Eppo of de Okki maar niet zo’n mooi boek. Dat is gewoon zonde van het mooie boek. Nee, voor zo’n boek moet je lekker rustig gaan zitten. Er de rust en de tijd voor nemen want het duurt wel even voor je er helemaal inzit. In het verhaal dan hè, niet in het boek zelf natuurlijk maar dat snap je zelf toch ook wel.’
‘Zeker mevrouw ik ben niet dom. Maar mag ik aan u vragen hoe u dit boek gaat wassen?’
‘Hoe ik het ga wassen? Hier hebt u een foldertje daarin staat precies omschreven hoe een verhaal gewassen moet worden en welke privacymaatregelen we nemen om de inhoud veilig af te schermen.’
‘En denkt u dat u er alle vlekken helemaal uit gaat krijgen?’
‘Dat gaat vast wel lukken, volgende week maandag is het klaar. We zijn vanaf één uur in de middag weer open. Als je het dan op komt halen zou dat fijn zijn, dan zorg ik dat je boek er weer helemaal piekfijn uitziet. Wel het bonnetje meenemen als je het boek komt ophalen’
De jongeman loopt weer naar buiten met het bonnetje in zijn zakken. Wanneer hij thuis is slaat hij het foldertje open en verdiept zich in de werkwijze van het wassen van verhalen.
Het wordt voor hem een verhelderende excercitie.


In de folder staat: Stappen die gezet moeten worden bij het wassen van verhalen.

Stap 1.
Haal alle letters uit het boek en bewaar ze op een veilige windvrije plaats.(Leg privacygevoelige tekst onder een daarvoor gecertificeerde veiligheidsdoek.)

Stap 2.
Maak een sopje van lauwwarm water en twee druppels schoonmaakmiddel.

Stap 3.
Ontvet de ezelsoren in het boek door voorzichtig met een doek schoon te wrijven.(Pas op voor inscheuren.)

Stap 4
Verwijder hardnekkig plakkende broodkruimels, koekresten en insecten met een schillenmesje door voorzichtig krabben. Lukt dit niet dan natte doek erop leggen en vijf minuten laten inweken. Daarna nogmaals het krabben herhalen. Daarna laten drogen.

Stap 5
Wanneer alle ongerechtigheden, vlekken, kruimels zijn verwijderd de ezelsoren gladstrijken met een gewone strijkbout. (Geen stoom gebruiken!)

Stap 6.

Het terugplaatsen van de letters dient uiterst nauwkeurig te gebeuren zodat het verhaal leesbaar en begrijpelijk blijft. Sluit ramen en deuren eerst voor je met het terugplaatsen van de letters begint. Hoofdletters op de daartoe bestemde plaats terugzetten, evenals interpunctie- en leestekens. Dit komt de begrijpelijkheid ten goede.

Stap 7

Eindcontrole bestaat uit het zorgvuldig nalezen van het verhaal en daarbij goed nagaan of de lijn klopt, en er geen letters verloren zijn gegaan of op de grond zijn gevallen. (Indien nodig herschik de letters.)


De jongeman legt de folder op tafel en zegt tegen zichzelf:’ Het is maar goed dat ik dit klusje professioneel heb uitbesteed.’

Klettervest

Kledingstuk: Klettervest
Opdracht: Schrijf vanuit je kledingstuk als personage een kort fragment.


Jaren hang ik nu hier ongebruikt. Af en toe gaat de deur open maar ik mag nooit uit de kast komen. Die stomme spijkerbroeken des te vaker.
Mijn ribben, zo zwart en stoer hebben in elk geval niets te duchten van te veel lichtinval waardoor ze zouden verbleken. Ik wed dat ik haast nog net zo donker ben als het moment van aankoop. Ik weet het nog goed. Ik hing in het rek van klettervesten bij Toes de kledingzaak voor werkkleding in Ede.
Zijn oog viel op me, hij paste me. Noem het een wonder maar ik zat hem als gegoten. Toen nog wel ja.
Terwijl hij in de spiegel keek deed ik mijn uiterste best om zo bevallig mogelijk om zijn lichaam te plooien. Het is dat ik niet kon spreken anders had ik hem wel toe willen schreeuwen: Koop mij, koop mij, nu!
Maar nu, zoveel jaren later ziet hij me niet eens meer hangen, ja hij ziet me wel maar hij past me niet meer. Ik geloof dat ik voor zijn postuur nu toch stof tekort kom om nog steeds zo mooi mogelijk om zijn lijf te sluiten. Mijn knopen gaan namelijk niet meer dicht, en open laten hangen durft hij niet aan. Kan ik er wat aan doen dat hij zo gegroeid is?
Ik blijf het jammer vinden dat ik zo weinig gedragen wordt. Ik wil niets liever dan met hem mee naar buiten, de werkvloer op, de buitenlucht in. Al mocht ik maar mee naar zijn moestuin, dat zou me al een lief ding waard zijn Maar ja, als het niet langer ach laat ook maar ik blijf wel hangen in de kast.

Ezelleed

Zeg eens ezel waar kom jij vandaan?
Ik hoorde je zojuist nog praten tegen die meneer daar op je rug.
Mensen langs de kant rukken takken van de bomen gooien mantels op de weg.
Zodat jij eroverheen kunt lopen. Wat bezielt de mensen toch?
Heb jij enig idee waarom iedereen zo hosanna zingt?
Terwijl wij hier nu toch al flink wat uren staan.
Zien ze die man daar als verlosser of als politiek activist?
Zal hij de bezetters van dit land uit zijn tempel slaan?
Of is zijn strategie volledig anders, niet van hier?
Want zeg nou zelf een triomftocht maak je toch niet zo maar op de rug van een willekeurig dier, laat staan een ezel.
Terwijl de mensen zelf de grootste beesten zijn maar een ander dragen naar een rustpplaats is teveel gevraagd.
De meeste mensen deugen wordt er wel beweerd maar ogenschijnlijk heeft de mens in al die eeuwen oorlog en zoveel doden verder niets geleerd.
‘Gevangen in het spel van geldelijke belangen verglijdt het mensdom van zijn wieg tot aan zijn graf in één langgerekte doodsstrijd.’; aldus filosofen.
‘Er is geen God, er is geen lot enkel maar de rede en wat niet empirisch wordt bewezen is naar het rijk der fabelen verwezen.’
Een ding wil ik hier nog zeggen en dan hou ik er over op.
Dat kruis daar op die heuvel kost straks ‘de slang’ zijn kop.


%d bloggers liken dit: