CREDO 2020


Wat draagt mij door de tijd?

Wie is het die bevrijdt

Heeft het een naam?

Ik kan dit wel zeggen. Christus vormt tegelijk de bodem van mijn bestaan, het kompas van mijn handelen, de zuurstof voor mijn geest.

In mijn jeugd werd daartoe de basis al gelegd. In eerste instantie nog gekenmerkt door een jeugdige onbevangenheid. Later volgde , door levenslessen, de verdieping en de herijking van wat ik voor waar had aangenomen. Ik moest door diepe dalen om tot zelfoverdenking te komen van de geloofsbrieven uit mijn jeugd. Qurb your dogma werd essentieel voor mij en is dat tot op de dag van vandaag gebleven. Ik vond naast de geschriften van C.S Lewis als hoofddenker de ideeën van Kierkegaard op mijn pad. Ik ontdekte meer en meer met hem dat je voor God altijd als enkeling zult verschijnen. Hoezeer ik in mijn jeugd verknocht was aan het kerkelijk leven en er mijn rust en veiligheid in vond hoe ver ik daar nu vanaf blijk te staan. In die zin heb ik de kerkcultuur meer op afstand gezet. Mijn veiligheid vind ik nu niet meer zozeer in die gemeenschap, hoewel ik het soms wel mis om samen het avondmaal te vieren als teken van verbondenheid en het zichtbaar maken van mijn afhankelijkheid van Gods genade. Daar wil ik eerlijk over zijn. Blijft voor mij staan dat de woorden uit de bijbel , net als bloemen in de natuur, voor mij als echo’s zijn van dat wat komen gaat.

Ik ben op mijn leeftijd voorbij de helft en heb veel meegemaakt, ik weet tegelijkertijd dat het allerbeste nog moet komen. Dat is niet enkel een vrome wensgedachte van mij maar een hoop van waaruit ik leef en die alles bepalend is voor de richting van mijn denken. Zoals een motje telkens terugkeert naar de vlam zo wordt ik telkens teruggetrokken naar Gods liefde in de persoon van Jezus Christus. Dat diezelfde vlam verterend kan werken is evident maar dan in de zin van ‘vertering van mijn oude ‘ik’ ‘ laat ik het zo maar formuleren. In die zin toch een milde vorm van bevindelijkheid. Is dat me in mijn jeugd toch nog goed voorgeleefd door mijn beide ouders. Ze hebben in elk geval aangegeven in welke richting ik mijn oog moet laten gaan.

Ik weet ook dat ik te maken heb met een God die mij heeft opgericht in plaats van mij bij herhaling met de neus op de grond te duwen, of te vangen in reinigingswetten en rituele handelingen die telkens terugkeren. Ik heb te maken met een God die zichzelf ongeldige heeft en voor mij, zijn majesteit heeft afgelegd, vernedert heeft en zich heeft gegeven, zijn bloed heeft uitgestort aan een kruis ergens zomaar in ruimte en tijd. Kom daar maar eens om bij de Griekse goden, de romeinse goden en al wat zich in de historie daarna nog heeft aangediend. Je vindt zo’n offer nergens anders. Dat bracht me tot dit gedicht.

Ik raakte per abuis de dwarsbalk van het kruis.

Geronnen bloed, wat splinters vielen me ten deel.

Als een stigma draag ik nu voortaan een last die maar niet lichter wordt.

Ik heb steeds voor ogen hoe Christus’ bloed voor mij, reddend, naar beneden stort.

Gepubliceerd door JUKODEVRIES

FOOLISH SINNER AND POET FOR THE KING

%d bloggers liken dit: