Begrenzing (Mitsrayim)

Alles heeft zijn eigen tijd

elk begin een einde

omdat ieder einde een nieuw begin kan zijn

en zelfs de cirkel ook een oorsprong kent

heeft alles zijn begrenzing

en niemand weet waar deze ligt

we weten

wat niet mag

wat moet worden gedaan

wanneer we moeten stoppen

of juist verder moeten gaan

we weten

wanneer de liefde zuiver is

of enkel ijdelheid

de vrijheid overschreden

berouw zich vertaalt in spijt

er is een aanvang in ons bidden

er komt een ‘amen’ op het eind

er is onzuiverheid in vloeken

wanneer ons zicht op Hem verdwijnt

er is een grens aan wat we zien

soms zijn we horend doof

of vertwijfeld in gebed

ervaren we een kloof

tussen vrezen en vertrouwen

tussen de liefde en de leegte

tussen kennen en vergeten

tussen zonde en berouw

haaks op ons tijdelijk bestaan

ligt er een dwarsbalk over ‘t leven

waar Hij ons voorging in dienen

in het wassen van de voeten

in enkel liefde geven

en toen Hij opstond uit Zijn graf

heeft Hij het zwartse zwart doorbroken

en de begrenzing opgeheven

opdat wij ,zijn maaksel,

door Zijn licht werden doorstoken.

Enkel zijn licht kent geen begrenzing

Hijzelf is het begin en eind

van niets tot alles wat nog zijn zal

Alfa en Omega

Zijn onuitsprekelijk nu

is tevens eeuwigheid.

Ridder Roek

SST, Ridder Roek slaapt nog. We mogen hem niet wakker maken. Daar kan hij helemaal niet goed tegen. Dan stapt hij met zijn verkeerde been uit bed en dan hebben we pas echt een probleem.

De wekker is nog niet gegaan maar tikt wel rustig door. Tik,tak,tik,tak. . . .

Ja nog even, het is bijna tijd, ik denk nog ongeveer een minuutje en dan. Tik,tak,tik,tak….. TRRRRRINNGGG!

Ridder Roek wordt wakker, rekt zich uit en slaat de dekens van zich af. Hij zwaait zijn benen buitenboord en stapt zonder te kijken direct met zijn blote voeten in zijn sloffen.

Hij loopt naar de keuken en dekt de tafel voor zijn ontbijt.

Hij zet water op voor een kopje thee en legt bord en mes op tafel. Brood,boter en …hm wat zal ik vandaag eens op mijn boterham doen?

Hij slaat de deurtjes van het keukenkastje open en kijkt naar zijn prachtige verzameling potjes met pindakaas. Allemaal verschillende soorten. Met stukjes noot, zonder stukjes noot, met honing, met stukjes chocolade.

Hij denkt even na en kiest dan die met het groene etiket, Pindakaas met hele stukjes noot staat erop.

Intussen kookt het water en schenkt hij dat in de theepot. Doet er een theezakje bij. Vandaag minty Morocco omdat hij die thee zo lekker vindt. Heerlijk met honing of een schepje suiker. Zo zoet mogelijk heeft hij zijn thee het liefst.

Met zijn kopje thee en de pot pindakaas neemt hij plaats aan tafel. Smeert een boterham en begint aan zijn ontbijt.

Dan gaat plotseling de telefoon. Ridder Roek heeft nog geen mobiel maar zo’n ouderwetse telefoon aan de muur hangen. Er zit een groot gekruld snoer aan waardoor hij nog net met de hoorn terug aan tafel kan gaan zitten wanneer hij belt. Ja Hallo met Ridder Roek, spreekt u! Goedemorgen. Met wie spreek ik?

“Ja met mij’; klinkt het door de telefoon.

Het is zijn grote vriend De Blauwe ridder. Die woont verderop in het kasteel achter de twee halve heuvels.

O ben jij het, je belt wel heel vroeg zeg, ik ben nog maar net uit bed en heb net mijn eerste hap genomen va mijn boterham met pindakaas.’

Eh ja sorry dat ik je zo vroeg bel maar ik wilde je de hele nacht al iets vragen .’ Wil jij vandaag bij me komen spelen? De blauwe ridder heeft nogal weinig geduld en vind wachten het moeilijkste dat er is. Ik ben vandaag de hele dag alleen thuis want mijn vader en moeder moeten op bezoek bij de koning en er is dan verder niemand in het kasteel behalve ik.’

Ik bij jou komen spelen, in je grote kasteel? Maar natuurlijk, heel graag! Jij bent toch mijn allerliefste, allerbeste vriend?’ Ik eet snel mijn ontbijt, kleed me om en dan kom ik op mijn paard naar je toe. En dan bedenk jij vast wat we gaan spelen. Ok? Ja dat is goed, tot straks!

Ridder Roek eet snel zijn boterhammen op en ruimt dan de tafel af. Ehm, die afwas doe ik later wel. zegt hij tegen zichzelf. Nu eerst wassen en aankleden.

Korte tijd later staat Ridder Roek voor de spiegel en bekijkt zichzelf eens goed.

Ja zo kan ik wel naar buiten. Ridderpak aan, riem om, zwaard ertussen, schild bij me ,mijn ridderhelm op mijn hoofd en stevige laarzen om door de plassen te plonzen. Heerlijk.

Blauwe Ridder here we come!! Dan gaat Ridder Roek naar de stal en loopt rustig op zijn kleine paard af. Hu,hu paardje rustig maar ik ben het Ridder Roek ,je baasje. Heb je lekker geslapen?

Nou niet zo best, het heeft vannacht best geregend en er zijn wat pannen van het dak gewaaid. Daar schrok ik wel wakker van en daarna heb ik eigenlijk niet meer kunnen slapen.

Ja, het paard van Ridder Roek kan praten. Tenminste dat denkt Ridder Roek altijd. Hij houdt hele verhalen tegen zijn paard, wanneer hij er bovenop zit en door de bossen rijdt vertelt hij en vraagt hij van alles aan zijn paard. Hoe komen de bomen zo groen? Waarom vliegen de zwaluwen altijd zo snel? Kunnen paddenstoelen ook op zichzelf gaan zitten? En dan doet hij net alsof het paard hem steeds weer antwoord geeft.

Dan voelt hij zich niet zo alleen als hij in mijn eentje zo door het bos rijdt.

Hij geeft zijn paard een kort bevel en daar gaat het in galop over het bospad richting de twee halve heuvels. Naar het kasteel van de blauwe ridder.

Eenmaal aangekomen bij de grote slotgracht laat Ridder Roek zijn paard stapvoets lopen. Klitte klop- klitte klop- klitte klop gaat het. Voor de ophaalbrug blijven ze staan en stijgt Ridder Roek af.

Hij trekt flink aan de bel die aan naast de poort hangt. Tingelingeling! Uit de torenhanen komt eerst eens blauwe veer langzaam naar buiten geschoven, dan een hoofd en Ridder Roek ziet zijn beste vriend. Hey Ridder Roek dat is snel. Wacht ik komt naar beneden om de poort open te doen. Dat wordt nog een hele klim van hierboven maar als je even geduld hebt kom ik er zo aan.

Hoor je wie het zegt? Geduld hebben en dat uit jouw mond Roept Ridder Roek nog terug maar het is al te laat. De Blauwe ridder is met veer en al, tjoep zo de torenkamer in geschoten en rent nu als een dolle zo snel als hij kan de trappen af. Hij neemt wel twee treden tegelijk. Dan ben ik namelijk het snelst beneden, denkt hij nog in zijn haast.

Na drie minuten gaat de poort langzaam open en kan Ridder Roek eindelijk naar binnen.

Het is verder doodstil in het kasteel. Mijn vader en moeder en de soldaten zijn al een poos weg. Zegt de Blauwe Ridder. Wat zullen we gaan doen? Jij mag het zeggen. Ehm, wacht even ik breng eerst mijn paard in de stal en geef hem wat hooi en water. Er staat ook nog wat haver voor hem daar achterin die kast. Dat mag hij wel hebben hoor. O fijn zegt Ridder Roek want mijn paard is namelijk dol op haver.

Samen lopen ze de grote speelkamer van de blauwe ridder in. Het is op de tweede verdieping van de middelste toren van het kasteel. Pffff, puft Ridder Roek , wanneer hij eindelijk boven is. Is me dat een klim zeg! Welnee joh je moet het gewoon vaker doen net als ik en met twee treden tegelijk de trap op dan ben je twee keer zo snel boven. Zegt de Blauwe ridder die al een poosje op de bank zit te wachten. Tja, geduld heeft hij nou eenmaal echt niet en wachten komt in zijn woordenboek niet voor.

Heb je al bedacht wat we gaan spelen? Ridder Roek?

Nou ja, waarom moet ik het altijd verzinnen, dat kun jij toch ook zelf wel. Jij hebt me hier uitgenodigd, weet je nog?

O, ja dat is waar. Nou ik heb wel zin om pannenkoeken te gaan bakken of zullen we met de Kapla gaan bouwen of met lego of spelen we met de trein? We kunnen ook gaan voetballen of darten in de stal. Ho, ho, even niet zo snel. Tjonge jonge wat ben je weer druk Blauwe ridder. Doe eens even wat rustig aan. Ik wordt nu al moe van jou.

Ja ik eigenlijk ook wel een beetje van mezelf. Maar ja ik kan er niks aan doen want ik ben alle dagen heel erg druk weet je. Ik heb echt te weinig geduld. Kun jij me dat niet leren Ridder Roek. Een beetje meer geduld oefenen. Nou eens even kijken, dan moeten we denk ik een heel rustig spelletje gaan doen. Wat dacht je van een puzzel maken van 1000 stukjes? Heb je er toevallig eentje liggen? Ik geloof vast van niet! Weet ik ook weer mooi een cadeautje voor je verjaardag!

Zullen we mijn verjaardag gaan vieren! Roept de blauwe ridder enthousiast uit en loopt al naar de kist met versierspullen. Ridder Roek grijpt wanhopig naar zijn hoofd en sluit zijn ogen. Zucht dan heel diep en zegt dan zachtjes tegen zichzelf. “Ja inderdaad jij bent alle dagen heel erg druk!”

Gure zondag

Terwijl op deze zondagochtend de wind stevig om het huis waait heb ik het idee dat het al begint te herfsten. Geen zon, maar ook nog geen regen. Enkel de wind die af en toe een dakpan laat klapperen. Altijd een heikel punt bij ons. Dakpannen die nog wel eens wegwaaien tijdens een stevige bries. Kennelijk staat de wind altijd verkeerd en krijgt die makkelijk vat op de dakpannen. De bloemen in de tuin hebben het ook zwaar te verduren tijdens dit weer. Sommige stokrozen zijn geknakt of staan op omvallen. Maar ja, Nederlanders als wij zijn vaak erg makkelijk aan het klagen. Dat zit in onze natuur lijkt wel. Maar vaak zeggen we het tegenovergestelde. Hoe gaat het? “Och, ik mag niet klagen.” Maar vaak doen we het daarna wel. Ach ja; “De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak.” Zullen we maar zeggen. De warmte van de zomer zal zeker niet al te lang op zich laten wachten en dan zullen onze verzuchtingen weer van een heel andere aard zijn.

Bakzeil halen.

Vannacht was het weer dromen over bakzeil halen

In plaats van het gelijk weer aan mijn kant

En van de ander nog uitnemender dan ik ooit zal kunnen zijn

In dat refrein van altijd maar weer willen nemen

in plaats van onvoorwaardelijk mezelf durven geven

En van een engel die zijn handen op mijn schouders legt

En er maar alvast twee vleugels aan wil hangen

Tot ik me omdraai en hem aankijk in een oog verblindend wit en vraag

Zeg engel is het nu al echt mijn tijd?

Hij kijkt me aan hij schrikt zich dood en zegt direct pardon!

Dit is een vergissing van de eeuwigheid

U mag nog even maar u weet

Uw stad zal hier niet altijd blijvend zijn

Toen schrok ik wakker en ik hoor nog het refrein

Van die rockband die zo’n hit had met dat ene kekke nummer

Het was iets met getallen . . . .drie keer zes

En dat dat dan een beest was of de vader van mijn leugens

Met de waarheid stond het niet op goede voet

En ook niet met die deur en met die herder en zijn schapen

En ik begon te tellen honderdvierenveertigduizend

En eenmaal daar voorbij ben ik gerust gaan slapen.

Zomer 20 juli 2013-JDV

ROEMEN

Tussen de stiltes van het tikken van de klok,

luister ik naar het ongesproken woord.

Daar waar geen tijd is vermoed ik eeuwigheid.

Enkel begrensd door eigen twijfel.

Gevangen in het moment.

Zie ik voorbij mijn eigen dood.

De poorten van het paradijs staan open

Ik kan er zo naar binnenlopen.

Maar een engel houdt nog steeds de wacht.

Zijn zwaard houdt hij met beide handen vast.

Hij vraagt mij mijn eigen naam te noemen

Maar krijg die niet over mijn lippen.

Ik kan nog enkel Jezus roemen.

Wachten op het Manna.

Hij kijkt naar de lucht

staat te wachten op het manna

maar beseft nog niet

dat hij zelf een stap moet zetten

hij beweegt dan wel het brood

als teken van een offer

maar verzuimt nog steeds

zijn ongerechtigheden

weg te doen

Hij kan in 40 dagen

vasten tot hij niets meer weegt

en tegelijkertijd als een onhandig kind

God voor de voeten blijven lopen

zo kan het eeuwen duren

eer de Messias komt

dat God de hemel scheurt

en alles openzet

omdat er in zijn eigen handelen

nog steeds niets essentieels gebeurt

een ongekende overgave

onvoorwaardelijke trouw

een volmondig schuld erkennen

blijft vooralsnog onuitgesproken

hij krijgt het niet over zijn lippen

kom nooit verder dan “Ontferm u Heer.”

en met dat ingesleten idioom

komt hij maar amper

tot de drempel van Zijn troon.

Zijn tijd is enkel maar een schuivend venster.

Zijn liefde is niets anders

dan een open deur.

Terwijl de werkelijke bevrijding

ligt besloten in het lijden en verzoenend sterven. . .

. . . in het opstaan van Zijn Zoon.

Giuseppe Angeli- Gathering of the manna.

Schijn van vrije wil

De schijn van vrije wil

geeft ons de indruk

dat we alles zelf beslissen

in het speelveld van de vrije markt

ondertussen is de politiek

een spel van zet en tegenzet

Zijn burgers speelbal van belangen

en heeft de markt het voor het zeggen

in de mensen een welbehagen

zolang ze in de waan verkeerd

dat ze haar eigen prijs

kan blijven vragen

Dat is de schijn van vrije wil

In het speelveld van een vrije markt

%d bloggers liken dit: