De schrijver. (Kort verhaal)


Hij is een gelegenheidsschrijver. Een rommelaar in de marge. Af en toe heeft hij geniale buien waarin hij zijn gedachten opschrijft maar heeft hij werkelijk zeggingskracht?  Hij zit nu al uren aan zijn bureau voor zich uit te staren en af en toe schrijf hij een paar woorden op het papier. De manchetten van zijn overhemd zijn grauw geworden.  Zijn vulpen krast regelmatig  het pas geschrevene weer door. Daarbij neemt zijn twijfel  alleen maar toe.  Kenmerk van een scheppende geest. Wat zei de cursusleider ook al weer? “Schrijven is schrappen en schaven en slijpen tot je precies daar uitkomt waar je moet zijn.  Schrijven is ‘killing your darlings’ en snel ook. Voor je het weet blijf je hangen in een vertrouwd idioom. Schrijven is afscheid nemen van jouw favoriete clichés en vaak gebruikte woorden en zoeken naar nieuwe omschrijvingen. Maar is zijn taalgevoel dan wel toereikend of is dat nou net het verkeerde uitgangspunt? Die taal moet toch dienend zijn en geen doel op zich. Hij wil namelijk een verhaal vertellen maar hoe schrijf je het op zonder te snel iets weg te geven waardoor de spanning er bij de lezer van af gaat. Alsof de souflé die hij wil  opdienen al in elkaar zakt voordat hij de oven voor de laatste keer opent. Is hij wel echt een poëet die er toe doet of gewoon iemand met een irreëel zelfbeeld? Die zijn er meer namelijk. Figuren die denken groots en meeslepend te leven terwijl de burgerlijkheid bij hen  voor het oprapen ligt. Hij wil in ieder geval relevant zijn. En,  eerlijk is eerlijk, wie wil dat niet. Hoe eenvoudig je ook in elkaar mag zitten, hoe simpel van geest, uiteindelijk wil iedereen op zijn manier er toe doen. Is schrijven dan een oefening in sterven? Vooral het sterven van zijn ‘darlings’ mag hij hopen.
Hij begint opnieuw, hij slaat zijn kladblok om voor een leeg vel papier en neemt de pen weer in zijn hand. Dan begint hij met zijn allereerste zin.


De dood, mijn vriend, komt soms met een lange aanloop, er gaat soms een lang ziekbed aan vooraf. De dood kan zich ook plotseling aandienen. Zo snel zelfs dat je het niet eens ziet aankomen. Als een paardensprong in het schaakspel komt hij nietsvermoedend aanzetten. Een, twee, opzij! En weg ben. Daarin schuilt vaak de grootste tragiek. Wanneer de dood je ineens bij verrassing overrompelt en als een vloedgolf in één klap alles onder je voeten wegslaat en daarmee elke vastigheid onder je wegspoelt. Je verlies in luttele seconden ben je de grip op je bestaan kwijt en is het alleen nog maar overleven in die situatie zelf. Je probeert koortsachtig het hoofd boven water te houden. Je bent zo druk bezig niet te verzuipen dat je vergeet dat juist het bewaren van rust je door die eerste stroming kan helpen. Maar ja, hoe en waar vind op zo’n moment in je leven die broodnodige rust.

God, wat heb jij weer makkelijk praten zeg, zo vanaf de zijlijn. Je hebt nog niet dat beleefd van waar ik momenteel doorheen ga. Wil je het weten? Wil je het perse weten? Een hel is het. Je kunt je er geen voorstelling van maken en dan nog honderd keer erger! Een hel zeg ik je. Dus hou je mond maar met je ongetwijfeld goedbedoelde adviezen. Ze raken kant nog wal. Weet je waarom? Omdat jij zelf nog niks hebt meegemaakt, nog niet eens een begin van een verlies. Dus ga weg met je zalverij en je quasi pastorale hoogstandjes want je hoeft mij niks te vertellen. Helemaal niks. Leer eerst maar eens in stilte gewoon naast me te zitten in de put waarin ik mij bevindt. Kijk, ik weet momenteel ook niet hoe ik verder moet. Hoe ik mijn leven weer op de rails moet zien te krijgen. We hadden nog zulke mooie plannen. Fietsen, kamperen, reizen, met de kleinkinderen de boer op. We hadden nog zulke mooie ideeën voor ons pensioen. Ze heeft het nog niet eens zelf aan kunnen vragen. En nu, die grote verschrikkelijke leegte. Och, jongen, ik heb er gewoon geen woorden voor. Mijn tranen zijn al allemaal op. Wat heeft het nu nog allemaal voor zin? Heb je daar soms een mooi antwoord op?


Kamminga legt zijn pen neer en kijkt voor zich uit de verte in. Hij ziet het verdriet weer. Een gebroken man, paniek in zijn ogen. Die blik treft hem telkens opnieuw. Het vragen naar het hoe. Het zoeken naar antwoorden op vragen die nergens toe leiden en hem zijn lief nooit meer zullen terugbezorgen. Hij ziet hoe de man worstelt met zijn verlies. Zou hem willen helpen maar kan het niet. In een boek of verhaal zou hij als schrijver nog wel een dode tot leven kunnen wekken maar hier? In de rauwe werkelijkheid van dit verdriet?
Hij geeft zichzelf niet eens een begin van een antwoord. Omdat hij weet dat hij het schuldig moet blijven. Er is geen ander antwoord op de dood dan verder leven omdat dat nou eenmaal het enige is wat rest. Dat weet hij inmiddels uit ervaring maar het is geen antwoord dat je zomaar kunt geven. Het is meer een antwoord dat zich voor ieder van ons zal moeten ontvouwen in het verstrijken van de tijd.
Hij moet denken aan een passage uit een boek over verdriet en rouw. “Verdriet houdt nooit op maar het verandert. Het is een doorgang, geen plek om te blijven. Verdriet is geen teken van zwakte of gebrek aan geloof, het is de prijs van de liefde.’ Hij meent dat het van Mulisch is maar helemaal zeker weet hij het niet. Het brengt hem in elk geval niet dichter tot de kern van waar hij nu aan denkt.

Kamminga staat op en loopt naar de wc om te plassen. Wanneer hij zijn water laat lopen voelt hij de spanning van zijn blaas minder worden. Als hij is uitgeplast en heeft doorgespoeld loopt hij terug naar zijn bureau. In de boekenkast valt zijn oog op de foto . Hij pakt het lijstje in zijn handen en strijkt teder over het glas. Dichterbij kan hij niet komen. Hij zet de foto terug en loopt verder door naar zijn bureau. Dan leest hij terug wat hij daarstraks geschreven heeft en blijft nogmaals steken bij de passage van Mulisch. Is het echt zo? Houdt verdriet nooit op? Een doorgang? Maar waar naartoe dan? Hij laat die woorden even op hem inwerken en loopt zijn eigen situatie nog eens helemaal na. Waarom treft het hem zo hard zijn vriend te zien worstelen? Heeft hij zelf ook zo’n worsteling gekend in die begintijd? Waar zit het verschil dan toch in?
Hij herleest zijn inleiding nog eens en blijft haken bij de paardensprong.
Dat is het! Het niet zien aankomen van de dood maakt het verlies van een geliefde vele malen heftiger dan wanneer je na een lang ziekbed afscheid moet nemen.
Het is het plotselinge karakter, het totaal onverwachte dat een mens volledig uit het lood kan slaan. Niet dat een lang ziekbed en het uiteindelijke afscheid minder pijnlijk is. Verdriet is verdriet en beiden doen even zeer. Maar het is nogal een verschil of je de ramp ziet aankomen en tijd hebt gekregen om je erop voor te bereiden of dat je van het ene op het andere moment vleugellam geslagen wordt.
Inmiddels is hij weer gaan zitten en al lezend tast zijn hand naar daar waar zijn pen zou moeten liggen.


De pen is van het bureau gerold en ligt ernaast op de grond. Hij bukt zich om de pen op te rapen en dan knapt er iets in zijn hoofd waardoor hij even niet weet waar hij zich bevindt.
Als hij zich weer heeft opgericht ziet hij de tafel waar hij aan zit en weet niet wat hij hier aan het doen is. Hij kijkt wat er op het papier staat maar de betekenis ontgaat hem volledig

Gepubliceerd door JUKODEVRIES

FOOLISH SINNER AND POET FOR THE KING

%d bloggers liken dit: