Negenentachtig.


De man komt aangewandeld. Zijn klompen maken het bekende klossende geluid afgewisseld met de zachte ‘tik’ van zijn wandelstok. ‘Klos,tik,klos-klos,tik,klos’  
Hij houdt even halt voor een praatje.
‘Ik leun even tegen jullie auto.’
‘Prima, doe maar . Je mag ook bij me op het bankje komen zitten anders?’
Dat hoeft niet zo staat hij ook wel lekker. Elke dag zie ik hem langskomen, pet op, wandelstok bij zich en op zijn klompen. Hij woont een stukje verderop in een gelijkvloerse woning. Zijn dagelijkse ommetjes maakt hij trouw.
‘Je moet er wel de benen onder houden anderts loopt de boel vast.’
Ik beaam zijn opmerking van harte. De man in kwestie is negenentachtig en heeft het grootste deel van zijn leven al aan zich voorbij zien gaan. Ik vraag me in alle nieuwsgierigheid af wat hij allemaal gezien moet hebben. In 1932 geboren was hij toch al acht jaar toen de tweede wereld oorlog begon. Van zijn achtste tot zijn twaalfde jaar was hij getuige van de bezetting. Hij heeft na de oorlog de wederopbouw bewust meegemaakt. Misschien werkte hij toen al wel. Wie zal het zeggen. Hij in elk geval niet want hij kijkt liever niet achterom. Dat stemt hem somber en daar wil hij bij weg blijven. Hij ziet dat iedereen om hem heen is weggevallen. Generatiegenoten zijn hem voorgegaan en daarom loopt hij regelmatig een rondje om het kerkhof. ‘Dan heb ik ze allemaal weer even gehad en gaan we weer over tot de orde van de dag. Opstaan, ontbijten,krantje lezen, koffie, lunch, thee, ommetje maken, avondeten, TV kijken en op tijd onder de vette watten.’
‘Dus dat is jouw orde van de dag.’
‘Zo’n beetje wel ja. Wat moet je anders op mijn leeftijd? Uitgaan is er niet meer bij. Dus de avondklok is voor mij helemaal geen probleem. Wandelen doe ik overdag want ‘s avonds zie ik helemaal slecht. Overdag ook wel maar ik kan me nog redden. Zodra het donker wordt gaat bij mij het zicht ook zienderogen achteruit.’
Hij draait zich om en maakt zich los van de auto. Neemt zijn stok in zijn andere hand en zegt gedag en ik zie hem weer weglopen. Het klossend geluid van zijn klompen hoor ik nog als hij al de hoek om is. “Hij loopt nog best!’ Denk ik en roep hem nog na. ‘Ajuus.’

Gepubliceerd door JUKODEVRIES

FOOLISH SINNER AND POET FOR THE KING

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: