LUNTERS VROUWTJE

24

24) We schrijven 27 oktober 2020. Ik zit rustig op de sokkel bij Elly en hoor wat onverstaanbaar gemompel. Ik draai me om en zie dat ze nu ook een mondkapje heeft gekregen. Waarschijnlijk van een toevallige passant want ik ben het niet geweest. “Tjonge, komt er zo’n gast bij mij op de sokkel staan en doet me dit mondkapje om. Allemaal heel goed bedoeld maar om het nu met een tie rip vast te trekken gaat me net iets te ver!” Kijk eens hoe ie dat gedaan heeft zeg!”

Ik bekijk het eens van dichtbij en inderdaad het mond masker zit met een tie rip strakgetrokken om haar hoofd. “Gelukkig ben je maar een bronzen beeld, Elly, jij kunt vast wel tegen een stootje.” “ Ja tegen een stootje ben ik wel bestand maar zo’n zorgzame ‘omklemming’ gaat me net wat te ver. Liever had ik gezien dat het met iets van elastiek was gedaan. Had ik nog enige bewegingsvrijheid gehad. Bijkomend voordeel is wel dat nu echt niemand me kan zien kletsen met jou, knul!” “Probeer je het nog steeds geheim te houden dan, Elly, dat je kunt spreken? Ik denk dat de meeste Lunteranen het al wel door hebben , tenminste wanneer ze deze verhaaltjes regelmatig lezen en bijhouden.” “In elk geval hoeft het niet aan de grote klok gehangen te worden dat ik een sprekend beeld ben. Je moet ook nog wat aan fantasie bij de mensen zelf laten toch? Dus hou het maar onder je pet, knul. Er is nog tijd genoeg om groots uit te pakken.” “Nou, ik denk dat je het wel zult redden zo met dat kapje op. Ik ben benieuwd hoe lang het erop zal blijven. Ik had liever gehad dat je een echt Lunters mondkapje zou gaan dragen Elly, Die zijn echt leuk en passen helemaal bij jou. Ik zal eens zien of ik er een te pakken kan krijgen. Kom ik hem hoogst persoonlijk bij je omdoen met elastiek, dat beloof ik! Tot morgen maar weer. Ajuus!” “ Ja, tot morgen, maak er nog een mooie dag vast . Ajuus!”


23) We schrijven 26 oktober 2020. De regenboog staat mooi aan de hemel. Net een fris regenbuitje gehad en nu laat het hemels teken zich weer eventjes zien. Herinnert ons direct weer aan wat ooit beloofd is. Ik loop door de dorp straat richting nieuwe erf en ben in gedachten bezig met de laatste cijfers van het RIVM. “Ha, knul, kom even zitten hier!” Het is Elly die stiekem even roept. Ze zal vast iets willen weten. “Heb je nog laatste nieuws over de Coronacijfers?” “Ja, die heb ik en het is niet best. Weer meer besmettingen dan gisteren. Het stijgt nog steeds.” “Oef, da’s niet zo mooi. Hoewel ik hier in het straatbeeld toch bijna iedereen met een mondkapjes zie lopen, dus daar wordt goed gehoor aan gegeven, zou ik zeggen.” “Ja, maar ik denk dat die stijging die nu nog doorgaat al ontstaan is van voor de mondkapjes plicht. Ik denk dat het effect van de strengere maatregelen nog wel even op zich laat wachten. In elk geval wil het kabinet nog even wacht hoewel ze vanavond met een pers moment komen, schijnt het. Maar dat weet ik niet zeker. We zullen het vanavond wel zien op het nieuws of via een extra uitzending.” “Het is toch wat he, Waar we in terecht gekomen zijn. Wie had zoiets nou kunnen bedenken vorig jaar. Toen stond ik hier in afwachting van een mooie decembermaand en nog na te genieten van een prachtige Oud Lunterse Dag. Moet je ons dit jaar zien tobben. De dorpsstraat is grotendeels leeg een enkeling met mondkap op doet snel wat boodschappen. Mensen blijven niet heel lang met elkaar staan kletsen. Het hele dorpsleven krijgt er een knauw van mee hoor.” “Ja, Elly, het is zoals het is en zolang er niks tegen gevonden is zal het ook wel zo blijven ook ben ik bang.” “Ja, heerlijke open deur die je daar intrapt maar je hebt gewoon gelijk. Het is wat het is en we moeten door de zure appel heen bijten. Er zal nog heel wat water door de Lunterse Beek stromen eer er een echte oplossing is. Over Lunterse Bek gesproken, haal je zo even een visje voor me? Of nee, doe maar een bakje Kibbelingen, daar heb ik zin in. Hier heb je alvast geld.” “Nou tot zo direct dan maar, welke saus wil je erop?” “Eh, knoflook saus. Lijkt me heerlijk. Zit er straks iemand op mijn sokkel en snapt niet waar de lucht vandaan komt, hi ,hi.” “Ok, een portie Kibbeling met knoflooksaus . Ben zo weer terug.”

22)We schrijven 24 oktober 2020. We zijn al een poos in lockdown, even er wat uit en sinds kort er weer in. Ik was net weer even bij Elly. “Elly, er moet me iets van het hart.” “Zeg het maar, spreek je uit, maak van je hart geen moordkuil! Wat heb je op je lever. Zeg maar op.” “ Elly, ben jij nog nooit ziek geworden in al die tijd dat je hier al staat. In weer en wind blijf je paraat, neemt alles in ogenschouw maar nog nooit heb ik maar een klacht gehoord uit jouw mond over je persoonlijker gezondheid. Ga jij überhaupt wel eens naar de dokter. Heb je eigenlijk wel een huisarts?” “ Om met je laatste opmerking te beginnen. Nee ik heb geen eens een huisarts. Die heb ik niet nodig. Ik ben een beeld en derhalve wordt ik ook niet ziek. Maakt niet uit wat voor weer het is, warm, koud, zomers, winters, het deert me niet. Mocht je soms de indruk krijgen dat ik het warm of koud heb,. . . Dan is dat allemaal gespeeld. Voor het verhaal snap je. De lezer moet toch enigszins een geloofwaardige indruk krijgen van wie ik ben, wat voor karakter ik heb en dat ik meeleef met de Lunterse bevolking. Dat is precies de reden waarom ik hier ben neergezet. Als een baken van rust om op terug te vallen als het stormt of als er wat loos is. Nou dat er wat loos is in de wereld behoeft hier geen betoog toch?” “Uh, nee, Elly, dat er wat aan de hand is is wel duidelijk. Wel vreemd dat er nog steeds mensen zijn die bij hoog en bij laag volhouden dat het allemaal wel meevalt. Ik weet niet waarom ze dat doen, het is iets wat ik echt niet kan begrijpen.” “Je zou het een vorm van ontkenning kunnen noemen of de welbekende kop in het zand methodiek of zoals kleine kinderen wel eens hun handen voor hun ogen houden en dan hard roepen:”Ik ben er niet! Ik ben kwijt!” “Tja, als je het zo bekijkt.” “Bekijk het nou maar zo, dat scheelt een hoop zorgen en een hoop nodeloze energie om het te proberen te begrijpen. COVID is er en het is wat het is en er is nog geen afdoende medische remedie tegen. Ze zijn druk, heel druk bezig maar tot die tijd blijven de regels van kracht. Houd afstand, was je handen stuk, nies en hoest in je elleboog en draag in openbare binnenruimtes je mondkapje met trots! Zie ik je morgen weer?” “Eh, nee want morgen is het zondag en ik gun je de rust die daar bij past Elly. Maandag kom ik weer, tot dan. Ajuus!” “Tot dan, Ajuus, knul.”


21)“Hoi Elly, ik heb een vraag voor je. Kun je verliefd worden op dit dorp?” “Nou, of je dat kunt. Ik ben het al jaren.” “Ja, ik ook, toen ik hier 25 jaar terug neerstreek had ik niet verwacht zo verbonden te raken met dit dorp. De ligging, de gemoedelijkheid, de saamhorigheid ook die ik in de loop der jaren heb leren kennen. Echt hartverwarmend.” “Maar ben jij hier dan niet geboren en getogen?” “ Nee, ik ben een ‘reservebelg’ oftewel een Brabander. Ik kom oorspronkelijk uit het zuiden van het land. Ooit in Veldhoven geboren maar in mijn studententijd deze kant opgekomen om de sociale academie in Ede te bezoeken. Daarna nog een poosje in ‘EE’ gewoond maar dat was echt niks. “ “ En hoe ben je dan hier terechtgekomen?” “De liefde heeft me hier gebracht ,Elly, de liefde!” “O wat romantisch, zo is het bij mij niet gegaan hoor. Mij hebben ze hier op een dag gewoon neergezet op de sokkel.” “Ja, dat kun je niet echt romantisch noemen nee.” “Ach, ik sta inmiddels best hier hoor en ik zie genoeg verliefde stelletjes voorbijkomen en dat is ook altijd mooi om te zien.” “Nou, ik ga maar weer op huis aan, we eten ‘kipkluufjes’ vanavond met gebakken aardappelen en Boer Bart Salade van Jelis! Dat wordt weer smullen, tot morgen Elly! Ajuus.” “Ja, tot morgen ‘reservebelg’ Ajuus en groeten aan je lief!”


20)“Zo, er is feest bij de Honskamp, Elly! Heb je het al gezien?” “Vanaf hier niet echt nee, ik kan nog steeds niet om een hoekje kijken maar ik weet er van! De Honskamp bestaat 50 jaar en dat is een mooi jubileum hier in ons dorp.” “Ja, voor iedereen die graag , ook op zijn oude dag, in dit dorp blijft wonen een uitkomst. Maar met de huidige situatie rond Corona, zal het toch ook zeker een aangepast feest worden denk ik zo.” “ Ja, dat spreekt eigenlijk vanzelf. Ik hoop dat de mensen die er momenteel verblijven en iedereen die er werkt er toch een mooi feest van kunnen maken. Toch iets om blij en trots op te zijn hoor.” “Heb je verder nog nieuws Elly?” “Eens even denken, ja toch wel. Daar bij de oude Rabobank zijn ze nog allerbarste dus druk bezig. Weet jij wat daaronder nog moet worden gemaakt. Toch niet nog meer appartementen?” “ Nee, ik heb van horen zeggen dat er een huisartsenpraktijk gaat komen. Da’s mooi in de loop van het dorp en als er dan iemand niet goed wordt in de dorp straat is er altijd snel een arts bij te halen, dacht ik zo. Maar, nogmaals ik heb het enkel van horen zeggen. Zeker weten doe ik het niet. Maar als je nog even geduld kunt opbrengen dan zal het allemaal vanzelf wel duidelijk worden wat er op die plek nog gebouwd wordt. DE tijd zal het leren, Elly.” “ Ik denk dat ik vanavond maar eens iets ga halen bij de plaatselijke horeca, gewoon als steuntje in de rug tijdens deze barre tijden. Had je trouwens die oproep gezien in de krant? Steunt allen de plaatselijke horeca en bestel ook eens een afhaalmaaltijd om ze te ondersteunen. Als ik het me goed herinner stond er ook een hele waslijst bij van iedereen die eraan meedoet. Kijk daarin kan ons dorp nou groot wezen. Elkaar door de barre tijden helpen. Zou ik als ik jou was de komende tijd ook zeker eens een paar keer doen, knul.” “Dat zal ik zeker een keer doen Elly, nou voor straks dan maar smakelijk eten, ik ga weer op huis aan, Ajuus.” “Ja, tot morgen, Ajuus.”


19)“Wat een hondenweer zeg.” “Zeg dat wel ja, ik blijf maar even Elly. Het regent echt te hard. Ben blij dat ik even tussendoor naar de winkel kon.” “Nou, ik ben er onderhand ook wel klaar mee met die regen. Zo is er echt maar weinig aan om hier te staan. Maar goed dat is nu eenmaal mijn lot. In de zomer is het daarentegen wel weer heerlijk, mits niet te heet natuurlijk.” “ Ze zeggen dat we in deze tijden ook meer moeten relativeren, heb jij daar moeite mee Elly, om de dingen te relativeren?” “Nee, hoezo? Ik ben van brons, mij kan werkelijk niets gebeuren, ik sta hier nog wel een tijdje. Mooi gezicht hoe de winkels elke week weer bevoorraad worden door de groothandel. Hoe kleine busjes geopend worden en een bezorger met een steekwagentje de producten de winkel binnenrijdt, de papieren laat controleren en weer met een leeg wagentje bij zijn bus komt. Mooi ook om te zien hoe kinderen op een step hier door de bladeren ‘raggen’ met een lach op hun gezicht alsof ze op een groot feest zijn aangekomen. Met van die leuke lichtgevende wieltjes die harder knipperen naarmate ze harder steppen. Geweldig toch om dat te zien en te beseffen, Ja jullie zijn de belofte voor de toekomst. Over twintig jaar zijn jullie volwassen en in wat voor dorp leven jullie dan? Weet je ,knul, elke tijd heeft zijn eigen gezicht en dat geld ook voor ons dorp. Daar ben ik nou, in al die jaren dat ik hier sta, maar mooi achter gekomen. Je moet verder zie ik. Goed jongen ga maar, ik zie je morgen weer. Ajuus!” “Ajuus Elly en tot morgen. Waren mooie woorden van je, ga ik over nadenken. Ajuus!”


18“Moet je zo direct nog boodschappen doen? Zou je dan voor mij wat mee willen brengen?” “Tuurlijk, Elly, voor jou altijd. Wat kan ik voor je halen?” “Ik wil graag ene pakje papieren zakdoekjes. Mijn neus loopt wel eens door de wind en de regen van de laatste dagen, merk ik. En als ik dan zo af en toe snel even met een zakdoekje mijn dus kan afvegen vind ik dat wel zo prettig.” “Ok, papieren zakdoekjes, neem ik voor je mee.” . . . .”Zo, een pakje papieren zakdoekjes met aloe vera. Schijnt lekker zacht te zijn voor je neus. Ik weet alleen niet hoe gevoelig jouw bronzen neus eigenlijk is, Elly.” “Nou, hij mag dan wel van brons zijn, ik voel hem heus wel bij kou en wind en regen, dus die zakdoekjes zijn meer dan welkom, Dank je wel. Heb jij nog nieuws verder?” “Afgezien van de obligate Coronamededelingen eigenlijk niet. Ik blijf vooral binnen, ben echt ene risico mijder hoor. Mag je gerust weten. Ik wandel wel maar vermijd drukke plekken. Vandaag ben ik druk geweest met het winterklaar maken van mijn moestuin. Samen met mijn vrouw hebben we in drie dagen het klusje geklaard. Of, eerlijk gezegd, klusje is niet het goede woord, zeg maar gerust klus! Anders hadden we er ook geen drie dagen over gedaan.Maar we zijn erdoorheen. De tuin is weer winterklaar. Er staat alleen nog prei op en een bed rode bieten. Trouwens toen we vanmorgen op het land kwamen was het halve bed bieten plat en het loof lag los. Waarschijnlijk iemand bieten wezen oogsten zonder overleg vooraf met ons, zullen we maar zeggen. Dan sta je toch haar te kijken hoor! In elk geval hebben we vanavond zelf ook bieten voor het eten, heerlijk met een gefruit uitje en lekkere gehaktballetjes. Ik vermoed dat het morgen en overmorgen zomaar eens Bami kan worden wat de pot schaft.” “Wat eet jij vanavond , Elly?” “Och ik denk dat ik even een gebakken visje ga halen bij de Lunterse Beek. Dat lust ik altijd wel. Zie ik je morgen weer?” “Ja alls er niks tussenkomt zien we elkaar morgen weer, Ajuus en tot morgen.” Ja, eet smakelijk straks en tot morgen, Ajuus!”


17)“Zeg, Elly, ben je ook zo geschrokken van die miskleun van Alex en Max?” “ Och, valt wel mee hoor. Ik ben niet verbaasd of zo maar handig vind ik het niet van ze.” “Ja, en Diederik Jekel zei gisteren bij Jinek dat wart allemaal fouten maken. En dat was de meest relativerende inbreng in het hele tafelgesprek over dit onderwerp.” “Kijk jij dan Jinek?” “Ach, niet bewust of zo maar soms blijf ik er wel bij hangen wanneer ik aan het zappen ben.”” O, zo blij dat ik hier geen TV heb op het nieuwe erf. Hoef ik me ook niet zo druk te maken over wat ik wel of niet zal kijken. Dat is tegenwoordig alleen maar voer voor discussies waar ik helemaal niet op sta te wachten.” “Geef mij maar een gezellige Zaterdag met de Dweilorkesten en Chantykoren. Dan heb ik het echt naar mijn zin. Maar ja, dat zal er voorlopig niet in zitten. Ik voorzie dat de verwachtingen over het vieren Sinterklaas en Kerst ook wel naar beneden zullen moeten worden bijgesteld.” “Ja, daar kon je zo maar eens gelijk in hebben ook. Wat dat betreft maken we echt vreemde tijden mee. Maar goed, de Koning komt terug , heb ik vernomen. Best kans dat ie alweer in Nederland is aangekomen. Daar kunnen ze in Den Haag de komende week weer lekker hun tanden op stukbijten. Eh, morgen is zondag dan kom ik niet lang Elly. Ik hou weer eens ouderwets mijn zondagsrust. Maandag ben ik er weer. Ajuus.” “Ja tot maandag, die zondag kom ik zonder jou ook wel door hoor, Ajuus.”


16)“Nou, zo te horen heb je last van alles wat maar spieren heeft is het niet?” “Nou, zo zou je het wel kunnen zeggen ja. Ik verrekt van de spierpijn.” “Je hebt toch geen beginnende klachten, is het wel, anders moet je maar op twee meter afstand blijven zitten hoor!” “Nee, ik ben naar mijn moestuin geweest en heb er het onkruid gewied.” “O, dat verklaart een hoop, zo niet alles. Je was zeker een poosje niet geweest?” “Klopt, twee weken terug voor het laatst en nu ik er kwam hadden we groene vloerbedekking op de tuin.” “Dat was zeker stevig aanpakken. Wat heb je nog op je land staan eigenlijk?” “Och niet heel veel meer hoor, prei, rabarber en wat doorgeschoten kroppen sla, o ja en nog een bed rode bieten dat is het wel.” “Nou met die prei kun je voorlopig nog wel vooruit denk ik zo. Bieten houden het ook nog wel een poosje vol maar die sla zou ik direct of eraf halen en zien wat je nog kunt gebruiken of helemaal wegdoen en op de composthoop gooien.” “Ik had trouwens wel hele goeie hulp hoor. Een klein kereltje op rode laarsjes kwam me op zijn manier even helpen. Het joch kon nog niet praten maar deed wel heel goed zijn best. Prachtig om te zien hoe zo’n peuter al probeert nieuwe woorden te zeggen. Hij vond een gevallen eikel onder de eikenboom en kwam ermee naar mij toe. Gaf ze aan mij en keek me verwachtingsvol aan. Dankjewel zei ik en vervolgens het woord eikel, daarna gebaarde ik dat hij hem in de emmer mocht gooien wat hij dan ook braaf deed. Vervolgens keek hij me weer verwachtingsvol aan. Ga nog maar een ‘eikel’ zoeken! Het kereltje ging direct op pad en kwam een paar tellen later terug met weer een eikel. Ik nam ook dit exemplaar van hem in ontvangst, bedankte netjes en benoemde het object voor hem ‘eikel’ . Nou na drie keer had ie het door, zocht een eikel op en ging ermee naar zijn moeder. “Hé, wat heb jij daar meegebracht? Wat is dat ? Vroeg zijn moeder hem. “Aka! Zei het manneke en je zag gewoon aan zijn hele lijf hoe hij zijn best deed om dit nieuwe woord te zeggen. Hij was zichtbaar trots op wat hij zojuist geleerd had!” “Ja, dat zijn mooie dingen om mee te maken van die kleintjes. Je moet het wel willen zien natuurlijk.”

“Heb jij nog nieuws ,Elly? Is er nog iets gebeurd op het nieuwe erf?” “Ach, wat zal ik zeggen, je ziet steeds meer ‘gekapt’ volk lopen. In de meeste winkels houdt men zich netjes aan de regels. En er is nog genoeg volk op de been om de winkeliers voldoende bezig te houden. Bij de Verrassing hebben ze al weer een bord bij de ingang gezet met informatie over afhaalmenu’s en bijbehorende tijden. Dus als iedereen nou de plaatselijke middenstand blijft steunen en af en toe ook een maaltijd gaat afhalen komen we samen ook deze halve lockdown door. Ik heb er wel vertrouwen in, Jij ook?” “Ja, ik zie het allemaal wel met vertrouwen tegemoet. Je moet natuurlijk niet ziek worden maar als je de regels volgt , je mondkapje met trots draagt en de afstanden in de gaten houdt komt het allemaal wel goed. Nou Elly ik ga weer op huis aan, vanavond eten we spaghetti en daar heb ik verrekt veel zin in! Ajuus, tot morgen!” “Ja eet smakelijk straks en tot morgen, Ajuus.”


15)“Wat zijn wij Nederlanders toch een gemakzuchtig volkje soms. Ben ik aan het wandelen , struikel ik zowat over een weggegooid mondkapje. Zou zo maar door een hond besnuffeld kunnen worden of mop geraapt worden door een klein kind. Nou die leren door te kopiëren dus geheid dat die zo’n ding dan gewoon voor hun neus duwen. Ik moet er niet aan denken, Elly dat daardoor een kind ziek zou kunnen worden toch?” “Nou, dat vind ik wel wat vergezocht als ik eerlijk ben. Het zal toch zo’n vaart niet lopen? Denk je echt? Nee, dat zal vast niet maar ik ben wel met je eens dat de mensen die kapjes gewoon thuis moeten weggooien en niet op straat laten slingeren. Daar horen ze niet thuis. Dan neem je de term wegwerpmondkapjes te letterlijk. Je moet werk zelf blijven nadenken. Dus in dat opzicht sta ik achter je, knul.”

“Dank je Elly, dat doet me in elk geval goed te horen. Trouwens ik liep daarstraks tot het eind van het dorp en zag daar een mooi welkomst bord maar dan de achterzijde. Daar stond “Tot Kiek” en jouw beeltenis. En op de rotonde bij de Meulunsterseweg-Barneveldseweg en Dorpssstraat stond er ook al een silhouet van jou. Je bent wel in trek als ik het zo mag zeggen.” “Ja, ik ben zo’n beetje het uithangbord van Lunteren geworden zo door de jaren heen maar ik kan er niet mee zitten hoor, vind het er grens ook wel weer een hele eer om zo als kenmerk van het Lunterse voor het voetlicht gebracht te worden. Daar heeft Elly van den Broek en de vereniging Oud Lunteren een goede zet mee gedaan.” “Nou, ik weet zeker dat je ver over de dorps grens bekend bent Elly, en ik hoop dat onze ontmoetingen daar ook zeker aan bij blijven dragen. Ik ga weer eens op huis aan. T’ is nu al stiller hier. Ajuus maar weer of zal ik zeggen Tot kiek.” “Mag ook, knul, Ajuus of tot Kiek of tot morgen, ik vind het allemaal best. Blijf gezond, draag je mondkapje met trots en nog een fijne avond.”


14)“Wat ben je laat vandaag?” “Ja, ik kon de gang niet krijgen vandaag. Heb nog eens nagedacht over die gedeeltelijke lock down van vanavond. Ik geloof dat ik er toch ook wel een beetje tegenop zie.” “Anders ik wel, zal wel erg rustig worden hier in het dorp. En alleen is ook maar alleen. Jullie kunnen nog een stukkie gaan wandelen, als je zin hebt , maar ik kan hier alleen maar blijven staan. Ik ben afhankelijk van wie of dat er langs komen. En als iedereen zo veel mogelijk binnen moet blijven zie ik de bui wel hangen.” “Maar ik kan je evenwel blijven opzoeken , hoor Elly, dan wandel ik toch gewoon even langs en als wij anderhalve meter afstand houden kunnen we genoeg bijkletsen toch?” “Ja, we moeten het er maar mee doen uiteindelijk. Het is maar te hopen dat er nu snel een vaccin komt dat soelaas gaat bieden. Trouwens de zorg wordt ook sowieso veertig procent afgeschaafd heb ik gehoord., Jij?” “Ja ik las in de Lunterse krant dat er in elk geval twee dokterspraktijken volgende weke de hele week dicht zijn een dat patiënten zich elders kunnen vervoegen bij een waarnemend arts. Die maken er al direct werk van om af te schalen. Maar goed die zullen ook thuis wel kinderen hebben die herfstvakantie krijgen van school en dan snap ik het ook wel weer dat ze dan thuis willen zijn. Afijn het is zoals het is en anders wordt het niet. Ik zie je morgen gewoon weer Elly, kom ik gezellig even bijkletsen. Tot morgen, Ajuus” “Ajuus, tot morgen, hopelijk heb ik dan niet zulke koude voeten als vandaag.”


13)“Dit is de dertiende keer dat ik hier bij je kom zitten, Elly en ik moet even wat kwijt. Heb je even een momentje?” “Ik weet al wat je kwijt wilt. De persconferentie van daarnet zeker?” “Inderdaad, we zijn weer bijna terug bij af heb ik de indruk. Zie jij dat ook zo?” “ Tja, daar lijkt het wel aardig op ja. Hoewel ik wel steeds meer mondkap[jes in het straatbeeld zie hoor. Eerlijk is eerlijk, hier doet iedereen ook zijn best. Maar goed de regering heeft nieuwe maatregelen afgekondigd en het is ene kwestie van een korte tijd en de mondkapjes worden verplicht. Zodra dat juridisch is dichtgetimmerd komt die verplichting er zeker. Dat Heeft Rutte duidelijk gezegd. Ben je bang?” “Nou, bang is niet het goede woord maar het voelt allemaal wel onwezenlijk. Af en toe heb ik het idee dat ik in een heel slechte science fiction film beland ben. En het ergste is dat je niet weet hoe het af zal lopen.””Nou, we zullen het voorlopig weer met deze maatregelen moeten doen, jongen.” “Tja het is niet anders. Nou tot morgen maar weer, Elly, Ajuus.”

“Ja, Ajuus en tot morgen.”


12)“Ik weet ook niet wat er dinsdag gezegd gaat worden, jij Elly? Heb jij enig idee wat er gezegd gaat worden op de persconferentie?” “ Niet echt maar ik heb wel vermoedens, ik vermoed dat er weer strengere maatregelen komen, misschien wel weer de horeca dicht of een avondklok. Nou dat zal hier niet heel veel helpen denk ik, de plaatselijke horeca is namelijk niet zo heel uitgebreid en een avondklok is hier na Acht uur ‘s avonds niet eens echt nodig zo weinig volk als dat er dan rondloopt.” “Evengoed wel jammer voor de ondernemers die nog wel een beetje na Acht uur moeten verdienen. Het zou spijtig voor ze zijn als ook nog dat kleine beetje avondomzet wegvalt, toch?” “Ja daar heb je wel gelijk in maar goed Floor is meestentijds om Negen uur ‘s avonds dicht. Enkel de Wormshoeff gaat wat later door, evenals De Verrassing maar goed daar zullen ze niet verrast zijn als tijdens de persconferentie strengere maatregelen worden afgekondigd.”

“Ik ben er niet gerust op Elly, de besmettingen lopen toch wel in een rap tempo op en niet alleen in Nederland he! Ook in de landen om ons heen. Zouden we hé virus dan toch voor een tweede keer onderschatten?” “Dat denk ik haast wel ja. We hebben ons te vroeg weer redelijk veilig gewaand en in die periode heeft het virus zich weer makkelijk kunnen verspreiden. Het weer slaat om, de weerstand van ons allemaal neemt af en die combinatie maakt dat we sneller vatbaar zijn en oh ja, er wordt nu veel meer getest als bij die eerste uitbraak. Misschien waren er toen ook al wel zoveel mensen besmet maar wisten we dat niet vanwege het niet testen. Zou zo maar kunnen hoor.” “Goh, Elly, je bent nog verstandiger dan ik dacht. Voor zo’n bronzen beeld weet je nog aardig zinnig mee te praten over wat ons dorp bezighoudt. Dat vind ik eigenlijk best wel stoer. Weet je, morgen kom ik weer en kletsen we weer verder, ok? Tot morgen Ajuus.” “Ajuus en tot morgen.”


11)“Ik heb zojuist een heel leuk feestje meegemaakt!” “Echt? In deze Coronatijd een feestje, jij? Hoe dan?” “Ik heb een birthday drive inn feestje meegemaakt en het was hartstikke leuk.” “Een Birthday drive inn hoe gaat dat in zijn werk? Leg uit.” “Nou je zet de jarige in een partytent zo neer dat je er met de auto langs kunt rijden. Raampje open, op afstand laten feliciteren en cadeautje geven. Dan doorrijden naar de goodie bag tent en daar de goodiebag in ontvangst nemen. In de goodiebag zitten instructie hoe ze thuis het feestje verder moeten vieren. Weet je hoe leuk Elly!” “Ja dat klinkt wel heel leuk en inderdaad ook helemaal Coronaproof! Hoe ben je op het idee gekomen?” “Ja, we hadden een jarige in de familie die een kroonjaar vierde en dat wilden we niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Dus hebben we dit bedacht. De jarige heeft enorm genoten en de gasten die de moeite hebben genomen om langs te komen vonden het allemaal ook een heel leuk idee.” “Nou, is een variant daarop niet te bedenken voor hier, ik ben immers ook ooit een keer jarig!” “Weet je Elly, daar ga ik eens goed over nadenken. Moet ik eerst eens achter je echte geboortedatum zien te komen. Dat zal nog best ene hele klus worden denk ik zo. “ “Ja, dat zou zo maar eens kunnen. Zie ik je morgen weer?” “Zeker, zie je me morgen weer maar na kerktijd meid ,we laten die dertig kerkgangers in alle rust hun kerkdienst houden en nadien zien we wel verder. Tot morgen en alvast een goede zondag Elly, Ajuus.” “Ja insgelijks en tot morgen, Ajuus.”


10)“Zeg maar niet te veel tegen me Elly, ik ben hartstikke chagrijnig vandaag.” “O, mag ik wel vragen waarom je chagrijnig bent?” “ Ik heb een bekeuring gekregen voor te hard rijden! En daar baal ik ontzettend van. Als er ooit geld is wat zonde van het geld is dan is het wel boetegeld.” “Was het een hoge boete?” “ Vierendertig euro, maar evengoed zonde van de centen.” “Maar dan heb je waarschijnlijk niet heel erg veel te hard gereden toch?” “ Dat klopt maar dat maakt voor mijn gevoel niet uit, evengoed zonde van het geld. Maar laten we er maar over ophouden nu. Ik heb het gezegd en dan kun je mijn kribbigheid een beetje plaatsen. Ik zal me inhouden.” “Ach, dat is weer een nadeel van ‘mobiel zijn’, je kunt je dan wel veprlaatsen maar soms doe je dat dan te snel op een plek waar het net gecontroleerd wordt. Weet je, we hebben het er niet meer over, ok?” “Ok. Hoe was jouw dag tot nu toe?” “Nou, ik heb in elk geval niet bewogen vandaag. Zal ook niet heel snel gebeuren maar je weet maar nooit wat een dorpsraad zich in het hoofd haalt. Of gemeente Ede die kunnen er ook wat van. Bedenken ze ineens een andere plaats voor me om neer te zetten. Het zal zo’n vaart niet lopen maar goed, het zou zomaar kunnen gebeuren.” “Nou praat je net als die Trump daar in Amerika, sorry dat ik het zeg maar je komt er nog aardig in de buurt ook door zo te praten Elly! Echt, dat moet je maar niet meer doen. Voor je er erg in hebt denkt men in het dorp dat je verplaatst gaat worden terwijl het een zoals jij het zo Trumpiaans formuleert ‘Een mogelijkheid zou kunnen zijn.’ Ja als je zo praat kan alles een mogelijkheid zijn. Op zo’n manier help je juist mensen op het verkeerde been. Hou je maar bij de feiten Elly, en dat is wat mij betreft voor vandaag. Ik heb een bekeuring voor te hard rijden en jij blijft hier gewoon altijd staan. Ok? En verder wil ik er niks meer over horen. Tot morgen maar weer. Ajuus.” “O, eh, ga je nu al weer? Nou tot morgen dan maar. Ajuus.”


9)“Oh, zag je dat? Dat ging maar net goed!” “Wat gebeurde er, ik zag het niet!” “Nou die paal ging te vroeg omhoog, gebeurt wel vaker hoor. Dan komt er de post NL wagen aan en die kunnen met zo’n afstandbedieninkje die paal aan het begin van de winkelstraat laten zakken zodat ze er door kunnen rijden. Je weet wel wat ik bedoel toch?” “Ja,ja die paal die uit de grond omhoog komt, ik weet het.” “Nou, daarnet ging ie te vroeg omhoog, de wagen was er nog half boven en toen heeft de chauffeur waarschijnlijk al op zijn knopje gedrukt. Het ging echt nog maar net goed. Ik ben er beduusd van. Zo masai ik wel vaker rare dingen mee hier hoor?” “O, ja, vertel.” “Nou, laatst ook weer een keer, een paar van die jonge gasten die om beurten even op de scootmobiels wilden crossen van een van hun vrienden. Verliest er toch een gewoon het evenwicht omdat ie te snel keerde en nog te veel vaat had. Klapt hier zo tegen mijn sokkel aan.” “ En dan zeg je daar niks van?” “Nee, natuurlijk niet, niet iedereen hoeft te weten dat ik kan praten toch?” “Weet je waar ik de laatste tijd veel aan moet doen ken Elly?” “Nou, vertel.” “AAn dat de tijd soms zo snel kan gaan zonder dat je het in de gaten hebt en op een ander moment voor je gevoel zo tergend langzaam. Heb jij dat nou nooit?” “Elke dag,echt, elke dag dat ik hier sta maak ik dat gevoel wel een paar keer mee. Volgens mij heeft het alles met afleiding te maken of concentratie , of misschien wel allebei. Wanneer er bijvoorbeeld weinig tot niks gebeurt en de verveling slaat toe dan kruipt de tijd voorbij. Dan hoor ik werkelijk elk half uur de klok slaan. Maar als het wat drukker is of er is bijvoorbeeld wat te doen in het dorp. Denk maar aan de Chantydag of een concert van KNA in de muziektent of de zomerse braderie dan kan de tijd weer als vanzelf omvliegen.” “Maar, wat doe je dan als je je echt verveelt Elly? Hoe kom je de tijd dan door?” “Och dan vermaak ik me sowieso met mensen kijken, als ze langskomen. Hoe ze zich kleden, wat voor schoenen ze aanhebben. Soms tel ik gewoon veterschoenen of sneakers die langskomen. Of wie er wel of geen bril draagt. Zondags, rond kerktijd is het vaak hoedjes tellen die lopend of fietsend langskomen. En , belangrijk, in plastic tassen aan het fiets stuur zit vaak gewoon het hoedje dat vlak voor het binnentreden nog even opgezet wordt hoor. Dus die tel ik dan ook mee. Trouwens je ziet de mooiste exemplaren langskomen hoor. Met veertjes, zonder veertjes, van vilt of gebreid. Soms met soms zonder voiles. De rokken zijn tegenwoordig wel minder lang als vroeger. Ik weet niet of iedereen daar rouwig om moet zijn. Het is wel een fraai gezicht soms.” “Over rokken gesproken, die van jouw is nog best lang, echt tot op de grond, je ziet je voeten niet eens. Is dat een bewuste keuze Elly?”

“Nee, dat is de keuze geweest van de maakster, die heeft voorzien dat het soms knap kan waaien op het Nieuwe Erf. Gelukkig is mijn jurk ook van brons en waait ze nooit hoog op. Dat zou wat wezen zeg! Bovendien blijven mijn benen er lekker warm onder.” “Zou jij nooit eens wat anders aan willen dan? Een lange broek of zo?” “Ha, ha, je weet niet wat ik hieronder draag knul en daar zul je ook nooit achter komen ook. Zie ik je morgen weer?” “Ja ,zeker, als het niet regent en niet te hard waait. Tot morgen, Ajuus!”

“Ja tot morgen maar weer, Ajuus!”



8)“Hoi Elly, alles ok?” “Jas, hoor, met mij is het prima. Heb jij nog wat te melden? Ga even zitten. Het is gelukkig even droog.” “Ehm, eens even zien, of ik iets te melden heb. Niet echt iets speciaals geloof ik. Ja Corona natuurlijk. Dat steekt toch wel weer de kop op in het hele land. Ik maak me best wel zorgen. Niet om jouw hoor, je bent immers immuun voor het virus. Tenminste dat hoop ik maar. Moet er niet aan denken dat jij voor een paar weken van je sokkel moet worden gehaald om opgeknapt te worden. Dat zou maar een kale plek opleveren hier op het nieuwe Erf. Heb jij eigenlijk angst dat je besmet raakt?” “Ach, niet echt nee, ik ben wel tegen een hoop invloeden bestand. En ik zie bovendien best een hoop mensen al met een mondkapje op door de winkelstraat lopen of fietsen. Nog niet iedereen doet dat, wat ik ook wel weer begrijp hoor. Je kunt het knap benauwd krijgen met zo’n kap voor je mond en neus. Voor mensen met COPD lijkt het me helemaal een krime.” “Ja, daar kan ik over mee praten, ben zelf risicopatient en hoor ook tot de risicogroep maar met zo’n kapje op je gezicht valt lekker doorademen niet echt mee. We hebben ons wereldwijd wel een behoorlijk probleem toegeeigend hoor. Met al dat gereis van mensen over de hele wereld is zo’n virus uiteraard ook snel verspreid geraakt. IK geloof dat we maar eens wat minder moeten gaan vliegen ook. Ben eigenlijk best heel benieuwd hoe ons gedrag daarop zal zijn wanneer de coronacrisis echt achter ons ligt en of we dan ook andere keuzes zullen gaan maken. In elk geval zijn de elektrische fietsen niet aan te slepen , heb ik gemerkt. Donkelaar heeft een hoop verkocht en Flier ook. Sommigen hebben wel drie maanden op hun nieuw bestelde exemplaar moeten wachten. Er is door die crisis echt een run ontstaan op fietsen in het algemeen en elektrische fietsen in het bijzonder. Kun jij trouwens fietsen, Elly?” “ Ja, wat een vraag is dat nou weer. Kijk eens naar me, wat denk je zelf. Nog best lastig je benen rond te krijgen als je van Brons bent gegoten, dat kan ik je wel verzekeren. Nee, ik kan niet fietsen, nooit geleerd ook. Ooit ben ik ontstaan uit was , als proefmodel en daarna in brons uitgegoten. Men heeft gewacht tot ik afgekoeld was en na wat nabewerkingen heeft men me hier geplaatst.” “Dat is nog best een hele operatie geweest dan, he? Maar volgens mij ben je best tevreden met je plekje hier, is het niet?” “Zeker, ik sta hier best, zomer,herfst,winter,voorjaar, elke dag wel eigenlijk.” “Nou, ik ga weer eens op huis aan, Elly, moet ik volgende keer nog iets voor je meebrengen?” “Ja, neem voor de zekerheid maar een mondkapje voor me mee en zet het even bij me op, wil je, voor alle zekerheid en om een goed voorbeeld te geven. Misschien helpt het de voorbijgangers herinneren in wat voor tijd we leven en boodschappen doen. Dus een mondkapje zou fijn zijn. Tot morgen maar dan, Ajuus.”

“Ok, ik zal thuis kijken of ik nog een kapje voor je heb, tot morgen, Ajuus.”


7)“Goedemorgen Elly , heb je nog een beetje kunnen slapen?” “Goedemorgen, ja hoor ik heb nog even een paar uurtjes mijn ogen dicht kunnen doen. Gelukkig was er niet heel veel vroege drukte deze nacht. Ik denk dat de eerste geluiden rond een uur of zes weer klonken.” “Nou ik ben benieuwd wat deze dag zal brengen. Ik hoorde op het nieuws dat Trump alweer thuis is uit het ziekenhuis. Die heeft een wonderbaarlijke genezing meegemaakt naar het schijnt. Daar zal hij vast goed garen bij spinnen bij de verkiezingen straks.” “Ach, weet je , we kunnen ons er hier wel druk over maken maar ik geloof dat we hier eigenlijk wel genoeg aan ons hoofd hebben met onze eigen sores. Zo best gaat het hier allemaal niet vind ik. Veel verwarrende berichten, wat mag wel , wat mag niet. De mensen staan zo snel klaar met een opgestoken vinger. Dat is zo’n typisch nederlandse eigenschap waar we nooit meer van af komen , ben ik bang. Te lang een domineesland geweest, te veel kruidenier en koopman om nog gematigd te kunnen reageren.” “ Nou, voor een beeld hou je er een tamelijk genuanceerde opinie op na zeg. Dat had ik ,eerlijk gezegd, niet direct achter je gezocht.” “Weet je, dat mag dan wel zo zijn maar ook beelden zien veel hoor. Ik sta hier op een prachtig punt, kan vanaf hier de kerkklok horen dus weet ik altijd wel hoe laat het is.” “Nu je die kerkklok noemt, dat boekje daar op je arm. Wat is dat precies voor boekje, hoe ben je er aan gekomen en wat doe je er precies mee?” “Dit is mijn bijbeltje en dat heb ik altijd bij me. Het is een boekje dat ik van mijn maakster heb meegekregen, heette toevallig ook Elly. Zij vond dat ik als beeld ook een soort kompas mee moest krijgen zoals veel mensen ook wel hebben. Sommigen leggen het thuis in een kast en kijken er nooit meer in. Anderen gebruiken het juist dagelijks. Die zullen er hier in het dorp vast ook wel zijn hoor. Die nog dagelijks in hun bijbel lezen.” “ Wat is er voor jou dan zo bijzonder aan, ik zie dat je het echt altijd bij je hebt.” “ Het bijzondere aan dit boekje is voor mij de inhoud, de verhalen van doodgewone mensen, koningen,koninginnen,dwazen,profeten,schriftgeleerden,hoeren, tollenaars. Eigenlijk is het een boek over het leven van alle mensen en hun God die leiding geeft, routes uitzet, straf geeft, beloont, vergeeft, redt, bevrijdt, kortom een soort van kompas waarmee je je richting kunt bepalen van hoe je moet handelen in bepaalde situaties in je leven. Kijk, vandaag de dag zijn er genoeg andere zaken die richting geven aan het handelen van de mensen. Commercie,TV,Radio,Kranten, Sociale Media maar daar heb ik eerlijk gezegd niet zo veel mee op. Dat verwart me vaak maar omdat het steeds zo snel verandert. Wat er in dit boekje staat is al eeuwen hetzelfde en toch nooit ouderwets of uit de tijd geworden. Alsof er iets speciaals mee aan de hand is dat door alle tijden in staat is gebleken richting te geven, een weg te wijzen. Moet je eens , qua tijdspanne dan hè, eens richting zien te halen uit moderne maandbladen, internet of kranten. Dat wordt denk ik nog een hele klus.” “Maar ga jij nog wel eens daar naar die oude kerk dan?” “ Nee, dat niet meer, sinds ik hier als beeld ben neergezet sta ik wel op dezelfde plaats. Logisch dat ik niet in die oude kerk kom maar niet uit onwil, eerder uit onvermogen. Een beeld kan nou eenmaal niet op eigen kracht van zijn plaats komen. Maar goed, dat neemt niet weg dat ik hier af en toe nog in mijn boekje lees en passages overdenk,vervolgens naar de mensen kijk en mijn gedachten laat gaan over al die dingen. Maar genoeg gefilosofeerd, kijk jij nog wel eens in je boekje? Heb je wel zo’n boekje?” “ Jazeker, meerdere zelfs, in verschillende vertalingen,talen en diktes. En ja voor mij zijn ze zeker een kompas. Met dit verschil, ik kan wel van mijn plaats komen en ergens heengaan waar ik nooit eerder kwam. Ik moet weer op huis aan Elly, zie ik je morgen weer ok?” “Ok, tot morgen, Ajuus!”

“Ajuus,Elly! Oh, ja mijn nichtje Erna vroeg me je de groetjes te doen, dus bij deze. Ajuus!”


6)“Och, ik schrik me rot, wat doe jij hier nou zo midden in de nacht! Het is kwart over vier, man.” “Ja, sorry, ik zie dat je geschrokken bent maar er is niks bijzonders hoor. Ik kon alleen niet slapen en dacht. Hup de benen eronder en maar even bij Elly gaan kijken. Ik wilde je echt niet wakker maken hoor.” “Nou, dat heb je wel gedaan en niet zo zuinig ook. De meeste jongelui zijn al een poosje weg hier van het Erf, slaap ik net een beetje, kom jij ineens aankakken met veel herrie. Weet jij wel hoe hard dat klinkt die klompen zo midden in de nacht. Man dat geluid knalt hier alle kanten op.” “Oh, ben je van mijn klompen wakker geworden, ja dat was achteraf niet zo’n goed idee van me, thuis zachtjes wegkomen was ook al een crime, moet ik eerlijk zeggen. Maar goed, ik ben er en ik blijf nog wel even want nu ben ik echt helemaal over mijn slaap heen. Hier, slokje?” “Wat is het?” “Lunters neutje, ‘t is al na twaalven en maandag en de zondag is al een paar uur achter ons. Nou, ik vraag het niet weer, slokje?” “Ok, geef op, maar niet te veel hoor anders val ik haast nog om van de drank en dat geeft geen pas voor een beeld.” “Nou ik hier toch ben Elly, je staat hier altijd, ‘s nachts en overdag, jaar in jaar uit maar wat bleef je zo op ene nacht zoal, hier? Het is toch werkelijk helemaal uitgestorven om deze tijd.” “Nou, niet altijd hoor, kan ik je vertellen. Er zijn momenten dat het er hier nog laat aan toe kan gaan. Voordat in de weekenden De Verrassing dicht is of Het nieuwe Erf weer rustig. Dat kan soms knap lang duren hoor. Ja, de gasten zijn vaak wel op tijd weg maar dan moet er nog schoongemaakt,dus voordat de lui die er werken klaar zijn en naar huis kunnen zijn we zo een paar uurtjes verder. Bovendien kan van verderop de Peperbus ook nogal eens wat laat volk deze kant op komen. Dus, nee, zo makkelijk wordt het hier niet rustig. En neem nu jezelf als voorbeeld, jij komt toch ook zomaar midden in de nacht hierheen geklost?” “Ja, maar ik kon niet slapen en dacht dat je wat gezelschap wel kon waarderen.” “Ja, dat kan ik ook wel waarderen maar je bent echt de enige niet die wel eens zo laat, of moet ik zeggen, zo vroeg, door de dorpspstraat stiefelt. Er zijn er meer hoor. Wat dacht je van de Bakker, daar brand echt altijd licht om deze tijd. Is ie al weer druk bezig brood te bakken. En sommige leveranciers brengen hun spullen ook aardig op tijd. Als het nog pikkedonker is draaien ze soms bij de COOP ook al de vrachtwagen op de parkeerplaats om hun vracht te lossen. Maar het drukst is toch wel als er weer iets van een festiviteit is geweest en de jongelui hebben aardig wat gepimpeld. Dan zijn sommigen bijna niet met goed fatsoen naar huis te krijgen. Jonge honden zijn het die nog even wat aan de bomen willen snuffelen voor ze terug hun hok ingaan. Het wordt al lichter ook zie ik. Hoe laat is het eigenlijk inmiddels?” “Kwart over vijf en ik denk dat ik maar weer op huis aan ga. Kun jij nog even pitten voor het hier weer volloopt met winkelend publiek. Is dat een goed idee, Elly?” “Ja, da’s ene heel goed idee, ik kan nog wel een paar uurtjes slaap gebruiken. Straks moet ik er weer fris en helder bijstaan de hele dag dus tot een volgende keer maar dan, Ajuus.” “Ajuus, Elly. En de volgende keer wil ik alles weten van dat boekje dat je altijd op de arm hebt!, Ajuus.”


5)“Nu ik hier zo zit Elly, wil ik je toch eens wat vragen. Het is wel een beetje persoonlijke vraag maar ik ga hem toch stellen. Vind je dat goed?” “Ok vraag maar je krijgt me toch niet zo makkelijk van mijn stuk.” “Ik vroeg me af of je al wel eens een vriend hebt gehad. Ik bedoel heeft er al wel eens iemand je gekust of zo?” “Nou dat is inderdaad wel een beetje heel persoonlijk wat je daar allemaal vraagt zeg. Eens even goed denken wat ik hierop ga zeggen. Nou om met je eerste vraag te beginnen. Ja ik heb wel eens een vriend gehad.” “En heeft ie jou gevraagd of jij hem?” “ Da’s weer een nieuwe vraag, ik moet eerst die andere vraag van je nog beantwoorden. Heb maar even geduld, jongen. Niet zo hard van stapel lopen. Dat is nooit goed voor een mens. Het antwoord op je tweede vraag. Of ik wel eens gekust ben. Bedoel je dan gewoon op de wang of recht op eh, nou begin ik zowaar nog een beetje te blozen ook geloof ik.” “Ja ik zie het, je wangen worden iets lichter dan normaal.” “Ach, kom op Elly doe niet zo tuttig vertel maar gewoon.” “We zijn toch vrienden, je kunt toch wel iets vertellen?” “Ok, maar niet lachen hoor? Het ben wel eens gezoend door een jongen ja en vol op de bek. Ik wist niet wat me overkwam, joh. Het was me nog nooit eerder gebeurd. Het was na een Erfhuusveiling, ik weten niet eens meer welk jaar maar ik had wel best wat bier op die avond en gezellig staan te kletsen met een leuke knul hier van het dorp. Hij name me mee naar Mientjes paadje en daar heeft ie me zo heerlijk gezoend. En toen was het dus gelijk aan zeg maar.” “Maar kende je die jongen al wel dan?” “Ja, ik kende hem al wel van de snackbar. Daar kwam ie regelmatig met zijn vrienden. In de tent zag ik hem weer toevallig en bood ie mij wat te drinken aan. We bleven wat staan kletsen en ergens onderweg sloeg bij mij de vonk al wel wat over , zeg maar. Ik vond hem leuk en stoer en ,. . . .ach ja nou gewoon een beste knul zal ik maar zeggen. We hebben in elk geval ene paar maanden verkering gehad maar tegen kerst van dat jaar heb ik het maar met hem uitgemaakt. Het weer werd te koud en zo en ik kon maar moeilijk van mijn plek komen. Ik was er ergens ook nog niet echt aan toe denk ik. Met die jongen was niks mis hoor, het lag gewoon aan mij. Lag het aan mij? Ja, het lag aan mij. En je derde vraag heeft ie jou gevraagd of jij hem? Daar zou ik echt geen antwoord meer op weten. Het is al weer zo lang geleden. Als je morgen weer komt neem dan een keus mondkapje voor me mee wil je?” “Ok zal ik voor je meebrengen, zie ik je morgen weer, Ajuus Elly.” “Ja, tot morgen en Ajuus.”


4)“Tjonge wat regent het zeg? Ik ga even niet zitten als je het niet erg vindt Elly, veel te nat zo met die regen. Wacht ik kom wel naast je staan zo hou ik gelijk de paraplu even boven ons tweeën.” “Nou je komt als geroepen, ik sta al die tijd onbeschermd in de nattigheid en je bent de eerste die zich een beetje om mij bekommert, dank je wel daarvoor. Heb je nog nieuws?” Ik sta nu naast haar met een paraplu boven ons beiden zodat we een beetje droog staan terwijl de regen nog steeds gewoon uit de hemel valt. “Erg druk is het momenteel niet maar ik wilde toch even bij je langs, even een kleinigheidje brengen. Dat kun je vast wel gebruiken dacht ik zo.”

“Wacht even, ik heb zal het even voor je pakken.” “Alsof ik bij je weg zou lopen.” Zei ze gevat. “Nee, dat zal ook niet snel gebeuren ook.” beaamde ik lachend. “Nou je gevoel voor humor heeft in elk geval niet te lijden onder al die regen van vandaag. Ik heb echt iets speciaals voor je meegebracht. Je vroeg of er nog nieuws was. Nou, ik kan je vertellen er is nieuws hoor. Weet jij al dat de regering dringend adviseert aan alle winkeliers om de klanten in gesloten ruimtes een mondkapje te laten dragen en dat die maatregel gisteravond is ingegaan? Niet als een verplichting maar meer als een dringend advies aan de winkeliers. En kijk eens wat ik voor je heb meegebracht?” “Ach, wat lief een mondkapje voor mij?” “Ja, helemaal speciaal voor jou. Wacht ik help het even omdoen.” Zo, eerst hier je ene oor en dan je andere oor en nu omhoog trekken voor je neus en voor je mond, ja zo zit het goed. Ik bindt het voor je vast aan de achterzijde,zakt het niet gelijk naar beneden met die regen, zo ja. Nou? Hoe voelt dat? Elly mummelt zachtjes iets onverstaanbaars van achter haar mondkapje dat ze zojuist van me heeft gekregen. “Ik weet niet of ik dit wel prettig vindt zo maar ik zal het een poosje proberen.” Zegt ze. Ik vraag haar niet om een herhaling van wat ze zei het gaat meer om de signaalwerking voor mensen die hier langs komen lopen. Wanneer ze zien dat zelfs het Lunters vrouwtje een mondkapje draagt zal dat ze zeker motiveren om zelf ook alert te blijven op het dragen van een mondkapje tijdens het winkelen. “Nou, ik zou zeggen, hou dit voorlopig even op, Elly en je moet maar zo denken, baat het niet het schaadt ook niet. Zie ik je morgen weer, hopelijk dat het dan niet zo hard regent. Ajuus!” “Abfjuus” hoor ik haar mompelen.


3)Goedemorgen kijk eens wat ik heb meegebracht? Ik hield haar de oude Lunterse krant voor haar neus zodat ze het artikel goed kon lezen. Ze las het niet hardop maar door haar oogbewegingen kon ik zien dat ze druk doende was met de zinnen. Ze liet de strekking van het artikel even op zich inwerken. Toen fluisterde ze me toe dat ik moest gaan zitten.

“Schuif eens een beetje naar links, zo ja, dan zit je precies in de goeie hoek. Ja stop maar zo zit je goed.” Waarom kan ik niet gewoon daar zittten.” Vroeg ik nog. “Doe nou niet zo moeilijk!”,siste ze , “Ik wil niet dat iedereen kan zien en horen dat ik tegen je praat. Als je nu gewoon hier blijft zitten kan ik je van alles toefluisteren zonder dat iemand het in de gaten heeft. Dat kan toch niet waar zijn van dat artikel. Het feest is ofgelast, dat is nog nooit gebeurd!” Tja, eens moet de eerste keer zijn.” antwoordde ik haar terwijl ik quasi onopvallend naar de etalage van Kaaschieter keek. “En dit jaar, met die Corona pandemie kunnen we beter maar geen risico’s nemen denk je niet?” “Ja, maar ik sta hier toch ook altijd gewoon in weer en wind. Er is niemand die me een kapje omdoet of ook maar een keer paraplu overhandigd zodra het stevig regent. Daar zouden de mensen toch ook wel eens aan mogen denken toch?” “Waarom? Je bent toch gewoon een bronzen beeld Elly, ik mag toch Elly zeggen?” “Ja ,noem me maar gewoon Elly dat hadden we de vorige keer al afgesproken dus maak je geen zorgen ik luister ook naar je als je me gewoon Elly noemt. En ja, ik ben een bronzen beeld maar wel toevallig wel een beeld dat kan praten.” “ Ja dat heb ik in de gaten ja, maar niemand mag het merken. Je doet er wel heel erg geheimzinnig over. Denk eens aan al die mensen die dit stukje lezen die weten u allemaal hoe de vork in de steel zit wat het Lunters vrouwtje Elly betreft. Ze zijn niet dom of zo.” “Daar heb je ook wel weer gelijk in maar ik moet er nog aan wennen dat jij al weet van mijn stem. Trouwens wat vind je eigenlijk van mijn stem?” “ Nou, om heel eerlijk te zijn klinkt hij wat metalig, ik mis er wat warmte in, maar dat kan aan mij liggen hoor. Als je iets lager zou klinken wordt je stem ook wat donkerder en gelijk ook warmer. Misschien komt dat vanzelf wel als we wat verder de herfst in gaan en wanneer straks de winter is begonnen.” “Nou daar sta ik eerlijk gezegd niet zo direct op te wachten hoor. Geef mij maar de lente en de zomer. Heerlijk als al dat volk uit de omgeving door de Dorpsstraat loopt en hier langskomt. De een nog mooier aangekleed als de ander. En op de Oud Lunterse Dag iedereen in het beste pak en op de klompen. Dat doet me altijd weer aan vroeger denken. Daar geniet ik echt van. Maar ja, getuige je artikel was het dit jaar dus officieel ofgelast. Ik had al zoiets gemerkt. Het was maar stil die dag. Het was een domper jongen, wat ik je zeg, een domper. Nou, ik ben benieuwd of het vanavond nog terrasweer is en of er nog jong volk komt flikkeflooien onder de muziektent.” “Ja ik hoor het morgen wel ik ga maar weer eens op huis aan, Ajuus Elly tot morgen.” “Ja, tot morgen, ik blijf wel staan vannacht, ajuus.”


2)“Hoe ben jij hier zo gekomen?” Vroeg ineens een stem achter me. Ik had zojuist plaatsgenomen op de betonnen zitranden langs het nieuwe Erf. Ik draaide me om naar waar de stem vandaan kwam maar zag alleen een bronzen beeld staan. Ik draaide me weer terug en keek in mijn boodschappentas of ik niks was vergeten. “Hé, ik vroeg je wat. Hoe ben je zo hier gekomen?”

Ik keek weer om maar zag niemand die wat gezegd kon hebben en het beeld stond daar nog steeds. Ik dacht even in een flits. Dat beeld zal toch niet… ach nee dat beeld ik me maar in.

Toen keek ik nog eens goed en zag een lach op haar gezicht . “Ja, fluisterde ze, je ziet het goed. Niemand heeft het ooit in de gaten gehad maar ik sta hier nu al een fiks aantal jaren en niemand heeft het in de gaten. Leuk he?” Ik was met stomheid geslagen. Dit moest ik eerst even verwerken. Het beeld had werkelijk gesproken en ik zag duidelijk een lach op haar gezicht. En nu ik beter keek ook een ondeugende blik in haar ogen. Maar jij,…jij bent een bronzen beeld en je staat er sinds 1983!” Hoe lang kun jij al spreken?” “Ach, al vanaf dat ik hier ben neergezet, of nee, eigenlijk al vanaf dat ik uit de gietmal kwam. Maar niks verklappen hoor je?” “Nee, mijn lippen zitten op slot!” Ik maakte een sleutel in het slot beweging en een gebaar dat ik de sleutel direct weggooide. “Zo gerustgesteld?” Vroeg ik haar. “Ja, hoe heet je eigenlijk?” “Mijn naam is Juko en jij? Hoe heet jij?” Nou hoe ik werkelijk heet weet ik zelfs niet dus hou het maar op de naam van mijn maakster. Elly, ja noem me maar Elly. Een degelijk Hollandse naam voor een Lunterse deere.” “Ok, Elly, ik kom morgen weer even hier zitten. Wil ik wel eens van je horen wat je dan allemaal hebt beleefd hier op deze plek. Vind je dat goed?” “Ja, hoor is gezellig als je weer even komt, heb ik ook weer even een praatje maar eh mondje dicht verder he, niks verklappen hoor?” “Ik zeg niks, Ajuu!”

“Ajuu! Tot morgen.”

01

1)Zoals ze daar stond in haar zondagse dracht en haar psalmboekje in haar handpalm. Deugdzaam en bescheiden maar wel met een zekere Veluwse trots. Een stoere deerne dacht ik in een flits. Fier op wie ze is en waar ze vandaan komt. Zoals altijd houdt ze alles goed in de gaten. Ik vond het lastig in te schatten hoe oud ze nu werkelijk was en ik durfde het ook niet aan haar te vragen.

Het moet zo’n vijfentwintig jaar geleden zijn dat ik haar voor het eerst ontmoette. Niet op de plek waar wij nu stonden maar ik kwam haar destijds tegen in het buitengebied ergens tussen Lunteren en Barneveld. Ter hoogte van de Lunterse Beek fietste ze me tegemoet. Ze kwam uit de richting van Barneveld terwijl ik daar net naartoe op weg was.

In de verte zag ik haar aan komen fietsen met wapperende rokken. Ze had er stevig de gang in en keek strak voor zich uit. Ik was op slag verkocht. Zo’n stoer wief, dat leek me wel. Daar moet ik eens een keer een praatje mee zien te maken. Uiteindelijk kwam het er toch van. Ik heb mijn stoute klompen uit de kast gehaald en ben op haar afgestapt. Of ze mee wilde naar een uitvoering van het volkstoneel op de vrijdagavond en daarna mee de tent in naar de erfhuusveiling. Ze is meegegaan, en al zo veel lange jaren lopen we samen op naar de toneeluitvoering en de grote tent wanneer die er weer staat. Ik ben gelukkig met mijn Lunters vrouwtje.

(Wordt vervolgd)

%d bloggers liken dit: