Het meest frustrerende voor mij als leraar jonge kinderen is wel geweest de consequent inadequate benadering van het leren van kleuters. De ouderwetse bildung. De tijd krijgen om te rijpen. Sterker nog, over het begrip ‘rijpen’ werd op zeker moment zelfs laatdunkend gesproken. Als was het een verouderd concept van wat leren behelst.
Niets is minder waar gebleken gezien de magere leesresultaten, de faalangstige generatie waar we nu mee te maken hebben. Het lage rekenniveau en zorgwekkende achterblijven van de motoriek zijn voor mij steeds overtuigender bewijs dat we het jarenlang verkeerd hebben aangepakt met het kleuteronderwijs. Vanaf de samenvoeging met de basisschool is het ontwikkelingsgerichte aanbod vervangen door een curriculum dat gericht was op het klaarstomen voor groep drie.Tegen alle waarschuwing in van de KLOS-opgeleiden van die tijd. Daarmee werd het kind letterlijk met het badwater weggegooid. Gras groeit niet sneller door eraan te trekken. Kleuters leren niet sneller als je vroeger begint met letteraanbod of anderszins.
De zorgwekkende resultaten bij jonge leerlingen zijn niet enkel een kwestie van motivatie of capaciteiten, maar hebben diepere oorzaken in het Nederlandse kleuteronderwijs. Decennialang waarschuwden ervaren kleuterleidsters (KLOSSERS) dat de samenvoeging van kleuterschool en basisschool het spel gedreven leren zou verdringen. Hun voorspelling: de nadruk zou verschuiven naar “klaarstomen voor groep 3”. De praktijk heeft deze waarschuwing bevestigd. Het tijdsvak tussen groep 2 en 3 is cruciaal; hier ontwikkelen kinderen zich van spelgericht naar formeel leren. Wie nog niet voldoende rijp is, leert vaak oppervlakkig en kan kennis moeilijk internaliseren.
Beleidskeuzes versterken deze druk. Samenvoeging van kleuterschool en basisschool, lumpsumfinanciering en koppeling van Cito-toetsen aan school-kwaliteitsmetingen hebben het onderwijs gestuurd naar zichtbare prestaties. Een diagnostisch instrument dat oorspronkelijk de ontwikkeling van individuele leerlingen moest volgen, werd een sturingsmiddel. Spel, exploratie en brede persoonlijke ontwikkeling maken plaats voor toetsen en schoolse drills, vaak op een tempo dat niet aansluit bij de natuurlijke rijping van kleuters.
Daarnaast heeft de invoering van ICT in kleuterklassen de dynamiek verder veranderd. Digitale hulpmiddelen kunnen interactieve en motiverende leerervaringen bieden en differentiatie ondersteunen, maar brengen ook risico’s mee: minder fysiek en sociaal spel, oppervlakkig leren door herhaling van schoolse oefeningen, en versterking van de prestatiegerichte cultuur. Zonder een goede balans kan ICT het natuurlijke ontwikkelingsproces verder onder druk zetten. Kinderen moeten voelen, tactiel bezig zijn. Zo halen ze hun wereld bij zich naar binnen. Niet door te vegen op een scherm van een tablet.
Het resultaat is een verlies van Bildung: de brede persoonlijke, sociale, cognitieve en creatieve ontwikkeling krijgt onvoldoende ruimte. Executieve functies, motivatie en sociaal-emotionele vaardigheden, essentieel voor later leren, worden minder ontwikkeld. Kinderen leren vaak reproduceren in plaats van internaliseren, waardoor het fundament voor duurzaam leren verzwakt wordt.
Het herstel ligt in **herwaardering van spel, observatie en ontwikkelingsgericht leren**, ondersteund door ICT waar passend, en in leraren die de ontwikkeling van kleuters kunnen volgen en stimuleren. Alleen door deze elementen centraal te stellen, krijgen kinderen de kans om op hun eigen tempo te groeien en een stevige basis te leggen voor formeel onderwijs en duurzame leerprestaties.
In dit licht zou een samenvoeging van kleutergroepen met peuterspeelzalen tot een nieuwe voorschool een goede optie zijn ter verbetering van het schoolleven. Een voorschool waarin het jonge kind vanaf de vroegste plaatsing als vanzelf instroomt in de kleutergroep, die, eenmaal losgemaakt van de basisschool, verlost zal zijn van die druk van het klaarstomen voor groep drie. Een nadrukkelijk en pedagogisch verantwoord spelaanbod krijgen zodat het zich in eigen tempo kan ontwikkelen. Op die wijze krijgen kleuters een goede basis aangeboden waarop het latere cursorische leren op een betere wijze zal gedijen dan nu het geval is.
De voorschool zal vooral gericht moeten zijn en blijven op het ontwikkelingsgericht werken met kinderen. Waar ze tijd en ruimte krijgen om in alle rust en in eigen tempo alle benodigde vaardigheden te internaliseren voordat ze met het cursorische leren in groep 3 beginnen.
