Tumnus spreekt


De zeven rollen van Reepicheep

Tumnus spreekt -eerste rol-

Zo nu en dan ben ik wanhopig op zoek naar een goed gesprek. Kom er vandaag de dag nog maar eens om. Een echt goed gesprek. Zeker hier in Narnia. Het was dan ook een hele opluchting toen ik gisteren Eva’s dochter ontmoette bij de Lantaarnpaal op de open plek in het grote bos.

Ik nodigde haar uit voor het drinken van een kop warme thee in mijn grot en tot mijn grote vreugde stemde ze toe.

Onderweg naar de thee vroeg ik haar naar het doel van haar reis. Waar gaat je reis naar toe?

En waarom stond je daar bij de lantaarnpaal? “Wachtte je op iemand?”

‘Nee zei ze, ik was ineens op die plek. Ik weet ook niet precies meer hoe het gebeurde maar ik was aan het spelen met anderen in het grote huis. Ik had me verstopt in de kast en opeens was er geen achterkant en viel ik tussen de bontjassen door zo in de sneeuw. Een eindje verderop zag ik de lantaarnpaal en daar ben ik toen naar toe gelopen en …. en toen kwam jij opeens naar me toe.

In het begin vertelde ze nog aarzelend maar gaandeweg , toen ze eenmaal bezig was rolde haar verhaal er in een keer helemaal uit. ik nam het haar niet kwalijk. Het zal je maar overkomen zeg dat je ineens vanuit een andere wereld in die van mij wordt gezogen ook nog eens een sprekende faun ontmoet die je op de thee vraagt en dan nog wel zo’n knap exemplaar als ik. Harige benen van heup tot hoef en een fikse baard op mijn kin. De horens stoer boven op mijn knappe kop.

In elk geval een stoer en mannelijk gezicht waar vrouwen wel op móeten vallen dacht ik zo.

Maar dat doet er allemaal niet toe ,ze was in elk geval hier en dat was het voornaamste.

Eindelijk kwamen we aan bij mijn grot en ik opende de deur voor haar. Ze ging voorzichtig naar binnen. Ik wees haar op de stoel bij de haard. “Neem gerust plaats”, zei ik, “dan zet ik ondertussen thee. Wil je thee?” vroeg ik terwijl ik naar de keuken liep om water te halen. “Ja lekker”, zei ze.Een ogenblik later zaten we gezellig bij de haard. en dit keer was ik eens niet alleen maar had iemand tegenover me.

Ik had eindelijk weer eens een echte conversatie Hier had ik al zo veel jaren naar verlangd.

Zal ik inschenken? vroeg ik terwijl ik de kopjes al uit het kastje haalde en voor ons op tafel zette. Ja graag antwoord ze met haar frisse vrouwenstem.

Ik schonk voorzichtig en met zorg voor haar in en vroeg of ze er citroen in wilde of melk. Nee dank je zei ze en sloeg haar benen over elkaar. Daar zat ze, haar handen gevouwen en schuchter afwachtend wat de volgende stap zou zijn. Ik kon aan alles zien dat ze nog verbaasd was en nog steeds bezig was met de verwerking van haar plotselinge overgang van waar zij ook maar vandaar was gekomen naar dit koude witte winterlandschap Narnia.

De warme thee deed haar zichtbaar goed en gaandeweg het gesprek en het nuttigen van nog een kopje ontdooide ze meer en meer.

We spraken over De Melodie die we allemaal gehoord hebben bij het ontstaan van Narnia. De Melodie die ieder van ons zich nog wel ergens diep van binnen kan herinneren. Daarna spraken we over de ‘afwezigheid’ van Aslan en Zijn tweede komst in het land.

Ik geloof namelijk echt dat Hij ooit nog eens terugkomt moet je weten. Ik hoop ook echt dat jullie geloven dat dat waar is hoor. In elk geval was het heerlijk om tijdens de conversatie ook weerwoord te krijgen. Eindelijk, na zoveel jaren alleen te zijn geweest.

Alsof ik met mijn wandelstok in een boom prikte en tegelijkertijd kon voelen waar ik mij zelf bevond en waar de boom was. Het was juist deze spanning die me nu al zoveel jaren had ontbroken. Die voor mij de bevestiging kon zijn dat ik leefde, dat ik bestond, dat dit alles geen nare droom was.Ik had weer iemand tegenover me, een tegenkracht die wat terug kon zeggen, die me bevestigde in mijn bestaan. Het was gewoon heerlijk. Ik was… gewoon niet meer alleen en dat voelde ontzettend goed.

Het was alsof ik op de drempel stond van een nieuwe aanvang, een nieuwe tijd die op datzelfde ogenblik was begonnen.

Hoewel het nog steeds winter was en buiten nog even koud als altijd. Intussen hadden we het hier binnen bij de open haard gezellig en gaf ik me over aan de comfortabele warmte van het vuur, de thee en het goede gesprek.

Alleen al haar te zien lachen hielp enorm. Hoe eenvoudig kan het zijn om je gelukkig te voelen met een paar ingrediënten. Een warm vuur, een kop hete thee en een persoon tegenover je waarmee je een goed gesprek kunt voeren. De ander te ontmoeten want ontmoeting is uiteraard communicatie. En communicatie is een vorm van liefde of andersom.

Dat ik iemand tegenover me had werd me snel duidelijk want ze begon me vragen te stellen waar ik ook niet meteen een antwoord op had.

Waarom het altijd winter was in Narnia. Waarom ik kon spreken. Wie toch die Aslan was waar ik het steeds maar over had.

Ik heb rustig tijd genomen om het haar allemaal uit te leggen. Ik heb geprobeerd zo goed mogelijk een eerlijk verhaal te vertellen over de geschiedenis van mijn land, mijn volk en waar we met elkaar voor staan. Uiteindelijk moe van het uitgebreide gesprek en de informatie die ik haar had gegeven begon ze te gapen. Volgens mij moet jij nodig eens een goede nacht slaap hebben is het niet?

Ik denk het wel, zei ze ondertussen haar ogen wrijvend, ik ben nu zo moe dat ik wel honderd jaar kan slapen .

Ik wees haar de logeerkamer, de badkamer en gaf haar wat ze nodig had om zichzelf te wassen.

Ze bedankte me voor de thee en de slaapplaats en deed de deur dicht.

Zelf nam ik plaats achter mijn schrijftafel om de indrukken van deze dag in mijn dagboek te schrijven. Vandaag ben ik een gelukkige faun.

Morgen na het ontbijt wil ik haar voorstellen aan mijn vrienden in het woud.

Heil Aslan.

Gepubliceerd door JUKODEVRIES

FOOLISH SINNER AND POET FOR THE KING

%d bloggers liken dit: