POEZIE.

De kamer ruikt naar sex en drank
De laatste irritante mug
is uren terug
al doodgemept

De glazen wijn staan op de grond
En afgerukte kleren liggen
her en der
verspreid
Twee naakte lijven zij aan zij
Uitgeput van deze zoete strijd
Het was tijd

De liefde wacht niet op haar beurt
Voor weer een offensief
Ze liggen moe en uitgeput en hebben elkaar zonder woorden lief

Bemin elkaar,bestrijd elkaar verwacht elkaar bevrijdt elkaar en....
heb lief, heb lief, heb lief.....
Nieuwsbrief

Inschrijven
Lezen
Interpreteren
Waarderen
Uitschrijven

Macht corrumpeert media verleert
Bezwijkt voor de verleiding van snelheid waarmee het nieuws wordt rondgepompt
scoops of spoilers zijn geboden lekken of bedekken altijd weer de feiten checken
Als dit voor de doofpot is wie heeft dan het deksel?
Het volk hoeft niets te weten dat geeft alleen maar onrust
Waarheid is toch maar relatief nu rechtvaardigheid alleen te vinden blijkt in de oude boeken
Maar niet meer van deze tijd.


6-10-2021-JdV
Ik sluit mijzelf buiten
Door voort te gaan in tijd zing ik me los van al wat was
Raak mijn verleden kwijt tot aan mijn laatste harteklop
Schuif ik richting toekomst volledig uit de pas

Augustus 2021
Hades en Hemel

In Hades heerst rust.
Het is er oorverdovend stil.
Het is er koud en kil.
Als dode hoef je er
niets meer te vrezen
Als levende kun je er amper wezen

In de Hemel wordt gezongen.
Schijnt het ontoegankelijk Licht.
Vliegen engelen af en aan.
Als kind kun je hier prima wezen,
hoef je niets te vrezen.
Je bent welkom met je dromen
want de levendst levende
laat zelfs de doodste doden,
als kinderen tot Hem komen.



So not joyfull 
I mean i laughed a lot
But also looked darkness in the face
Love was not just a promise there
wrapped in silk and lace
Waiting to be unpacked
The problem was me not someone else
Joyless days blurred my sight
The sun did not come up at night
The moon instead an impoverished substitute Not able to flee from my self indulged solitude Vanity in it’s darkest form
And no one there strong enough to lead me
out of this overwhelming storm.
No compas helping me to stay on course
I think that is what lacked

Juko-2021
Zeegroen zijn haar ogen, modieus haar bril
Verborgen achter mondkap kan ik haar mond niet zien
Maar bij een eerste grap lachen haar ogen mee

Ik maak uw tanden netjes schoon, deed het al bij zoveel monden.
Opnieuw zoek ik haar blik, probeer haar niet te vangen, enkel te doorgronden.
Wanneer ik even in haar ogen woon.

Spoelt u maar meneer!

Voor wat het waard is
houd ik mij vastend vast
aan de lente die gaat komen.
Ik zie het aan het botten van de bomen


Voor wat het waard is
houd ik mij weifelend aan geboden.
Geef zo richting aan mijn zijn,
wil niet langer dwalend zijn.


Voor wat het waard is
geef ik mezelf aan Hem.
Geef ik gehoor aan woorden,
wil niet langer doof zijn voor Zijn stem.


Voor wat het waard is
sta ik op een schedelplaats.
Waar hout en ijzer mijn verlosser dragen,
bebloed , doorboord, geslagen


Voor wat het waard is
vind ik de rust in metaforen.
Zoek in het beeld van lente
naar genadesporen.

In de droom is alles al. 
Van meet af aan is het er.
Niets ontstaat, alles is.
In de droom kan alles ook.
Vliegen, lopen over water.
Reizen door de tijd.
Doden leven weer, spreken met je.
De muze kust je, laat haar naaktheid zien.
Je voelt alles zoals het in je dromen is tot je wakker wordt.
Het kan
In de droom helpen is een gave
Uit de droom helpen een gezegde
Wakker worden
Zonde.

Lunteren-26 juni 2021
Het is er onzichtbaar
Gaat niet vanzelf weg
Maar zoekt zijn weg naar binnen
Eenmaal op die plaats gekomen
Is er geen remedie.
Moet je hopen op je kwaliteit van longen
Op celniveau wordt er gestreden tot in je dna
Het gebrek aan afstand maakte dat de deeltjes oversprongen
Hoe beangstigend te weten dat er een vaccin is maar nog niet beschikbaar voor de mensheid als geheel.
Het maken in voldoende aantal is een kwestie van tijd die niet iedereen zal krijgen.
Zoveel is wel zeker.
Existentieel tekort


Mijn existentieel tekort
Is mij in mijn kinderjaren
afdoende ingewreven.
Niet door een liefdevolle God, zijn geslagen Zoon,
of onnavolgbaar door Zijn Geest
Maar door gebroken medemensen
Die geloofden in 't gelijk
dat elk van hen zich in een wereldwijde kerk had toegeëigend.
De orthodoxen nog het meest

Telkens als ik omzie en terugdenk aan de tijd
dat ik vol jeugdig vuur mij
aan mijn Herder wijdde.
Ontvouwt zich diep in mij
een dal van dorre beenderen
Alsof de profetie daarvan mislukte
Nog voor zij uitgesproken was.


Terwijl ik zo graag wil geloven
in die God die liefde is.
Zo vaak blijf verlangen naar dat spreken in een nieuwe taal,
in tongen sprekend onverschrokken inga tegen elke atheïst.
Die maar blijft verkondigen
dat er geen god bestaat.
Zo doende met zijn eigen pathos dweept.

En daarmee indirect het falen van de mens
om goed te doen, nog dikker onderstreept
dan welke gereformeerde ooit zal durven zeggen.
Ja ,tegen beter weten in
blijf ik al mijn vragen ,al mijn hopen en verlangens
voor Gods voeten leggen.
Geef ik mij over aan het waaien van Zijn Geest.





Vandaag was ik getuige van een wonder
de zon is over mij weer opgegaan
en ook ik ben weer eens na een sterrenloze nacht
bij de eerste stralen uit mijn schijndood opgestaan
maar ach die zinderende zon die warmte
we kunnen echt niet zonder
bij haar gouden licht verbleekt de volste maan

het baken van de nacht dat leent haar licht
straalt van zichzelf niets uit kan immers zelf niet schijnen
zou zonder zon
gezichtloos in ‘t heelal verdwijnen
onzichtbaar aan de hemel blijven staan


natuurlijk kunnen wij het allemaal verklaren
de aarde draait haar rondjes om de zon
en op haar beurt de maan rondom de aarde
Water uit de zee verdampt en stijgt ten hemel
en valt daarna als regendruppels neer
wolken schuiven langs elkaar en worden zo geladen
zo haalt de schepping adem
soms zie je bliksem en daarna rolt de donder
natuurlijk kunnen wij het wel verklaren
maar het is en blijft toch altijd weer een wonder








De Boom

De boom staat stevig in de grond
haar takken opgeheven naar de hemel
alsof zij daar op voorhand
haar verhaal wil halen
de bladeren in bruidstooi groen
de wortels grijpend in de aarde
alsof ze daar houvast zal krijgen
en werpt een schaduw
over wat nog komen moet
over wat mensen zoal doen

haar volle vruchten aan haar takken
hangend
begeerlijk
voor hun blikken
ze wil gezien
ze moet gezien
ze is niet
over het hoofd te zien
de boom
haar groene tooi
haar volle vruchten
wat is ze mooi
mijn God
wat is ze mooi


Je zult toch maar de boom zijn
waardoor de mensheid viel
de vrucht zijn
waarmee alles misging
de rover van het licht
de schaduwbrenger in die tuin
nadat de slang een halve waarheid sprak
de vrije mens grijpt van een tak
en eet zichzelf een weg
naar een gebroken wereld
sap van een verboden vrucht
druipt langzaam langs de kin omlaag
valt zinloos op de aarde



Kribbe

Je zult toch maar de boom zijn
Waarvan het hout gebruikt werd
Voor het maken van een voerbak
Waarin destijds een koningskind gelegd werd
Omdat er voor hem plaats ontbrak


Je zult toch maar de boom zijn
Die destijds geveld werd
Om verwerkt te worden tot die voederbak
Een kribbe waar de zoon des mensen
Tot de verbeelding sprak
God, wat is dit mooi.
Mijn God wat is dit mooi.


Het Kruis

Je zult toch maar de boom zijn
waarvan eens het kruis gemaakt werd
het hout zijn dat de nagels in zich droeg
waaraan de Heiland stierf
Je zult toch maar die Zoon zijn
die alles recht moet zetten
wat in beginsel scheef getrokken werd
daar lang geleden in die mooie tuin
En later in die stal ,
dan hangend aan een kruis van hout
geslagen en gebroken worden
iemand steekt een lans in jou
niemand breekt een lans voor jou
er wordt gewacht tot bloed en water komen
sap van een doorstoken vrucht
druipt langzaam langs het hout omlaag
valt reddend in de aarde
Nog steeds onzeker als dat kind van vier
Gevangen in een lichaam
Dat niet langer luistert
Maar langs ongecontroleerde spasmen
Een leven al geleefd
Blijft zij zich voeden met de kruimels die het leven haar nog dagelijks toebedeelt


Het mooiste heeft ze wel gehad
Ze slijt haar dagen in een rolstoel
Medicatie houdt haar zelfbeeld overeind
Ze vraagt zich soms in alle eenvoud af
Wat doe ik nou nog hier
Ik mag dan vierentachtig zijn
Ik ben nog net zo diep vertwijfeld
Als destijds dat kind van vier.


Als de ramp zich heeft voltrokken
zijn lief heeft weggenomen
zonder waarschuwing vooraf
Rest hem niets meer dan te hopen
Op iets voorbij haar dood
Want zonder haar kan hij eigenlijk niet verder
vleugellam geslagen ziel
Wat zij altijd voor hen deed
Wordt nu niet meer door haar gedaan
Ach zijn lieve liefste lief
Waarom is zij weggegaan
Hij kan niet anders dan verder leven
Morgen komt er immers weer zo’n dag
Maar de vreugde is er wel vanaf
In onbalans strompelt hij verder door de hem gegeven tijd
Zo zonder lieve lief is hij zijn levensvreugde kwijt

Sartre

Met zijn ‘vrijheid’ kwetst hij zijn minnares Simone keer op keer.
Tot zij uiteindelijk zijn existentieel tekort niet langer kan verdragen.
Pas wanneer ze hem verlaat begrijpt ze ook haar eigen vrijheid weer.
Neie swimmer

Zo traag als water hier voorbijgaat
Alleen de eenden zijn nog sneller
De wolkenlucht komt juist tot stilstand laat regendruppels los
Alsof water hier niet hoog genoeg is.


Holwerd

Onder aan de dijk zitten wij en eten samen brood
Op de dijk twee beelden zeker vier meter groot
Ertussenin voor een laatste foto
Dan langs de schapen naar de fiets
De boot naar ameland laten we zachtjes van ons gaan
Enkel het landschap zit nog in ons hoofd evenals de zee
Die laten we weer achter, wil gewoon niet mee


Ljeppershiem

Nu rustig aan het water, kijken naar de vogels
Zittend in de zon nippend aan de glazen
Ljeppershiem hoe klein het huis
De rust en ruimte blijft ons steeds verbazen.
salomo’s sofa staat nu op straat
in het wassende licht van de maan
de koning is dood leve de koning
zo is het altijd gegaan

salomo’s sofa heeft vrouwen gezien
die de koning kwamen behagen
op Salomo’s sofa zijn zaken gedaan
die het daglicht niet kunnen verdragen

salomo’s sofa heeft gebeden gehoord
die geen mens eerder ooit heeft gebeden
salomo’s sofa heeft klachten vernomen
van zijn koning die zo heeft geleden

salomo’s sofa heeft de koning gedragen
terwijl er recht werd gesproken
salomo’s sofa wist net als zijn koning
hoe harten werden gebroken

salomo’s sofa heeft woorden gehoord
die voor altijd geheim moeten blijven
salomo’s sofa heeft de koning gediend
zelfs in het in het bijzijn van kijvende wijven

salomo’s sofa heeft diendaars betrapt
die glashard stonden te liegen
salomo’s sofa heeft de koning gered
omdat mensen hem wilden bedriegen

salomo’s sofa is voor de koning
altijd een rustpunt gebleven
salomo’s sofa heeft weet van dingen
waarover boeken vol zijn geschreven

salomo’s sofa staat nu op straat
in het wassende licht van de maan
want de koning is dood, leve de koning
zo is het altijd al gegaan.
Een bloem in de loop van een geweer
een hand op het hoofd van een kind
een arm om de schouders van een zwerver
een woord tot hen die worden doodgezwegen

water voor de dorstigen
bedden voor vermoeiden
brood voor hen die hongeren
welkom voor hen die vluchtten
maar ook

begrip voor hen die bang zijn
vergeving voor hen die wreed waren
liefde voor de grote monden
niets is wat het lijkt

we willen allemaal het goede
allemaal het mooie
maar willen we ook delen?

ik kijk naar onze kinderen ze spelen
ongeacht afkomst of religie
ze spelen ongeacht de huidskleur of hun taal
zij zijn nog niet gestrand in Babylon

zijn als de hoofdrolspelers in hun zelf bedacht verhaal
en toen was jij de vader en dan was ik de moeder
en jij was dan weer eventjes ons kind
en hij was dan weer eventjes soldaat
en zij stopt dan een bloem
in de loop van zijn geweer

de kinderen ...ze spelen
zijn nog niet gestrand in Babylon

Ik ontmoet mijn 'parousia'
buiten de poorten van mijn geest.
Ik ben in Zijn nabijheid
nog nooit zo schoon geweest.
Heb me nog nooit zo geliefd gevoeld.
Ik adem in, ik adem uit.
Ik neem Hem tot mij door het brood,
door het drinken van de wijn.
Hij blijft in mij en ik in Hem,
zoals van het begin af aan
mijn leven is bedoeld
Levenskunst

Wanneer de tijd dringt
Bijna geheel vergleden is
Je hartekloppen zowat helemaal op zijn
Je ademteugen al geteld
Je zicht op het einde helder wordt
Je weet wat je in het leven hebt laten liggen.
Vrede vinden met je eindigheid.
Terugzien op een mooi leven.
Dat is een vorm van levenskunst.
©️Juko de Vries
Fantoompijn


God heb ik nog niet doodverklaard.
Het zou mijn eigen einde zijn.
Hoezeer ik ook bleef pogen mijzelf van hem af te keren.
Zijn grenzeloze mededogen zou als fantoompijn in mij blijven hangen.
Gebeden zouden ijdel zijn.
Als ‘tegenover’ van genade tussen doodgezwegen lofgezangen.
©️JukodeVries

Ik ben zoals ik ben.

Ik ben geen Luther, vergelijk me niet met hem
Ik ben geen theoloog ik probeer te luisteren naar een stem.
Ik ben niet van God los omdat Hij nooit loslaat
Ik ben verward omdat lang niet alles goed gaat
Ik ben niet dom
ik ben niet gek
ik ben niet in de war
ik ben gewoon mezelf
ik ben gewoon op weg
Ik ben geen goede pelgrim
ik ben gewoon op zoek
ik ben niet in de buurt van een eerlijk antwoord
ik ben nog bezig met dat boek
ik ben bezig met een leven zonder zicht op wat er komt
ik ben bezig te geloven terwijl mijn stem verstomt
ik ben een denker in een doolhof die de uitgang maar niet vindt
ik ben geworpen in dit leven en geworden als een kind

Ik ben zo langzaam aan volwassen
ik ben van alles tegelijk
ik ben geslagen door het leven
ik ben de koning soms te rijk
ik ben de laatste onder eersten
ik ben als water naar de zee
ik ben op zoek naar nieuwe wegen
ik ben de nar op zijn retour
ik ben de god van mijn gedachten
ik ben de dwaas zonder bravoure
ik ben meer dan de som der delen
ik ben de breuk met mijn verleden
ik ben een met hem
ik ben het kind dat wacht op antwoord
ik ben degene die maar vraagt
ik ben de twijfel op twee benen
ik ben de drinker die zichzelf niet spaart
ik ben de slaper op het kussen
ik ben de lacher om mijn eigen grap
ik ben de wachter op de morgen
ik ben de bidder zonder woorden

ik ben eenoog in het land der blinden
ik ben de ezel die zich tweemaal stoot
ik ben het verdwaalde schaap
ik ben de bedrieger van mijn dromen
ik ben een leugen in de dop
ik ben de breker van het brood
ik ben de schenker van de wijn
ik ben de bedenker van een mop
Ik Ben is . . .nu zijn mijn woorden op.
De man die werkt met hout
weet waarover Hij het heeft
hout leeft wanneer je het bewerkt
het spreekt
het kraakt en piept zo nu en dan
en protesteert als het gebogen wordt
in ongewenste richting

maar de man die werkt met hout
heeft een groter plan
voorbij de blauwdruk van de groei
heeft hij het hele beeld voor ogen
hier moet wat af en daar wat worden ingekort
de pijn verdeeld,
omdat Hij als Schepper van Zijn werk
met alle eigenschappen speelt

Hij heeft volledige controle
weet hoe het worden moet
pas als het hout na talloze bewerkingen
aan dit beeld beantwoord
komt die mooie dag toch nog met spoed
pas dan zegt Hij
niks meer aan doen zo is het goed


In archief vond ik weer eens een oud lied dat ik jaren terug al schreef. Zonder beeld dit keer. Dat laat ik aan de lezer zelf. 

De muze

Vannacht heb ik na jaren
Mijn muze weer gesproken
Muze ach mijn muze
Waar was je al die tijd

Ze was bedroefd en 
ze had tranen in haar ogen
muze ach mijn muze
ik was je even kwijt

het gaat de mensen niet meer om de waarheid
zei ze
muze ach mijn muze
maak je niet zo druk
de meesten hechten liever aan een. . .
vuile leugen
muze ach mijn muze
je maakt mijn waarheid stuk

maar ik zal blijven wachten op de stormen die gaan komen
ik zal blijven waken voor de wolven in de nacht
ik zal blijven strijden voor al jouw verborgen dromen
de tijd is mij gegeven en ik weet waarop ik wacht

vannacht heb ik na jaren
mijn muze weer gesproken
ik heb met haar gedronken
tot ver na middernacht
en toen de kroeg ging sluiten
heb ik de drank betaald
en ik heb haar daarna naar haar eigen huis gebracht

en ze was mooi
ze was zacht
ze rook heerlijk die nacht
en ze stierf in mijn armen en stond weer op
en ze was mooi 
ze was zacht
ze rook heerlijk die nacht
en ze stierf in mijn armen en stond weer op.




In het kevertjescafé is het en drukte van belang
Er klinkt gelach, er is lawaai
En achter in de zaal hoor ik gezang

Op een blaadje van laurier
Staat een piepklein glaasje bier
De waard achter de tap
Verteld een laatste grap

Dan stuurt hij iedereen naar buiten
Zet de stoelen op de tafels
Sluit de deur dooft het licht
en kijkt nog eenmaal door de ruiten

hij laat zijn moede ogen
dwalen door de lege kroeg
knikt dan tevree en zegt
dit was genoeg, de dag is om
ik ga naar bed

als hij de laatste glazen spoelt
en netjes op de bar heeft neergezet
ziet hij in gedachten
zijn vrouw weer naast hem staan
en dan na al het lachen van vandaag
loopt langs zijn wang een kevertraan
-
Namen werden nummers,
koffers leeggeroofd.
De huizen die ze achterlieten uitgevent en weggegeven.
Wanneer men vandaag in Auschwitz slechts één naam uit het duister tilt,
zijn de koffers niet vergeefs bewaard gebleven.


Juko de Vries.
hier
liggen wij. . .

we denken
en voelen
aan elkaar. . .

verliezen onszelf
in de ander. . .

proeven het zout
van vergoten tranen. . .

het zoete van speeksel
van gegeven kussen
en drijven op oceanen
naar verre landen.

zo dicht bij elkaar
zo houden wij van. . .

dit is ons eiland
ons baken van rust
hier zijn we veilig
hier zijn we thuis
het bed beslapen
het brood gebroken
de wijn gedronken
het lichaam bespeeld

de een van de ander
de ander van een
de wonden geslagen
door liefde geheeld
%d bloggers liken dit: